Nederlandse politieke partijen zijn geen eenheidsworst

Hier volgt een gastbijdrage van Simon Otjes (@SimonOtjes), onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Gisteren schreef Rutger Bregman op de  Correspondent een rijk en interessant artikel waarin hij het gevecht aanging met een aantal door de journalistiek verspreide mythes over de Nederlandse politiek. Op één punt overtuigt het betoog van Bregman niet: de claim dat partijen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. Bregman verwijst hierbij naar kiezersonderzoek dat kiezers ‘steeds minder het gevoel hebben dat het iets uitmaakt waarop je stemt.’

Ik vind dit niet steekhoudend. Kiezers kunnen partijen slecht plaatsen: in Gedoogdemocratie laat onderzoeker Peter Kanne zien dat kiezers de partij waarop ze stemmen vaak slecht kunnen plaatsen op specifieke thema’s. Thomas Meyer laat in zijn proefschrift zien dat veel kiezers dachten dat Labour onder Tony Blair naar links ging en niet naar het centrum.

Bregman lijkt eerder te verwijzen naar wat politicologen external efficacy noemen: het gevoel dat politiek participeren effectief is. Dit is iets anders dan de perceptie van partijposities door kiezers. Een belangrijk punt, want de kern van Bergman’s betoog is dat politieke partijen verworden tot eenheidsworst.

(more…)

Hervorm de FIFA: grotere commissies, minder corruptie

Voetbal is waarschijnlijker populairder dan ooit, maar de FIFA daarentegen is waarschijnlijk nog nooit zo impopulair geweest. Sepp Blatter doorstond tijdens het WK kritische vragen van journalisten en striemende fluitconcerten van fans. Dit komt onder andere door de met corruptie doorspekte toewijzing van het WK aan Qatar in 2022. Michael van Praag – voorzitter KNVB – heeft al meerdere keren aangegeven tegen herverkiezing van Blatter te zijn. In het algemeen lijken de Europeanen een mogelijke kandidatuur van UEFA-voorzitter Platini te steunen.

Mijn gratis advies aan van Praag en andere bobo’s met FIFA stemrecht: het gaat niet om de poppetjes, het gaat om de instituties: vergroot de commissies die over FIFA-bids en presidentsverkiezingen gaan, en de corruptie zal verminderen.

(more…)

Het Glazen Plafond: Waar blijven de relevante statistieken?

De afgelopen weken is de discussie rond het glazen plafond in de wetenschap weer op de agenda geplaatst. En terecht. Nederland scoort in vergelijking tot andere landen dramatisch wanneer we kijken naar het percentage vrouwelijke hoogleraren. Kwalitatieve onderzoeken hebben laten zien welke bewuste en onbewuste mechanismen aan de ongelijkheid ten grondslag liggen. Structurele barrières moeten geslecht worden zodat mannen en vrouwen gelijke carrière-kansen krijgen.

Het probleem is dermate serieus, dat de cijfermatige onderbouwing ervan in de jaarlijkse Monitor ronduit merkwaardig is. Waar blijven de relevante statistieken?

(more…)

De haaien vallen aan!

Hier volgt een gastbijdrage van Jelke Bethlehem (@jelkeb), Universiteit Leiden.

Onlangs ging onderstaande grafiek rond op Twitter . Hij was erop gezet door Derek Willis van The Upshot, de nieuwe datajournalistieke website van de New York Times. De grafiek laat zien welke Amerikaanse staten het meeste last hebben van (niet uitgelokte) aanvallen van haaien.  De grafiek riep hilarische reacties op. Het is natuurlijk niet zo verbazingwekkend dat vooral de kuststaten last hebben van haaien. Er is geen enkele aanval van een haai gerapporteerd in de binnenlanden! Wow!

 

 

 

Deze grafiek mag dan op het eerste gezicht overbodig lijken, maar hij roept ook wel een aantal vragen op. Zo vroegen sommige mensen zich af waarom er voor één van de kuststaten (Alaska) geen aanvallen van haaien zijn gerapporteerd. Waren er geen gegevens? Of waren er geen aanvallen? Komen daar eigenlijk wel haaien voor?

(more…)

Voor- en tegenstanders van scholenlijsten: de keek van een leek…

Het zal trouwe lezers van ons blog zijn opgevallen dat we het afgelopen jaar met enige regelmaat stukjes hebben geplaatst uit de onderwijssociologie. Vorig jaar publiceerde RTL Nieuws in samenwerking met Jaap Dronkers een lijst van basisscholen op basis van de Cito-toets. Deze ruwe Cito-scores werden (zo goed mogelijk) gecorrigeerd voor de socio-economische samenstelling van scholen om de toegevoegde waarde van een basisschool te kunnen bepalen. Vandaag publiceert RTL Nieuws een update van de scholenlijsten, dit maal zonder directe samenwerking van Dronkers.

Ik ben een volslagen leek op dit terrein – inmiddels ben ik door mijn driejarige zoontje wel ervaringsdeskundige als het aankomt op plaatsing, maar dat terzijde… – maar het idee achter het berekenen van een toegevoegde waarde is vrij intuïtief. Hieronder mijn poging deze intuïtie samen te vatten (ik laat me uiteraard graag corrigeren in de comments) en de argumenten van voor- en tegenstanders in kaart te brengen.

(more…)

Vrouwen in de wetenschap: glazen plafond of gebrekkige ambitie?

Hier volgt een gastbijdrage van Liza Mügge en Rachel Sponk, Amsterdam Research Center for Gender & Sexuality.

Alhoewel ruim de helft van alle studenten vrouw is, ligt het percentage vrouwelijke hoogleraren in Nederland rond de 15 procent. Nederland bungelt met dit percentage onderaan de Europese ladder. Ligt dit aan structurele barrières waardoor vrouwen niet kunnen opklimmen? Of zijn vrouwen gewoonweg minder ambitieus? Wat kan de universiteit en wat kunnen vrouwen zelf doen om hier verandering in te brengen?

Over deze vragen gingen drie sprekers in debat op 19 juni in de Academische Club van de Universiteit van Amsterdam. Marise Born, hoogleraar personeelspsychologie aan Erasmus Universiteit Rotterdam en bestuurslid van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, en Marieke van den Brink, universitair hoofddocent bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen (promoveerde op gendermechanismen in de benoemingsprocedures van hoogleraren), hielden een inleiding. Hierop volgde een korte reactie van Louise Gunning-Schepers, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam.

(more…)

De eerste helft maar afschaffen?

Hier volgt een gastbijdrage van Jelke Bethlehem (@jelkeb), Universiteit Leiden.

 

Wie het wereldkampioenschap voetbal in Brazilië volgt (en wie doet dat niet?), zal ook wel het gevoel hebben gekregen dat er in de tweede helft meer gescoord wordt dan in de eerste helft. Tijd voor nader onderzoek dus.

Er zijn op dit moment (donderdag 3 juli) in totaal 56 wedstrijden gespeeld. Daarin zijn 154 doelpunten gescoord. Dat is een gemiddelde van bijna 3 (2,75) per wedstrijd. Op de website van de FIFA is van al die doelpunten terug te vinden in welke minuut ze zijn gescoord. Door al die tijdstippen te verdelen in intervallen van een kwartier, kunnen we de verdeling van de doelpunten in de tijd in beeld brengen:

 

jelkewk

 

Er is een opvallend en duidelijk patroon te zien. Elk volgend kwartier wordt er meer gescoord. In het eerste kwartier (0-15 minuten)) zijn er slechts 13 doelpunten. In het laatste kwartier (75-90 minuten) is dat opgelopen tot 37 doelpunten. Gemiddeld komen er elk kwartier vier doelpunten bij.

Wat de verklaring voor dit duidelijke patroon is, is voer voor voetbaldeskundigen. Krijgen de spelers van de coach opdracht om voor de rust defensiever te spelen en pas na de rust toe te slaan? Of gaat in de tweede helft de vermoeidheid meespelen, maken de spelers meer fouten, en kan er daardoor makkelijker worden gescoord?

De grafiek bevat ook de doelpunten die in de verlenging zijn gescoord. Dat zijn er een stuk minder. Dat is logisch, want bij de eerste 48 groepswedstrijden was geen verlenging mogelijk. Het interval van 90 t/m 120 minuten bevat alleen de doelpunten van de 8 wedstrijden in de achtste finales. Ook in de verlenging lijkt in de tweede helft meer gescoord te worden dan in de eerste helft, Het gaat echter om slechts 7 doelpunten, dus harde conclusies zijn vooralsnog niet te trekken. Misschien nog even de komende wedstrijden afwachten…

Welke conclusie kunnen we uit deze analyse trekken? Misschien wel dat de tweede helft leuker is dan de eerste helft. De eerste helft dus maar afschaffen?

Voordracht Juncker: democratisch succes of nieuw legitimiteitsgat?

Ondanks hevig verzet van de Britse premier Cameron, kreeg Jean-Claude Juncker de nominatie voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Ook Rutte en Reinfelt steunden uiteindelijk de nominatie van Juncker, hoewel zij zich niet gelukkig toonden met de gekozen procedure. Voor het eerst hadden de Europese samenwerkingsverbanden van partijen vóór de verkiezingen kandidaten gesteld voor het EC-voorzitterschap. De boodschap aan de Europese Raad was: de kandidaat wiens partij de Parlementsverkiezingen wint moeten jullie voordragen, anders stemmen wij niet in.

Volgens sommigen, Cameron voorop, is deze procedure een grote vergissing. Juncker zou autoritair zijn, een elite-kandidaat die tegen de wil van een substantieel deel van het electoraat in gaat. De nieuwe procedure zou een voedingsbodem voor Euroscepsis zijn, zo meende Stuk Rood Vlees-collega Matthijs Rooduijn in NRC Handelsblad.

In de discussie speelt de persoon van Juncker veelal een prominente rol. Niemand wil hem echt, is het gehoorde argument. Maar hoe moeten we de nieuwe procedure nu beschouwen? Een democratisch succes of een nieuw Europees legitimiteitsgat? Vier argumenten in deze discussie onder de loep.

(more…)

Het nut van lekken

Afgelopen week ontstond er op het Binnenhof de nodige commotie over een onderzoek dat de Rijksrecherche in opdracht van Kamervoorzitter Van Miltenburg gaat uitvoeren naar het lekken van de lijst van kandidaten voor de functie van Nationale Ombudsman. In dit kader schorste GroenLinks fractievoorzitter Bram van Ojik Kamerlid Linda Voortman voor een maand van het Kamerwerk van GroenLinks. Zij heeft volgens Van Ojik niet naar de pers gelekt, maar wel de namen genoemd in een fractie-overleg.

 

Het lekken van informatie door politici aan media is een veelvuldig voorkomend fenomeen en een deel van het vraag- en aanbodspel tussen politicus en journalist. Een enkele keer kan het hier een ‘slip of the tongue’ betreffen, maar in veel gevallen is het een bewuste strategische overweging. De politicus denkt dan te profiteren van het feit dat de informatie publiek wordt of de relatie met de betreffende journalist te verbeteren om zo in de toekomst van een goede verstandhouding te kunnen profiteren. Een bewuste keuze door de politicus dus, maar ook ééntje die gemaakt wordt in een ‘gemediatieerde’ context, waarin er constant druk gevraagd wordt om informatie, welluidende quotes en meningen over collega-politici.

 

Een groot deel van het politieke proces speelt zich af achter gesloten deuren. In veel gevallen kan dat wenselijk zijn. Zeker in een land als Nederland, waar een meerpartijenstelsel en proportionele representativiteit vragen om veelvuldige onderhandelingen om meerderheden voor bepaalde maatregelen te bewerkstelligen. Om daadwerkelijk tot die consensus te komen is het soms goed de openbaarheid te mijden en in alle rust ‘te geven en te nemen’. Dit overigens vaak wel tot frustratie van journalisten. De ervaring leert dat het vroegtijdig bekendmaken van gedetailleerde informatie gedurende het onderhandelingsproces het succes daarvan nog weleens in de weg kan staan. Vandaar dat er in bijvoorbeeld coalitie-onderhandelingen de afgelopen keren bewust een ‘mediastilte’ in acht wordt genomen.

 

In het geval van de kandidaten voor de Nationale Ombudsman is het de vraag wat er voor bepaalde politici te winnen is bij het verschaffen van die informatie aan de pers. Dit belang is niet even makkelijk vast te stellen, zeker niet op een afstandje. De ambivalente houding van bepaalde media is in dit opzicht overigens wel opvallend. Politiek verslaggever Paul Jansen van de Telegraaf  haalt in een reportage ‘Groen liegt’ afgelopen zaterdag nogal fel uit naar het ‘uit de school klappen’ van Linda Voortman. Hij doet dit op basis van een reconstructie die geheel gebaseerd is op…, juist, gelekte informatie.

Zijn schooladviezen aan inflatie onderhevig?

Hier volgt een gastbijdrage van Jaap Dronkers (e-mailhomepage; @DronkersJ), hoogleraar onderwijssociologie, Universiteit Maastricht. 

Een belangrijke functie van de Citotoets is de correctie op het advies van de basisschool over het meest geschikte type voortgezet onderwijs. Dit is niet alleen een correctie voor te lage adviezen, maar ook voor te hoge adviezen.

Nu het advies leidend is geworden bij toelating tot het voortgezet onderwijs en de Citotoets op de tweede plaats is gekomen, kan het aandeel van te hoge adviezen toenemen. Ouders zullen immers sneller een laag advies aanvechten, maar bijna nooit een hoog advies, want ‘elk meent zijn uil een valk te zijn’. Met andere woorden er kan door het ontbreken van een ‘vast punt’ adviesinflatie onstaan.

(more…)