Afzeggen verkiezingsdebatten schaadt zelfvertrouwen en kennis

No Comment

Geert Wilders (PVV) heeft in de afgelopen weken zijn deelname aan twee verkiezingsdebatten ingetrokken. Mark Rutte (VVD) doet evenmin mee aan het eerste grote verkiezingsdebat bij RTL. Het Premiersdebat ging in oorspronkelijke vorm niet door, omdat RTL zich op basis van de Peilingwijzer genoodzaakt zag om niet vier maar vijf partijen uit te nodigen. VVD en PVV weigerden vervolgens nog deel te nemen. Later zegde Geert Wilders ook zijn deelname aan het Carré-debat af, nadat RTL een interview had gepubliceerd met zijn broer.

Daarmee laten de partijen de kiezer in de steek. Verkiezingsdebatten doen er immers toe. Ze stimuleren het politiek bewustzijn: Door te kijken naar verkiezingsdebatten zijn kiezers beter in staat om partijen inhoudelijk met elkaar te vergelijken. Debatten genereren politiek zelfvertrouwen en inhoudelijke kennis bij kiezers voordat zij het stemhokje ingaan. Dat blijkt uit onderzoek van Annemarie Walter (Universiteit van Nottingham), Peter van Aelst (Universiteit van Antwerpen) en mijzelf. Door niet deel te nemen aan grote verkiezingsdebatten, ontnemen PVV en VVD kiezers de mogelijkheid te leren.

 

Te veel partijen?

Het klinkt vanzelfsprekend: Gedurende een verkiezingscampagne leren kiezers waar partijen staan, en worden ze beter in staat om die partijen te plaatsen op de belangrijkste verkiezingsthema’s. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet in een meerpartijenstelsel als dat van Nederland. Wanneer twee partijen debatteren, zijn de scheidslijnen duidelijk. Wanneer dat er vier of acht of twaalf zijn, is dat een stuk moeilijker. Er worden meer thema’s opgeworpen, en de posities op die thema’s zijn geschakeerder. Doordat ook partijen elkaar aanvallen op details, terwijl zij het grotendeels met elkaar eens zijn, kan de verwarring onder kijkers wellicht alleen maar groter worden.

De hamvraag is dus of verkiezingsdebatten ook in Nederland de rol vervullen van leerfabriek voor de kijkers.

 

Leren van verkiezingsdebatten

Daarom onderzochten Annemarie Walter, Peter van Aelst en ikzelf of ook in de Nederlandse context leereffecten bestaan. We onderzochten de verkiezingscampagne van 2010, waarin we een vaste groep kiezers voor en na de campagne volgden. De uitkomsten waren interessant.

Ten eerste zien we dat kiezers gedurende de campagne inderdaad beter in staat worden om partijen te plaatsen op een drietal verkiezingsthema’s (zorg, hypotheekrenteaftrek, immigratiebeleid): ze doen dat met minder voorbehoud en ze doen het correcter. Die beide leereffecten ebben weer snel weg zodra de verkiezingscampagne voorbij is.

De vervolgvraag is uiteraard wat de oorzaak is van deze leereffecten. Kiezers die de verkiezingscampagne in het algemeen goed volgen, zijn daardoor beter in staat om partijen inhoudelijk te plaatsen. Daarbovenop komt een tweede verklaring: kiezers die de verkiezingsdebatten intensiever volgen, krijgen meer zelfvertrouwen om partijen te plaatsen én doet dat daardoor ook accurater. En die leereffecten treden vooral op voor partijen en thema’s die in die verkiezingsdebatten de meeste aandacht krijgen.

 

De schadelijkheid van het afzeggen

Door hun deelname aan belangrijke verkiezingsdebatten af te zeggen, hebben kiezers minder kans om hun inhoudelijke standpunten te leren kennen. Dat schaadt wel degelijk de kennis waarmee zij het stemhokje ingaan.

Natuurlijk kunnen kiezers ook gebruik maken van interviews, verkiezingsprogramma’s, spotjes en flyers om de standpunten te leren kennen. Maar verkiezingsdebatten hebben een unieke, toegevoegde waarde. Doordat zij met elkaar in discussie gaan, positioneren partijen zich ten opzichte van elkaar. Dat is voor kiezers belangrijke informatie. En juist die informatie wordt de kiezer onthouden, wanneer partijen het debat niet met elkaar aangaan.

 

Foto: Bron (cc3.0)

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)