Asielbeleid in Europa: draagt Nederland een te zware last?

7 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Dimiter Toshkov (@DToshkov, blog), universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

Asielbeleid en immigratievraagstukken pronken al jarenlang hoog op de politieke agenda. Media besteden uiteraard ook aandacht aan asielproblematiek (zie bijvoorbeeld deze Google Trends grafiek), maar beperken zich (te) vaak tot de context van algemene politieke uitspraken of een tragische situatie van individuele vluchtelingen. Een serieus debat over het Nederlandse en Europese asielbeleid moet op meer dan gevoelens en persoonlijke indrukken gebaseerd zijn. In deze post zal ik wat feiten en trends presenteren rondom een belangrijke vraag: draagt Nederland een te zware ‘asiellast’ ten opzichte van andere EU-lidstaten?

Algemene cijfers

Eerst het grote plaatje. Sinds 2000 hebben elk jaar gemiddeld zo’n 370.000 mensen asielbescherming aangevraagd in een van de 27 EU-lidstaten en Noorwegen en Zwitserland (EU+). Dat heeft ongeveer 4,5 miljoen asielzoekers opgeleverd voor de periode 2001-2012, oftewel iets minder dan één procent van de totale bevolking van de EU. Gemiddeld genomen ontvangt slechts 11% van de aanvragen een positief besluit, wat betekent dat in de laatste twaalf jaar in de EU minder dan een half miljoen mensen de juridische status van ‘vluchteling’ volgens de Conventie van Geneve hebben ontvangen.

De landen die wereldwijd de meeste vluchtelingen ontvangen liggen buiten Europa: Pakistan, Iran, Kenië, Jordanië, Syrië, Tsjaad). Van de Europese landen behoort alleen Duitsland tot de grootste ontvangers van vluchtelingen.

Nederland heeft tussen 2001 en 2012 in totaal 180.000 asielaanvragen geregistreerd. Daarvan zijn 7.000 aanvragen positief beoordeeld met als resultaat een erkenning van vluchtelingenstatus. Daarnaast hebben 68.000 mensen subsidiaire bescherming gekregen. Figuur 1 toont de fluctuaties van het aantal asielaanvragen en positieve besluiten (alle gegevens zijn gebaseerd op de UNHCR jaarlijkse statistische rapporten).

 

Dimiter1

Figuur 1. Asielaanvragen en positieve besluiten, Nederland, 2001-2012. Data: UNHCR

 

Relatieve lasten

Doet Nederland te veel of te weinig? Welk land draagt nu eigenlijk de zwaarste last in Europa? Het is nogal een uitdaging om deze vragen sluitend te beantwoorden, omdat ‘te veel’ en ‘te weinig’ nou eenmaal subjectieve begrippen zijn. Toch kunnen we de Nederlandse ervaringen vergelijken met die in andere Europese landen om zo ‘relatieve’ lasten in kaart te brengen.

Een dergelijke oefening staat of valt natuurlijk met de aard van de vergelijking.  Het is duidelijk dat een naïeve vergelijking van de aantallen niet zou werken. Niemand verwacht immers dat Malta net zo veel asielaanvragen krijgt als Frankrijk, en dat Litouwen net zoveel vluchtelingen verwelkomt als Denemarken. De ruwe cijfers moeten dus gecorrigeerd worden om op zijn minst rekening te houden met welvaart en inwoneraantal per land.

Mijn voorstel is om de ruwe cijfers aan te passen aan het relatieve aandeel van het totale Europese bruto binnenlands product (BNP) van elk land. Een dergelijke, vrij eenvoudige aanpassing corrigeert tegelijk voor bevolkingsgrootte en rijkdom. Stel, een land bezit 2% van het totale Europese BNP in het jaar 2012. Dan zou dat de verwachting scheppen dat dit land 2% van alle in de loop van dat jaar ingediende asielaanvragen in Europa ontvangt en ook 2% van alle positieve besluiten neemt. Ik noem dit voor het gemal de ‘lastcoëfficiënt’. Een lastcoëfficiënt van ‘0’ staat voor een ‘billijk aandeel’ (het land doet precies zoals verwacht op basis van het relatieve BNP), betekenen positieve cijfers een onevenredig zware last, en negatieve cijfers een onevenredig lichte last.

 

De zwaarste lasten

Figuren 2-4 tonen de lastcoëfficiënten voor alle EU+ landen (zonder Kroatië) gemiddeld over de periode 2010-2012. Figuur 2 laat de lastcoëfficiënt zien voor asielaanvragen en Figuren 3 en 4 voor positieve besluiten. De vaste lijn geeft het ‘billijk aandeel’ aan en de stippellijnen geven aan waar een land zich zou bevinden dat twee keer zo veel/zo weinig doet als verwacht.

 

Dimiter2

Figuur 2. Lastcoëfficiënt voor asielaanvragen, EU+, gemiddeld 2010-2012. Data: UNHCR

 

Uit de figuur blijkt duidelijk dat Spanje, Portugal, Italië en de meeste (maar niet alle) Oost-Europese landen minder dan hun verwachte aandeel bijdragen. Daarentegen nemen Cyprus, Malta, Griekenland, en een aantal West-Europese landen (met name Zweden, België en Noorwegen) een onevenredig groot aandeel van de totale asielaanvragen voor hun rekening. Nederland haalt bijna zijn billijk aandeel maar blijft toch aan de negatieve kant van de grafiek staan. Dit betekent dat Nederland in de laatste jaren steeds een kleiner aandeel van alle Europese asielaanvragen ontvangt dan zou passen bij het ‘economische gewicht’.

 

Dimiter3

Figuur 3. Lastcoëfficiënt voor erkende vluchtelingen, EU+, gemiddelde over 2010-2012. Data: UNHCR

 

Als we kijken naar de positieve besluiten (dit zijn erkenningen van vluchtelingenstatus), dan is het beeld vrijwel identiek op enkele belangrijke uitzonderingen na. Oostenrijk en Zwitserland voegen zich bij de landen die meer dan hun ‘billijk aandeel’ voor hun rekening nemen, maar veel landen, waaronder Griekenland en Nederland, stellen teleur. Bedenk overigens dat, terwijl Nederland weinig echte juridische erkenningen van de vluchtelingenstatus afgeeft, er wel veel besluiten tot ‘subsidiaire bescherming’ worden genomen. Wanneer we dit meenemen doet Nederland het weer boven verwachting.

 

Dimiter4

Figuur 4. Lastcoëfficiënt voor alle bescherming, EU+, gemiddelde over 2010-2012. Data: UNHCR

 

Stabiele Nederlandse situatie

Hoe is de Nederlandse positie veranderd in de afgelopen 12 jaar? Figuur 5 toont de lastcoëfficiënten sinds 2000. Met name op het gebied van asielaanvragen verandert er niet zo veel. Er is sprake van fluctuatie in plaats van een duidelijke trend. Toekenning van de vluchtelingenstatus blijft relatief te laag (met als uitzondering 2005), en op het gebied van alle erkenningen (inclusief de subsidiaire bescherming) scoort Nederland relatief hoog. Ongeacht het wisselende politieke landschap en een politieke opinie in flux, blijven de cijfers vrij stabiel.

 

Dimiter5

Figuur 5. Lastcoëfficiënten, Nederland, 2001-2012. Data: UNHCR

 

Europa ontvangt grote aantallen asielzoekers maar er is absoluut geen sprake van een tsunami, stortvloed, overspoeling, of hoe je de toestroom van asielzoekers ook zou willen overdrijven. Uit het Europese totaal ontvangt Nederland een aandeel wat ongeveer in lijn is met zijn ‘billijk aandeel’. Zoals hierboven aangegeven hangt de uiteindelijke conclusie over de zwaarte van de asiellast wel af van de gehanteerde maat. Dat veel Nederlanders een strenger asielbeleid willen berust mogelijkerwijs op een gebrek aan feitenkennis over de relatief lichte last die Nederland nu in Europa draagt. Het is dan ook ronduit ironisch dat 82% van de Nederlanders vindt dat asielzoekers ‘evenredig verdeeld moeten worden’ over de EU-lidstaten…

In : Overig

About the author

Related Articles

7 Comments

  1. seven

    Erg misleidend om het aantal asielzoekers te relateren aan het bbp. De uitgaven per asielzoeker in NL of landen met hoog bbp zijn waarschijnlijk ook veel hoger.
    De last bepalen kan dan beter adhv de uitgaven voor asielzoekers te relateren aan het bbp. Verder zegt het veel lagere aantal positieve besluiten in NL niet veel, aangezien afgewezen asielzoekers vaak niet vertrekken.

  2. Evert Mouw

    Mooi artikel. Het geeft een nuchter getalsmatig beeld van de stand van zaken. Seven (hierboven) betwijfeld of het BBP als maatstaf wel een goed beeld geeft. Het zou leuk zijn om de analyse ook te zien met andere maatstaven, zoals bevolkingsgrootte. Ik begrijp dat ‘t wat te uitvoerig zou worden om het artikel dan nog prettig leesbaar te houden.

    Overigens, Dimiter, mijn complimenten voor je prachtige website. Ik zag daar data en code voor “The dynamic relationship between asylum applications and recognition rates in Europe (1987–2010)”, is daar bovenstaande ook op gebaseerd?

  3. Dimiter

    @seven @Evert
    De figuren met de ruwe aantallen gecorrigeerd alleen voor bevolkingsgrootte (dus niet voor economische macht) – asielaanvragen (http://dimiter.eu/Visualizations_files/asylum/asylum_applications_populonly.png), vluchtelingstatus (http://dimiter.eu/Visualizations_files/asylum/asylum_recognitions_populonly.png) en alle bescherming (http://dimiter.eu/Visualizations_files/asylum/asylum_totalprot_populonly.png).
    Niet zo veel veranderd qua de Nederlandse posities.

  4. Johan van Roekel

    @dimiter, Bedankt, zijn de gelinkte statistieken gecorrigeerd voor absolute aantallen, of voor de bevolkingsdichtheid? Indien het eerste, zijn de cijfers o.b.v. bevolkingsdichtheid ook beschikbaar?

  5. David B.

    Ik denk helemaal niet dat de onvrede van veel Nederlanders met name te maken heeft met de (inderdaad ongefundeerde) aanname dat Nederland relatief, ten opzichte van andere EU-landen, te veel vluchtelingen zou accepteren. Ik denk dat het hen er vooral om gaat dat er de afgelopen tien jaar in absolute aantallen bijzonder veel asielzoekers zijn toegelaten. Daarbij is het voor hen weinig relevant of Nederland in vergelijking met andere EU-lidstaten een lagere gemiddelde lastcoëfficiënt heeft.

  6. Middelburger

    Wat ik mis in het artikel is de verdeling van AZC locatie’s in Nederland. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het aantal AZC locatie’s per provincie zie je dat met name Zuid-Holland opvalt met slechts 1 locatie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)