Prinsjesdag en de peilingen

No Comment

Deze derde dinsdag van september is de laatste voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen. Een goed moment om de electorale stand van zaken op te maken. Hoewel er nog veel kan veranderen, blijken peilingen minder dan 200 dagen voor de verkiezingen al redelijke voorspellers van de uiteindelijke uitslag. Wie staan er goed voor, waar vallen de klappen en waar liggen de onzekerheden? Hiervoor maak ik gebruik van de Peilingwijzer, die alle beschikbare peilingen samenvoegt tot één inschatting van de electorale stand van zaken.

Op deze laatste Prinsjesdag proberen de regeringspartijen er een beetje een feestje van te maken. Opiniepeilingen zouden hen echter weinig optimistisch moeten stellen. De PvdA staat al zo’n beetje sinds Prinsjesdag 2013 op ergens tussen de 10 en 15 zetels, een verlies van 17 procentpunt (rond de 25 zetels) ten opzichte van 2012. De VVD verloor ‘maar’ iets meer dan 8 procentpunt (zo’n 12 zetels) en kende meer ups-and-downs in de laatste jaren. Nu de PVV-hausse die vorig jaar begon is ingezakt, staat de VVD weer samen met de PVV op kop in de peilingen. Maar de VVD betaalt nog steeds de politieke prijs voor de samenwerking met de sociaaldemocraten. Ter vergelijking: in een groot deel van de periode 2010-2012 schommelde de VVD rond een niveau van zo’n 21% steun, nu is dat zo’n 17%. Een verschil van 4% of 6 zetels.

Peilingwijzer

 

Oppositie op winst

Alle oppositiepartijen staan in de peilingen op winst, behalve de SP. Grote winst is er voor de PVV (+7%), GroenLinks (+6%) en 50PLUS (+4%). Andere partijen boeken een meer bescheiden winst, zoals D66 (+3%), CDA (+2%), CU (+1%), PvdD (+1%). De kleinste partijen (SGP, VNL en Denk) winnen minder dan 1 procentpunt. Deze schattingen kennen een foutmarge, maar de winst is bij elke genoemde partij significant groter dan nul.

De SP staat momenteel vrijwel gelijk met de verkiezingsuitslag van 2012. Aanvankelijk boekte de partij winst in de peilingen, maar die is met name in het laatste jaar verdampt. Volgens cijfers van de Politieke Barometer van Ipsos, die de partij met 16 zetels net iets hoger inschat dan de Peilingwijzer (15 zetels), wint de SP weliswaar 4 zetels van de PvdA, maar verliest ze aan niet-stemmers en een klein beetje aan zo’n beetje alle andere partijen. Cijfers van De Stemming van EenVandaag suggereren dat de SP vorig jaar kiezers verloor aan de PVV en dat deze na de daling van de partij van Wilders in veel mindere mate zijn teruggekeerd naar Roemer en de zijnen.

 

Versplintering

De daling van de PVV zorgt ervoor dat de versplintering in het electorale landschap weer is toegenomen. In onderstaande figuur staat die versplintering aangeduid in termen van het effectief aantal partijen. Hoe hoger dit aantal, hoe meer versplintering. Bij de verkiezingen van 2012 was het effectief aantal partijen nog ongeveer 5,5, terwijl het op basis van de huidige peilingen bijna 8,5 zou zijn. Ter indicatie: als er 8 politieke partijen van precies dezelfde grootte zijn is het effectief aantal partijen 8. In de huidige situatie zijn sommige partijen iets groter en een heel aantal wat kleiner; het beeld blijft er één van een behoorlijke versplintering.

Effectief aantal partijen op basis van de Peilingwijzer

Het positieve nieuws is dat we bij de vorige verkiezingen ook een hoge mate van versplintering zagen tot ruim een maand voor de stembusgang. Door de onstuimige opmars van de PvdA en de winst van de VVD pakte de electorale steun zich toen echter samen in twee partijen, waardoor de versplintering snel afnam. Het zou goed kunnen dat dit opnieuw gebeurt, maar welke partijen zullen deze keer als magneet dienen? Weer de PvdA, ondanks de teleurstelling bij veel oud-PvdA-kiezers uit 2012? Een cruciaal verschil was dat de PvdA toen in de oppositie zat en nu medeverantwoordelijkheid draagt voor regeringsbeleid dat volgens de meeste (60%) deelnemers aan een recente EenVandaag-enquête vooral door de VVD beïnvloed wordt (9% zegt PvdA, 21% evenveel, 10% weet niet). Weet de VVD opnieuw de kiezers op rechts te binden? Of weet het CDA zich te profileren als de optie voor teleurgestelde centrum-rechtse kiezers? Worden misschien toch PVV en SP de stemmentrekkers op rechts en links? En hoe aansprekend zijn GroenLinks en D66 voor de centrum-linkse en centrum-kiezers?

De Stemming van EenVandaag geeft een aardig inzicht in de electorale twijfelaars. Dat doen ze door kiezers niet één maar vijf stemmen te geven die men kan verdelen zoals men wil: alle vijf op één partij of splitsen tussen verschillende partijen. Als mensen hun stemmen verdelen tussen partijen laat dat zien dat ze tussen verschillende opties twijfelen. Deze electorale concurrentie verloopt grotendeels langs links-rechts lijnen: de VVD concurreert met name met PVV, CDA en D66, terwijl de PvdA twijfelaars heeft die ook overwegen op GL, SP of D66 te stemmen. Dit beeld komt grotendeels overeen met eerder onderzoek van Tom van der Meer, Erika van Elsas, Rozemarijn Lubbe en Wouter van der Brug. Linkse kiezers twijfelen tussen linkse partijen en rechtse partijen twijfelen op rechts. D66 neemt een middenpositie in en weet zowel links als rechts te bedienen. Daarnaast is er een (beperkte) uitwisseling tussen SP en PVV (50PLUS en PvdD vissen deels in dezelfde vijver van anti-establishment kiezers). Let wel, dit gaat om de algemene patronen. Er zullen vast kiezers zijn die twijfelen tussen GroenLinks en de PVV of tussen de PvdD en VVD, maar dat zijn de uitzonderingen.

Het uitvoeren van goed opinieonderzoek is niet eenvoudig. Zelfs als de peilingen op dit moment geen enkele vertekening zouden laten zien, blijft het goed om te benadrukken dat zetelpeilingen een momentopname van partijpolitieke steun op een bepaald moment zijn. Richting de verkiezingen zullen steeds meer stemmers serieus gaan nadenken over hun stemkeuze. De peilingen van de verschillende bureaus lopen dan doorgaans iets minder uit elkaar. Ik ben zeer benieuwd of de verkiezingsstrijd weer uitloopt op een horse race tussen één partij uit het rechtse en één uit het linkse kamp.

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)