Buma’s curieuze kiesstelsel

14 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Simon Otjes, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.

Zaterdag presenteerde het CDA voorstellen voor democratische vernieuwing, waaronder een nieuw kiesstelsel: een combinatie van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel. Dit is curieuze keuze omdat een vermindering van de proportionaliteit, kleinere partijen zoals het CDA benadeelt en het breekt met Nederlandse traditie die juist de Christen-democraten verdedigden.

 

Een nieuw kiesstelsel

In de Volkskrant lichtte CDA-leider Buma zijn voorstel toe: ’75 gekozenen volgens een lijstensysteem, zoals nu; en 75 volgens een districtenstelsel (één afgevaardigde per kiesdistrict, de rest staat met lege handen, red.). … Er ontstaat (…) een kiesdrempel, van anderhalf procent, waarmee de bestuurbaarheid wordt vergroot. Maar dat is geen hoofddoel. Daarom wil ik die 75 landelijke zetels in stand houden.’ Dit stelsel is als anders dan het Duitse stelsel waarbij 150 zetels proportioneel  worden verdeeld tussen partijen en deze in de eerste plaats worden ingevuld door 75 in districten gekozen kandidaten.

Wat zou zo’n kiesstelsel concreet betekenen? Ik heb hier de instructies van Buma zo precies mogelijk proberen te volgen. Nederland is ingedeeld in 75 districten. Leidend hierbij was de districten ongeveer even groot zijn, geografisch aaneengesloten zijn en dat districten provincie- en gemeentegrenzen respecteren. Die laatste regel is alleen gebroken als een gemeente zelf meer dan één zetel zou vertegenwoordigen.

Op basis van de laatste verkiezingen heb ik bekeken welke partij per district het grootste zou zijn. Dit is natuurlijk maar een benadering: het kiesgedrag van mensen is anders als het kiesstelsel anders is. Bovendien heb ik niet naar de verdeling van stemmers in een gemeente gekeken als er meer dan één zetel te verdelen was in die gemeente. Daarnaast heb ik de 75 proportionele zetels verdeeld zoals dat in Nederland gebruikelijk is.

 

kaart2012

Figuur 1: Winnaar per district in 2012: VVD (blauw) en PvdA (rood) winnen alle districtszetels

 

Rood en & Blauw Nederland: Uitslag 2012

In figuur 1 is de uitslag weergegeven. Het aantal fracties neemt niet af: ook GroenLinks, PvdD, 50+ en SGP halen de kiesdrempel van anderhalf procent. De PvdA en de VVD krijgen wel allebei een grote bonus. Samen verdelen deze partijen alle districtzetels, zoals te zien is op kaart 1. Net als in de Verenigde Staten zijn er blauw districten en rode districten. Rood is het Noorden, de meeste grote steden in de Randstad en Brabant, het Limburgse mijnengebied, het gebied langs de IJssel en grote delen van Overijssel. Dat laatste komt omdat het CDA hier rechtse kiezers vasthoudt. Blauw zijn de meeste landelijke gebieden en forenzensteden. In totaal komt de VVD uit op 61 zetels en de PvdA op 55. Daarmee hebben deze twee partijen samen een ruime meerderheid. De VVD kan ook met het CDA en D66 of CDA en PVV een meerderheid vormen.

 

uitslag2012

Figuur 2: Verkiezingsuitslag 2012 volgens het Buma-stelsel

 

Het doel van Buma is het versterken van de band tussen kiezer en gekozene. Of je dit laatste bereikt, weet ik niet: gemiddeld haalt de grootste partij maar 30% van de stemmen in een district. Dat betekent dat zo’n regionale vertegenwoordiger 70% van de kiezers niet vertegenwoordigt. Bovendien is wel heel een grote verstoring van de proportionaliteit, want dit doel kan ook met andere middelen bereikt worden: een zwaardere voorkeursstem (voorgesteld door Rudy Andeweg) of het Duitse stelsel waarbij de districtsuitslagen worden gebruikt om de proportioneel verkregen zetels te verdelen.

 

Een Gemaakte Meerderheid: Uitslag 2002

Zo’n kiesstelsel heeft wel een sterk effect op de mate waarin de Tweede Kamer de opinies van de kiezers weerspiegelt. In 2012 stemde 45% van de kiezers op CDA, VVD of PVV, maar met dit kiesstelsel hebben ze een meerderheid. Sterker nog onder bepaalde voorwaarde kan een minderheid, met minder dan één derde van de stemmen een absolute meerderheid krijgen: een soort perfect storm. Als de rest van de partijen allemaal veel kleiner zijn, kan je een meerderheid maken uit een minderheid.

 

kaart2002

Figuur 3: Winnaar per district 2002: CDA (groen), LPF (geel) en PvdA (rood)

 

De Tweede Kamerverkiezing van 2002 had zo’n uitslag. Het CDA was bijna twee keer zo groot als LPF, VVD of PvdA. Zoals te zien is in figuur 3: bijna heel Nederland zou CDA-groen gekleurd zijn. Het CDA zou, in deze benadering, 60 van de 75 districtszetels halen. Combineer dat met 22 proportionele zetels en het CDA zou 82 zetels halen!

Zoals te zien is in figuur 4, zou de tweede partij, de LPF, 22 zetels halen, dertien proportioneel en negen in de Rijnmond, Den Haag, Almere en Purmerend. De PvdA zou elf evenredige zetels winnen en zes districten (Amsterdam, Groningen Stad, Noord-Drenthe en Oost-Groningen). Alhoewel de VVD in 2002 meer stemmen haalde dan de PvdA, wint ze geen enkel district en houdt ze twaalf zetels over. De kleinste partij die in 2002 echt in de Tweede Kamer kwam is Leefbaar Nederland: die halen nu ook een zetel. Zo’n kiesdrempel van anderhalf procent heeft dus geen zin: de laatste partij die daardoor uit de Kamer geweerd zou zijn is Unie 55+ in 1994.

 

uitslag2002

Figuur 4: Uitslag verkiezingen 2002 volgens Buma-stelsel

 

In Westminister-stelsels als het Verenigd Koninkrijk is het heel normaal dat partijen met een minderheid van de stemmen een parlementaire meerderheid en daarmee de regeringsmacht krijgen. Maar het staat in contrast met een Nederlandse traditie van consensus, oog voor minderheden en evenredig verdelen. Een traditie waar het CDA en haar voorgangers de hoeders van waren. Met zijn voorstellen breekt Buma met een lange Nederlandse traditie. Van een echte electorale strategie kan ook geen sprake zijn: het CDA zou met dit kiesstelsel half zo groot worden. Of het moet zijn dat bij het kiezen voor kiesstelsels retrospectief rationeel zijn, zoals Kristof Jacobs suggereerde. En inderdaad, voor het CDA uit 2002 was zo’n kiesstelsel een groot voordeel geweest.

About the author

Related Articles

14 Comments

  1. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Hoi Simon, is het mogelijk om wat verschillende scenario’s door te rekenen? Gaat natuurlijk veel tijd kosten, maar volgens mij is de belangrijkste aanname hier dat mensen op dezelfde partij zouden stemmen voor de lijststem en de districtstem, terwijl dat natuurlijk niet zo hoeft te zijn.

    Het doet denk ik niets af aan de resultaten van deze berekeningen, want op districtniveau zullen mensen convergeren naar een paar grote partijen, zoals je in veel meerderheidsstelsels ook al ziet. Dus je krijgt alsnog een vertekende uitslag waar de 75 districtszetels over een paar partijen verdeeld worden en vervolgens aangevuld worden met 75 zetels die wel gewoon proportioneel verdeeld worden over vele (+/- tien) partijen…

  2. Harry

    Beste meneer Otjes,

    In uw analyse geeft u enerzijds aan dat de kleine partijen niet verdwijnen omdat de ‘kiesdrempel’ van 1.5% gehaald wordt. Anderzijds maakt u terecht de opmerking dat het stemgedrag van mensen anders is als het kiesstelsel anders is. Vermoedelijk zullen veel kleine partijen in de praktijk uit de kamer verdwijnen omdat hun kiezers zullen beseffen dat de kans om hun stem ook daadwerkelijk uitgedrukt te zien worden in een vertegenwoordiger het grootste is wanneer er op een van de grote partijen (PvdA,CDA, VVD) gestemd wordt. Enerzijds leidt dit tot minder partijen en een beter functioneren van de tweede kamer als politiek orgaan, anderzijds tot minder diversiteit in opvattingen die vertegenwoordigd worden. Met het huidige systeem met een kiesdeler is weinig mis in mijn ogen.

    • Andre Engels

      Er zouden in dit geval 2 stemmen zijn, 1 op een lijst voor de representatieve vertegenwoordiging, en 1 op een kandidaat voor de districtsvertegenwoordiger. De 1e stem zal denk ik weinig veranderen ten opzichte van het huidige stemgedrag, de 2e wel.

  3. Henk Daalder Duurzame Brabanders

    De kaartjes tonen duidelijk dat het CDA voorstel de kiezer slechter vertegenwoordigt

    Zoals zo vaak wordt een structuur verandering voorgesteld om een gedragsproblemen op te lossen

    Kamerleden zouden voor het gevoel veel dichter bij de burger komen als ze meer interacties met burgers organiseren.
    Daarvoor kunnen ze zichzelf wat meer medewerkers geven, die helpen dan met die communicatie.
    Ze kunnen dan ook laten zien hoe al die interacties hun keuzes hebben beïnvloedt, of dat ze toch onafhankelijk een andere keuze beter voor de maatschappij vinden

    Een belangrijke taak van Volksvertegenwoordigers is uitleggen waarom ze doen wat ze doen

    Gedrag is veel belangrijker dan structuur

    • elfrink p.

      Dit zou ook een oplossing kunnen zijn. Het hoe, wat en waarom. Nu komt over dat de politiek maar wat doeten heeft de kiezer geen vertrouwen in de politiek. Daarbij ben ik van mening dat menig bestuurder geen overzicht wat op termijn de gevolgen zijn.

    • M. den Hartogh

      @ Henk Daalder

      Je zegt dat het voorstel de kiezer slecht vertegenwoordigt. Ik denk juist van niet. Vertegenwoordiging heeft twee kanten:
      1) totale aanhang (welke partij heeft meeste steun)
      2) regio (wie vertegenwoordigd de zorgen en belangen van de verschillende regio’s)

      Het huidige stelsel legt eenzijdig de nadruk op de totale aanhang. Hierdoor krijg je versplintering en moeizame compromissen tussen vele partijen.

      Daarnaast heeft de stad Den Haag 14 kamerleden, terwijl een provincie als Groningen 4 kamerleden heeft en een regio als Twente twee. Groningen en Twente hebben beduidend meer inwoners dan Den Haag.

      Ook zullen de districtsvertegenwoordigers niet altijd met de partij meestemmen. Zij zijn immers in de kamer gekomen dankzij stemmers in hun district en moeten ook de mensen in het district die anders hebben gestemd vertegenwoordigen. Ze staan niet in het krijt bij een partijtop aan wie ze een plek op de lijst te danken hebben.

      Kortom Buma’s voorstel is een goed plan. Kleine partijen houden hun basis om bepaalde stromingen te vertegenwoordigen. Grote partijen kunnen dankzij de districten een groter aantal zetels halen, waardoor er minder grijze links-rechts compromissen hoeven te worden gesloten. En de regio’s (buiten Den Haag en Amsterdam) worden beter vertegenwoordigd. Districtsvertegenwoordigers met eigen achterban beperken de macht van de regenteske partijtoppen.

      • Tom van der Meer
        Tom van der Meer

        Of het een goed plan is (binnen deze definitie) hangt nogal af van de vraag wat je ermee wil bereiken. Je suggereert dat kiezers regionaal vertegenwoordigd willen worden, zelfs als dit ten koste gaat van de inhoudelijke representatie.
        Dat lijkt bepaald niet te kloppen. Kijk alleen maar naar het relatief lage vertrouwen in de politiek in districtenstelsels. Of naar het nauwelijks hogere aantal stemmen voor politici op de kieslijst uit de eigen regio.

        Waarom zou vertegenwoordiging van kiesdistricten zo veel belangrijker zijn dan bijvoorbeeld van sekse, seksualiteit, opleidingsniveau, inkomensgroep?

        Qua democratie en representatie zijn hier weinig voordelen aan te behalen. Qua bestuurskracht wellicht wel.

        • M. den Hartogh

          Het relatief lage vertrouwen in de politiek in volledige districtenstelsel heeft ermee te maken dat in districten met een duidelijke kleur je stem niet meetelt. Je kan wel Tory stemmen in een Labour district, maar Labour wint toch. Dat nadeel heeft Buma’s voorstel niet, want door 75 representatieve zetels telt elke stem en komen kleine partijen wel in het parlement.

          Ik denk verder dat die regionale vertegenwoordiging duidelijk speelt. Ik heb 5 jaar in Groningen en 4 jaar in Twente gewoond en daar speelt het echt wel. In Amsterdam heb ik ook 5 jaar gewoond, daar speelt het niet. Maar Amsterdam heeft nu al 15 kamerleden, dus die zijn al oververtegenwoordigd.

          Vertegenwoordiging van districten is belangrijk omdat anders de Nederlandse regering toch vaak eenzijdig de belangen van de randstad dient. Ook heeft een gekozen vertegenwoordiger in een district een eigen achterban. Hij/zij is daardoor minder afhankelijk van een partijtop die hem een plek op een lijst gegeven heeft.

  4. elfrink p.

    Ook al is Buma’s voorstel niet de beste, dan ben ik wel van mening dat er wat moet veranderen in het kiesstelsel. De laatste 10 jaar is het bestuurlijk gezien gewoon bagger. Een mooie taak voor onze bestuurders om algemeen belang eens voorop te stellen tov eigenbelang. De kiezer wordt iedere keer door de politiek beet genomen. Kiezer heeft geen vertrouwen meer in de politiek

  5. Gijs Schumacher

    Wat opvalt aan het tweede plaatje is dat we ondanks het andere systeem precies dezelfde regering zullen hebben: de enige meerderheid is VVD+PvdA. Je krijgt dezelfde uitkomst als je een kiesdrempel invoert: http://stukroodvlees.nl/verkiezingen/pas-bij-een-kiesdrempel-van-10-heeft-de-vvd-voordeel/

    Tuurlijk – zoals plaatje 4 illustreert – vergroot het de kans op een absolute meerderheid. Maar het is geen automatisme en enige vooruitgang in bestuurskracht is dus niet gegarandeerd

  6. Ron

    Curieus dat het CDA deze berekeningen zelf blijkbaar niet heeft uitgevoerd.
    Even merkwaardig dit citaat van Buma: ‘met een kiesronde is de kans groter dat in een district ook partijen als D66 en GroenLinks er doorheen komen’. Zou Buma bedoelen groter dan in een districtenstelsel met herstemming? Het lijkt me dat de effecten die Otjes laat zien juist veel kleiner zijn in een stelsel met herstemming.

  7. Matthijs

    Interessante doorrekening en complimenten voor het harde werk. Maar waarom hebben beide kaarten verschillende grenzen? Het lijkt me in een districtenstelsel handig om die enigszins statisch te houden, ook bij kleine wijzigingen in het bevolkingsaantal.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)