Wederom journalist vermoord in Mexico

Hier volgt een gastbijdrage van Jos Bartman, promovendus in de internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Afgelopen zaterdag werd de fotojournalist Ruben Espinosa (31) gemarteld en vermoord in Mexico-Stad. Hoewel Veracruz, de staat waar hij werkte, al lang bekend staat als een onveilige plek voor journalisten, is dit de eerste keer dat een gevluchte journalist uit Veracruz ook in Mexico-Stad niet veilig blijkt te zijn. De moord op Espinosa laat niet alleen zien hoe slecht Mexicaanse journalisten het hebben, maar is ook exemplarisch voor de manier waarop een land als Mexico met politieke dissidenten omgaat. Niemand minder dan onze eigen minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken faalt om dit te doorgronden.  

Volgens Article 19, een organisatie die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting en de belangen van journalisten, is Ruben Espinosa de twaalfde journalist uit Veracruz die sinds 2010 is vermoord. Hiermee kan Veracruz zich de meest gevaarlijke staat in Mexico voor journalisten noemen, en is het volgens Reporters Without Borders zelfs één van de meest gevaarlijke gebieden op de aarde.

(meer…)

Populisme op de flanken

Wat bepaalt hoe populistisch een partij is? Uit een vorige week online gepubliceerd artikel (paywall) van mijzelf en Tjitske Akkerman blijkt dat de mate van populisme van een partij in sterke mate wordt beïnvloed door hoe radicaal die partij is.

Onderstaande figuur laat mooi zien dat er een verband is tussen de links/rechts-positie van partijen en hun mate van populisme. De stippen in de figuur representeren 85 verkiezingsprogramma’s van 32 partijen uit vijf West-Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en het Verenigd Koningrijk). Zowel partijen die zeer links zijn als partijen die behoorlijk rechts zijn verkondigen een sterk populistische boodschap (dwz dat het goede volk wordt verraden door een slechte elite). Partijen in het ideologische midden (rond score 0) zijn over het algemeen nauwelijks populistisch te noemen.

 

Figure

Figuur: Samenhang populisme-score en links/rechts-positie

(meer…)

Is de Peilingwijzer een bedorven maaltijd?

Toen de Peilingwijzer voor het eerst werd gepubliceerd, merkte Reinier Heutink van Ipsos (Politieke Barometer) op: “Als je een goede maaltijd mengt met een bedorven maaltijd, houd je altijd een bedorven maaltijd over.” Met de goede maaltijd bedoelde hij uiteraard zijn eigen peiling; met die die bedorven maaltijd zal hij vast zijn collega Maurice de Hond bedoeld hebben.

Koken is echter wat anders dan peilen en het is nog maar de vraag in hoeverre Heutink gelijk heeft. De Peilingwijzer voegt alle bestaande peilingen samen tot een soort ‘gemiddelde’ inschatting van de steun voor alle partijen. Daarbij wordt er -kortweg- vanuit gegaan dat de peilingen gemiddeld genomen goed zitten. Hoe zou de Peilingwijzer veranderen als we bijvoorbeeld één peiler niet meenemen? (meer…)

Wat vinden de Grieken van de EU en de euro?

Vanmorgen is bekend geworden dat Griekenland en de andere eurolanden een akkoord hebben bereikt over een noodpakket. Daarbij lijken we al bijna vergeten te zijn dat de Grieken vorige week massaal “oxi” (nee) hebben gestemd bij het referendum over de door de EU geëiste bezuinigingen. Wat betekende die uitslag nu? Vrijwel iedereen lijkt daar een andere interpretatie aan te geven. Volgens de één was het een rigoureuze verwerping van het eurolidmaatschap of zelfs de hele EU. Volgens de ander wilden de Grieken juist graag de euro houden en moet de uitslag van het referendum geïnterpreteerd worden als een smeekbede aan de EU-onderhandelaars om de Grieken wat meer lucht te geven.

Wie heeft er nu gelijk? Dat is (nog) niet te zeggen. Wel kan publieke opinieonderzoek ons helpen een stapje verder te komen. Wat vinden de Grieken van de EU? En hoe hebben hun opvattingen zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? (meer…)

Populisten aan de macht: Goed of schadelijk voor de democratie?

Al jaren wordt met een priemend vingertje gewezen naar nieuwe partijen die plots aan de macht komen. Die partijen worden al snel verweten populistisch te zijn, en de democratie te schaden. Volgens Frits Bolkestein (VVD) zou Nederland een ‘pleefiguur’ slaan als Pim Fortuyn (LPF) premier zou worden. En de afgelopen maanden wordt het Griekse Syriza nog veel verdergaande verwijten gemaakt, recent nog door het Vlaamse, liberale EP-lid Guy Verhofstadt.

Politicologen onderzoeken al jarenlang de invloed van populisme op de kwaliteit van de democratie. De opkomst van populisme bij verkiezingen en in het parlement wordt al langere tijd beschouwd als iets positiefs: Populisten zetten nieuwe thema’s op de agenda, geven ontevreden kiezers een stem, kanaliseren de onvrede, en kunnen zo een noodzakelijke correctie bieden op politieke ontwikkelingen.

Maar wat als populisten aan de macht komen?

(meer…)

Griekse peilers zitten er helemaal naast

Hier volgt een gastbijdrage van Jelke Bethlehem (@jelkeb), bijzonder hoogleraar in de survey-methodologie, Instituut voor Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden.

De Grieken hebben gesproken. In het referendum van 5 juli 2015 sprak een flinke meerderheid van 61% zich uit tegen de door de EU voorgestelde hervormingen en bezuinigingen. Slechts 39% stemde voor. Daarmee was de uitslag substantieel anders dan de voorspellingen van de peilers, die een nek-aan-nekrace tussen voor- en tegenstanders voorspelden. Hoe konden die peilers zo de mist in gaan?

(meer…)

Rechtspopulistische partijen als ‘Männerparteien’?

Hier volgt een gastbijdrage van Niels Spierings, universitair docent (gender- en politieke) sociologie aan de Radboud Universiteit (Twitter | Facebook).

Met het vormen van een Europese fractie wordt duidelijker dan ooit dat populistisch radicaal-rechtse (PRR) partijen zoals de Partij voor de Vrijheid, Front National, Freiheitliche Partei Österreichs, Lega Nord en Vlaams Belang een partijfamilie vormen. Tegelijkertijd verschillen deze partijen op bepaalde punten nogal van elkaar. Die spanning is bijvoorbeeld zichtbaar in de positie die deze Männerparteien (in de woorden van Cas Mudde) innemen ten aanzien van emancipatie, genderissues en vrouwen. Dit blijkt uit een recente editie van Patterns of Prejudice die ik met Andrej Zaslove samenstelde. Hieronder volgen vier van de belangrijkste conclusies.

(meer…)

Leidt economische ongelijkheid tot politieke polarisatie?

Sinds de publicatie van Thomas Piketty’s boek Kapitaal in de 21ste eeuw is er, ook op deze blog, veel over de gevolgen van economische ongelijkheid geschreven (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier). Verschillende studies laten zien dat ongelijkheid negatieve gevolgen heeft voor uiteenlopende zaken als sociaal vertrouwen, misdaad, levensverwachting, gezondheid en sociale mobiliteit.

In de VS is veel onderzoek gedaan naar de effecten van economische ongelijkheid op politieke polarisatie. Het idee is dat een grotere mate van ongelijkheid leidt tot meer conflicten tussen arm en rijk en dat politieke partijen hier op in zullen spelen: linkse partijen gaan zich sterker richten op de belangen van armere mensen terwijl rechtse partijen juist geneigd zullen zijn meer aandacht te besteden aan de belangen van de economische elite. Hierdoor zouden de ideologische afstanden tussen partijen groter worden en dus de politieke polarisatie toenemen. Verschillende studies laten inderdaad zien dat in de VS een grotere mate van ongelijkheid leidt tot meer polarisatie (zie voor een overzicht hier, paywall).

De grote vraag is of dit ook voor andere landen geldt. In een vorige maand online gepubliceerd artikel (paywall) laat Sung Min Han zien dat dit niet altijd het geval is. Hoewel economische ongelijkheid en polarisatie in sommige landen duidelijk aan elkaar gerelateerd zijn (bv in Italië en Nederland), is dit in andere landen helemaal niet het geval (bv in Canada en Groot-Brittannië). Hoe kan dat? (meer…)

Geen versoberde wachtgeldregeling maar een burgerschapsverlof voor politieke bestuurders

Mark Bovens breekt een lans voor een nieuwe burgerschapsregeling voor politieke bestuurders. Hij is als hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en is daarnaast lid van de WRR. Dit essay verscheen eerder deze week als ‘Van wachtgeldregeling naar burgerschapsverlof’in het Nederlands Juristenblad.

 

Geen wachtgeld voor ‘graaiers en zakkenvullers’ maar een politiek burgerschapsverlof 

De wachtgeldregelingen voor politieke bestuurders moeten worden vervangen door een algemene regeling voor politiek burgerschapsverlof. De wachtgeldregelingen, zoals neergelegd in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa), hebben hun beste tijd gehad. Ze waren bedoeld om het vervullen van politieke functies te bevorderen, maar inmiddels ondermijnen ze de legitimiteit van politieke ambten en zijn ze een bron van ressentiment en rancune. Wie bij Google de termen ‘wachtgeld’ en ‘graaiers’ combineert, krijgt meer dan 20.000 hits. In de sociale media is het bon ton om politici die gebruik maken van wachtgeld als ‘zakkenvullers’ te bestempelen. In de afgelopen jaren zijn de regelingen bovendien sterk verschraald waardoor ze voormalige politieke bestuurders nog maar een zeer beperkte inkomenszekerheid bieden.

Dat betekent niet dat er geen voorzieningen moeten zijn voor burgers die politieke ambten bekleden. De kwaliteit van het openbaar bestuur en van de democratische rechtsstaat in ons land staat of valt met de kwaliteit van de politieke bestuurders. Tegelijkertijd is het voor veel capabele burgers niet erg aantrekkelijk om een politiek ambt te vervullen: politici staan laag in achting, maken door hun publieke functie hun persoonlijk leven kwetsbaar voor haatmails en verbaal geweld, en hebben na afloop steeds meer moeite om een baan te vinden.

In dit essay zal ik eerst analyseren waarom politieke ambten steeds onaantrekkelijker zijn geworden en hoe de wachtgeldregelingen steeds verder zijn uitgekleed. Vervolgens zal ik de contouren schetsen van een alternatief: een levensloopregeling voor de publieke zaak.

(meer…)