Boze burgers, salonpopulisten en visieloze premiers: De spagaat van Stealth Democracy

No Comment

Trouw pakt vandaag groot uit met een artikel over de boze burger. De woede over de politiek zou zich onder meer uiten in de roep om “een krachtige aanvoerder die de zaken even snel op orde komt stellen”. Het percentage dat een sterk leider wil is opvallend hoog, maar op zichzelf niets nieuws. De roep om een sterk leider is niet anti-democratisch: diezelfde mensen roepen over het algemeen om meer democratie. Een bijna mythisch leider moet doen wat ‘het’ volk wil. Maar deze roep miskent wel het fundamentele kenmerk van politiek: de afweging tussen verschillende opvattingen over de inrichting van de samenleving.

Opvallend is dat varianten van datzelfde beeld van de politiek inmiddels te zien zijn onder onze politieke elites (de pers en politici in Den Haag). Het uit zich in salonpopulisten en visieloze premiers.

Dit voorjaar schreven we al een bericht over de roep om sterke leiders door boze burgers.

John Hibbing en Elizabeth Theiss-Morse zetten in Stealth Democracy uiteen dat veel kiezers enerzijds een sterke leider willen en anderzijds meer democratie. Dat is niet met elkaar in tegenspraak. In het democratiebeeld van Stealth Democracy willen de meeste burgers zich het liefste niet bemoeien met de politiek. Ze willen gewoon een sterk leider die doet wat ‘het’ volk wil. Tegelijkertijd willen ze veel democratische middelen – verkiezingen, referenda – om als het eens nodig is alsnog in te grijpen en leiders weg te sturen of te corrigeren. De democratische invloed van burgers is daarmee de meeste tijd onzichtbaar, maar kan snel en gericht worden ingezet: Stealth Democracy.

Het is een democratiebeeld dat het volk tegenover een politieke kaste zet. Het rust op het naïeve idee dat het volk het onderling eigenlijk wel over eens is wat de politiek zou moeten doen (false consensus), maar dat politici verdeeld zijn en juiste oplossingen in de weg staan. Zowel de sterke leider als de democratische middelen zijn dan vooral gezamenlijk een oplossing om die politieke kaste op te breken.

 

Wij-het-volk miskent het fundamentele kenmerk van de politiek

Er bestaat onder veel kiezers een oprecht idee dat wij-het-volk bestaat, en dat politici daar afbreuk aan doen. Wij kiezers zijn eensgezind, maar politici laten na om het ‘algemeen belang’ na te streven. Politici zouden simpelweg moeten uitvoeren wat wij-het-volk vinden.

Dit miskent het wellicht meest fundamentele kenmerk van de politiek: een afweging tussen verschillende belangen. ‘Het’ volk bestaat niet, althans niet in politieke zin. Het algemeen belang, als dat al bestaat, is niet evident. Dat zou toch de les moeten zijn van de verkiezingen van de afgelopen jaar, met sterk fluctuerende uitkomsten en een toenemende fragmentatie van het partijstelsel.

 

Salonpopulisten

Toch zie je ditzelfde idee ook terug onder politieke elites; de journalisten en politici in Den Haag.

Deze week verscheen het boek ‘Wij begrijpen elkaar uitstekend’ van NRC-journalist Pieter van Os, waarin hij het begrip salonpopulisme introduceert. “De ergernis over toneelspel en ogenschijnlijk onbenullige Kamervragen laat (vooral) zien hoe salonpopulisten hun politieke partijdigheid verhullen in een mantel van koele, superieure analyse. Politici dansen naar de pijpen van de kiezer, is het verwijt. Ze moeten zich meer gedragen als bestuurders, verantwoordelijke mensen die na rijp beraad iets voor elkaar krijgen, liefst achter gesloten deuren,” schreef hij in NRC. Het belangrijkste verschil met de boze burger is dat de salonpopulist niet verwijst naar ‘wij-het-volk’ maar ‘Ons Soort Mensen’, die echt weten wat er zou moeten gebeuren.

 

“De kern van politiek bedrijven is: goed kiezen met schaarse middelen”?

Zelfs op het hoogste nationale politieke niveau zien we de miskenning van de politiek terugkomen. We zijn het inmiddels gewend dat CEO’s regelmatig in interviews laten weten dat zij de politiek graag zouden opschudden, als sterke man aan het roer van BV Nederland dat dan moet worden bestuurd en afgeslankt als een groot bedrijf. Zij weten welke koers gevaren moet worden, het is die vunzige politiek die het in de weg staat.

Maar ook premier Mark Rutte gaat mee in deze managementtaal. Bij de HJ Schoolezing was hij zowaar enthousiast om een gebrek aan visie, althans, visie over de inrichting van de Nederlandse samenleving. De Volkskrant schreef: “Rutte vatte nog maar eens samen wat voor hem de kern van politiek bedrijven is: goed kiezen met schaarse middelen.” Maar juist over de betekenis van dat ‘goede’ verschillen we, ook in Nederland, oprecht van mening.

In de schriftelijke versie van Ruttes verhaal valt terug te lezen: “Juist nu wordt van politiek en bestuur, en dus ook van mij als premier, verwacht dat we opnieuw de goede keuzes maken.” Politici moeten “al het redelijke doen om met oplossingen te komen, om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit die om draadkracht en besluiten vraagt.” Hoe terecht dit ook is, onduidelijk bleef waar de discussie plaatsvindt hoe we de samenleving willen inrichten.

De boze burger die roept om een sterk leider, de salonpopulist en de visieloze premier. Allen omarmen hetzelfde idee, namelijk dat politici daadkrachtig aan de slag moeten om simpelweg uit te voeren wat ‘wij-het-volk’ willen. Het is een onredelijke eis die vooral leidt tot frustratie.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)