Brexit, een maand later

No Comment

Weet U nog waar U was, die ochtend van 24 juni, toen de ANP-nieuwslezer de onwaarschijnlijke boodschap verkondigde? Misschien net koffiezetten in de keuken of al in de ochtendfile? Het ondenkbare was gebeurd. Een meerderheid van de Britse kiezers wilde de stekker uit hun EU-lidmaatschap trekken. Brexit was geen grap meer, maar de wil van het volk. Zelden heb ik zo veel mensen met zo veel ongeloof naar de wereld om zich heen zien staren als op die ochtend.

Nu zijn we een maand verder, en Brexit is van de voorpagina’s verdwenen – weggedrukt door nieuwe terroristische aanslagen, een Turkse coup en diens nasleep, en de kroning van Donald Trump als Republikeinse kandidaat. Er is een normaliteit teruggekeerd die proeft naar het acroniem snafu, populair onder Amerikaanse soldaten in de 2e wereldoorlog: “situation normal, all fucked up”.

Maar voordat we weer overgaan tot de orde (of waan) van de dag, laten we Brexit nog eens onder de loep leggen. Hoe kon het dat zoveel analisten – academici zoals ikzelf, talkshowgasten, politiek strategen – hier de mist in zijn gegaan? En wat kunnen we daaruit leren over politiek in het algemeen?

 

Rare kronkel: Doet economie er wel toe?

In het stempatroon voor en tegen Brexit zit een rare kronkel: veel van de Leavers zijn juist bovengemiddeld kwetsbaar voor de gevolgen van de uittreding. Zij wonen in regio’s die afhankelijk zijn van overheidsgelden of werken in gebieden die door mondialisering en de uittocht van banen hard zijn getroffen. In zo’n situatie zou je niet gauw het risico van een extra economische schok willen nemen. Althans, zo redeneerden die analisten. Laat de keuze voor van kwetsbare burgers voor Leave dus zien dat economische factoren er weinig toe doen?

Nou, nee. Het hoofdthema van de campagne was migratie. Hoezo? Omdat, zo het idee, migranten de banen van de ingezetenen inpikken. Wel degelijk een economisch argument. Maar als je kennelijk om je economische toekomst bezorgd bent, hoe kan je dan op Leave stemmen, aangezien Brexit het risico bevat van nog meer economische tegenspoed? Sterker nog, hadden we niet geleerd dat mensen over het algemeen risico-avers zijn – verliezen dus altijd proberen te vermijden? Dit was het perspectief van de analisten, en voor hun was het daarmee een uitgemaakte zaak dat de Leavers het niet gaan halen. Wat wij over het hoofd hebben gezien, is dat de wereld bekeken door de ogen van die kwetsbare burgers er heel anders uitziet – en daarmee ook de keuze voor of tegen Brexit.

 

Risico-avers?

Als je een keuze maakt, komt daar altijd, al dan niet bewust, een inschatting van de actuele situatie bij: waar sta je nu, wat is het baseline scenario als je niks veranderd? Als het redelijk goed gaat met mensen, zijn ze inderdaad risico-avers. Maar als je het gevoel hebt dat je, in vergelijking met de rest van de bevolking, steeds meer achteropraakt, dat het vroeger beter was, en dat de toekomst er somber uitziet, krijg je een heel ander baseline scenario. Met een radicale ommezwaai zet je dan niet een rooskleurige toekomst op het spel, maar een redelijk treurige. Brexit is dan wel een risico, maar misschien desondanks je enige kans om het tij van tegenspoed – zoals jij dat beleeft – nog te keren. Het is dezelfde dynamiek die armen geld aan loten laat verspillen: als je al onderaan de ladder staat, maken die vijf euro extra ook niet meer uit. Maar die kans op een miljoen? Die is onweerstaanbaar als je verder geen opties hebt.

Op het eerste gezicht lijkt dit een banaal punt. Mensen in het nauw met weinig hoop voor de toekomst zijn vatbaar voor radicale ideeën en figuren. Wie het gevoel heeft op een doodlopend spoor te zitten, wil vooral dat het roer omgegooid wordt. Waar het schip uiteindelijk strandt, zie je dan later wel.

 

Verliezers van economische verandering zijn niet zomaar af te kopen

Maar beleid – vooral economisch beleid – heeft een hele andere insteek. Daar wordt verlies voor de een afgezet tegen winst voor de ander. Nationale werkeloosheidsstatistieken verrekenen leegloop in Groningen met nieuwe banen in Amsterdam. Economische groei is een nationale optelsom: dat er winners en verliezers inzitten, zie je aan dat globale getal niet terug. En toch maakt het politiek degelijk uit. Want de aversie tegen risico en verlies maakt dat een verloren baan veel zwaarder weegt dan een extra baan erbij. De verliezers worden veel verdrietiger (of bozer) van hun verlies dan de winnaars blij worden van hun winst. Zo kan je qua werkgelegenheid, globaal gemeten, een pas op de plaats doen en qua politiek draagvlak toch nettoverlies boeken.

Dit betekent ook dat de lat heel hoog ligt als je verliezers van economische verandering wil afkopen door uitkeringen of regionale ontwikkelingsfondsen. Denk aan politieke projecten zoals de Duitse hereniging, Europese marktliberalisering of mondiale vrijhandel. Als compensatie is veel geld gevloeid naar Oost-Duitsland, de Europese periferie, of gedeïndustrialiseerde gebieden van Duisburg tot Detroit. Toch blijft de steun voor bestaande verhoudingen daar broos – het als zwaar beleefde verlies krijg je niet gauw gecompenseerd.

 

Een louter economisch rekenmodel stuurt politici de mist in

Er zitten twee belangrijke lessen in deze dynamiek. Als je wilt inschatten of economische hervormingen een goed idee zijn – een gezamenlijke munt, een nieuwe arbeidswet – stuurt een louter economisch rekenmodel je politiek gezien de mist in. De PvdA heeft dat aan eigen lijve moeten ervaren. Je mag je niet blindstaren op geaggregeerde cijfers: nationale groei, algehele werkeloosheid, etc. Het draagvlak voor hervormingen wordt bepaald door de verdeling van de baten en vooral de kosten, niet door de nettowinst. Zelfs lig je niet wakker van ongelijkheid per se, is dit een kwestie van politieke strategie die te lang genegeerd is. Groot-Brittannië heeft er een Brexit aan overgehouden.

Ten tweede kan die conservatieve tendens, die aversie tegen verlies met zich meebrengt, omslaan in blinde steun voor verandering als het baseline scenario – behoud van de status quo en meer van hetzelfde – te onaantrekkelijk wordt. Dan worden vastgeroeste politieke verhoudingen vloeibaar, en onmogelijke dingen mogelijk. Tegen de achtergrond van een financiële crisis kon America acht jaar geleden voor het eerst een zwarte president kiezen. En met Donald Trump staat deze herfst wederom iemand op de Amerikaanse stembiljetten die belooft alles anders te doen, net als Obama dat deed.

Brexit heeft een maand geleden het seizoen van politieke verrassingen ingeluid. We zullen zien wat de rest van het jaar brengt. Ik houd mijn hart vast.

 

Afbeelding: Brexit/EU-scrabble door Jeff Djevdet (license).

About the author

Daniel Mügge
Daniel Mügge is Universitair Hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in politieke economie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)