4 belangrijke vragen over partijfinanciering

1 Comment

Moet het systeem van partijfinanciering op de schop? Gisteren publiceerde Volkskrant een artikel waarin partijbestuurders van CDA, VVD en PvdA aangaven dat de partijen krap bij kas zaten en dat een herziening van het systeem nodig is. Dit soort voorstellen lokt doorgaans een aantal goedkope reacties op, zoals (1) partijen zijn totaal losgezongen van de burgers en (2) partijen smijten met geld. Ook levert het wat meer fundamentele vragen op: (3) is het goed voor de democratie als partijen meer leden hebben, en (4) is een ledenpartij überhaupt goed voor de democratie?

 

1. Zijn partijen totaal losgezongen van de burgers?

Er wordt beweerd dat partijen totaal afhankelijk zijn van subsidies en daardoor niet meer naar hun leden hoeven te luisteren.  Dit beeld klopt niet. Ongeveer 40 tot 50% van de inkomsten van de PvdA en VVD komen uit contributies van leden, ongeveer 30 tot 35% komt van subsidies, en de rest komt van giften. Kortom, leden zijn de belangrijkste bron van inkomsten van partijen en partijen hebben dus ook een prikkel om leden te houden. Je kan natuurlijk vinden dat partijen te veel subsidie krijgen. Feit blijft wel dat subsidies niet de belangrijke inkomstenbron van partijen zijn.

 

2. Smijten partijen met geld?

De budgetten van PvdA, VVD en CDA in 2014 waren respectievelijk: circa 10, 8, en 5 miljoen. Voor dat geld koop je wellicht de topscorer van de Eredivisie. Nederland is geen koploper wat betreft partij-uitgaven per hoofd van de bevolking. Onze oosterburen zijn daar beter in. Duitsers besteden ongeveer 2x zoveel als Nederlanders per hoofd van de bevolking aan partijsubsidies (link, link). En in vergelijkend perspectief is Duitsland nog maar een middenmoter. Voor alleen de Senaatsverkiezingen in North-Carolina (10 miljoen inwoners) in 2014 werd al ongeveer €32 miljoen uitgegeven.

Zouden partijen met minder af kunnen? Ongetwijfeld. Vroeger gebeurde er bij partijen meer op amateurbasis. Tegenwoordig huren partijen meer professionals in. Kan er een spindokter af bij de PvdA, een mediatrainer bij de VVD? Ongetwijfeld. Zou het iets uitmaken? Waarschijnlijk niet.

 

3. Meer leden; betere democratie?

Partijen verliezen leden, maar het absoluut aantal leden is redelijk stabiel rond de 300.000 (link). CDA, VVD en PvdA verliezen relatief veel leden en daardoor is de huidige financieringsregeling voor hen onvoordelig. Een deel van de partij subsidies wordt als volgt berekend: (aantal leden partij / totaal aantal leden) * 1.9 miljoen (link). Stel Hans Spekmanhad  zijn belofte om van de PvdA een partij met 100.000 leden te maken waargemaakt (nu 45.000). Dan had de partij ongeveer €200.000 meer aan subsidie gekregen en naar schatting €10 miljoen meer aan contributies. Er is dus een aanname in het subsidiesysteem dat meer leden goed is. Is dat terecht? Kiezers ervaren meer afstand tot hun partij, des te meer leden deze partij heeft (dit is work-in-progress, email mij als je meer informatie wilt). Een interpretatie hiervan is dus dat massapartijen er niet beter in slagen om kiezers te vertegenwoordigen dan andere partijen.

Een andere functie van partijen is de selectie en training van toekomstige politici. De vijver om talenten uit te vissen is tegenwoordig kleiner dan pakweg 40 jaar geleden. Maar het is moeilijk te bepalen of die vijver te klein is. Soms klagen politieke partijen over een gebrek aan kandidaten. Maar komt dat door het aantal leden, of de tanende aantrekkelijkheid van het beroep politicus?

 

4. Zijn ledenpartijen goed voor de democratie?

Mijn collega Thomas Meyer laat in zijn boek zien dat partijen met relatief meer leden ook meer verschuiven op een links-rechtsdimensie. Maar is dat goed of slecht? Het is maar net naar welk aspect van de democratie je wil kijken. Stel, we willen een optimale afstand – d.w.z. een zeer kleine – tussen burgers en de partijen waarvoor ze stemmen. Deze situatie kan bereikt worden als alle partijen als partijpositie steeds het middelpunt nemen van de ideologische voorkeuren van hun kiezers (zie dit boek voor het formele bewijs). Op deze manier wordt de kiezer op termijn het best vertegenwoordigd in het parlement. Kunnen ledenpartijen dit abstracte voorstel in de praktijk brengen? Nee, want er is geen garantie op een democratische besluitvorming onder de kiezers van de partij (of zelfs makkelijker de leden). Bovendien zijn er prikkels om andere posities in te nemen. Er zijn natuurlijk wel mogelijkheden om dit te stimuleren, door interne partij besluitvorming in de wet vast te leggen (zoals in Duitsland) of door subsidie te geven op basis van het proces van besluitvorming. Of een veel wilder idee: maak elke kiezer symphatisant met stemrecht van de partij waarvoor hij of zij gekozen heeft (tot de volgende verkiezing).

Maar zoals gezegd: het is maar net waar je naar wil kijken. Dit systeem is goed voor vertegenwoordiging in het parlement, maar het werkt veel minder goed om de afstand tussen de burger en de regering te verkleinen. Daarvoor heb je ander partijgedrag nodig, en wellicht ook andere partij-organisatiestructuren.

About the author

Gijs Schumacher

Related Articles

1 Comment

  1. LJMB

    De top-downbenadering van het Nederlandse politieke stelsel beschouw ik als zeer ongezond. De meeste politieke partijen in Nederland zijn telkens op zoek naar kiezers en leden en ze zijn zelfs op zoek naar standpunten die concurrerende partijen (nog) niet hebben. Het lijken wel commerciële bedrijven op zoek naar marktaandeel…

    Ik ben zelf meer voor een bottom-up/grassrootsbenadering, waarbij het niet partijen, maar mensen zijn die standpunten innemen en op basis daarvan al dan niet verkozen worden. De politieke partij kan dan bestaansrecht hebben als vereniging van gelijkgezinden (een partij van mensen i.p.v. een partij voor mensen).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)