CDA-kiezer sterft niet uit, maar loopt weg: terug naar normen als kernwaarden?

1 Comment

In de peilingen zijn VVD en PvdA behoorlijk ver weggezakt. Op zich is dat niet eens zo vreemd. Regeringspartijen verliezen de laatste jaren wel vaker. Wat opmerkelijker is: het CDA weet er nog steeds niet of nauwelijks van te profiteren. Het CDA daalde in zes jaar van 41 naar 13 zetels. Hoewel de bodem voorlopig bereikt lijkt – al sinds 2010 hangt het CDA in de peilingen tussen de 12 en de 16 zetels – lukt het maar niet de trend om te draaien.

Pogingen waren er te over. De nieuwe koers in het ‘radicale midden’, het tienpuntenplan waarin de taken van de EU beperkt zouden worden, de publicitair opgeklopte opstelling om niet mee te werken aan een tussentijdse formatie… Het lijkt allemaal maar niet te helpen om het CDA weer in de kiezersgunst te brengen. Blijkbaar heeft de kiezer er geen problemen mee dat het CDA, ooit de traditionele regeringspartij, niet meeregeert.

De daling komt niet door een structurele afkeer van het CDA, maar doordat het CDA de eigen kiezers niet langer weet te binden. Door in te zetten op thema’s als hypotheekrenteaftrek, Europa en het milieu onderscheidt het CDA zich niet meer van zijn concurrenten. Door zichzelf inhoudelijk inwisselbaar te maken, biedt het CDA geen serieus alternatief voor de huidige regeringspartijen en blijft het voorlopig tweede of derde keus. Juist dan zullen strategische stemmers een voortdurende bedreiging vormen voor electoraal herstel.

 

2006-2012: Rechtse partij

Het CDA is al lang geen middenpartij meer, maar met name tussen 2006 en 2012 werd wel een zeer rechtse koers gezocht. De inhoudelijke medestanders (en dus de electorale concurrenten) waren vooral VVD en PVV, in mindere mate D66 en de ChristenUnie. In het parlement was het stemgedrag van het CDA rechts. De partij stemde bijvoorbeeld relatief vaak mee met de PVV, niet alleen tijdens het vorige kabinet (toen de PVV gedoogpartner was van een coalitie van VVD en CDA), maar ook daarvoor al.

Ook de kiezers van het CDA waren tussen 2006 en 2012 uitgesproken rechts, zo laten de cijfers uit het EenVandaag OpiniePanel zien. De twintig zetels die het CDA tussen 2006 en 2010 verloor, kwamen grotendeels terecht bij VVD (ca 8 zetels) en PVV (ca 4 zetels). En van de acht zetels die tussen 2010 en 2012 verloren gingen, eindigde de helft bij de VVD, en werd de rest verdeeld over oa. de PVV, D66, PvdA en 50+.

 

2013: Op weg naar het radicale midden?

Het CDA reageerde op het verlies door koers te zetten naar het ‘radicale midden’. We zien nu de eerste tekenen van die verlegde koers. In de Tweede Kamer stemt het CDA, mede door de oppositierol, minder vaak mee met VVD en PVV, zo liet Tom Louwerse gisteren zien. Nadat zo ontzettend veel rechtse kiezers vertrokken zijn, blijken de resterende kiezers een tamelijk gematigd profiel te hebben. Van de kiezers die in 2012 wel op het CDA stemden, ging ik na of ze in de voorgaande zes jaar ooit overwogen te hebben om op een andere partij te stemmen. Van de CDA’ers van 2012 dacht 18% minstens eenmalig serieus op de VVD te gaan stemmen, 15% op 50+, 15% op D66, 13% op de ChristenUnie, en 10% op de PVV. Volgens DeStemming van EenVandaag overwogen CDA-kiezers in de zomer van 2012 vooral op de VVD of op D66 te stemmen.

Al met al hangt het CDA anno 2013 wat minder sterk naar rechts, maar concurreert het nog altijd met voornamelijk partijen uit of rechts van het midden.

Maar gaat die koerswijziging werken? De vooral aan rechts verloren kiezers laten zich niet vanzelfsprekend terugwinnen met een linksere koers. En wat heeft het CDA de kiezers uit het midden te bieden? Als het CDA strategisch inzet op een rol als ‘het redelijke alternatief’, dan vindt het een concurrent in D66, die die rol al enkele decennia vervult – met het bijbehorende jojo-gedrag bij verkiezingen (regeren is halveren, oppositie leidt tot groei).

Het eendimensionale denken (rechts, links) zal het CDA niet baten. De partij heeft simpelweg geen eigen profiel op links-rechts thema’s. Vooral economisch gezien lijkt het CDA te veel op de VVD, terwijl het op culturele onderwerpen lange tijd met zichzelf worstelt.

In goede tijden was het gebrek aan een uitgesproken ideologisch profiel een kracht voor het CDA, doordat de partij kon inzetten op andere eigenschappen (betrouwbare regeringspartij; normen en waarden). Nu wordt het echter een serieus probleem, omdat het CDA weinig anders biedt.

 

CDA-kiezer sterft niet uit, maar loopt weg

Het CDA heeft bewust ingezet op een conservatief, economisch profiel, mogelijk uit angst dat de traditionele CDA-kiezer, die gelovig en kerkgaand is, zou uitsterven. Zeer recent longitudinaal onderzoek van Ruth Dassoneville (KU Leuven) geeft ondersteuning aan dat idee. Maar een longitudinale studie van o.a. Manfred te Grotenhuis (Radboud Universiteit Nijmegen) toont juist dat die generationele vervanging maar beperkte invloed heeft. Belangrijker dan generationele vervanging is dat gelovige, kerkgaande kiezers bij de partij zijn weggelopen. Als religieuze kiezers als vanouds zouden stemmen, zou het CDA minstens tussen de 25 en de 30 zetels moeten scoren. Dat de partij daar zo ver onder zit, is doordat juist die religieuze kiezers niet als vanouds stemmen. De verloren kiezers zijn niet vergaan, maar weggegaan. En dus terug te winnen.

De paradox is dat deze religieuze kiezers voornamelijk naar seculiere partijen (VVD, PVV, D66) trokken. Daar heeft het CDA, door zijn fletse profiel, zelf de hand in gehad. Juist doordat het CDA zich bewust niet meer profileerde op bij uitstek christelijke onderwerpen als gezinspolitiek en normen en waarden, werd de partij inwisselbaar voor andere (rechtse) partijen. Als kiezers dan toch op basis van economische en culturele onderwerpen hun keuze moeten maken, biedt het CDA weinig meer dan andere rechtse partijen.

Het CDA had met het thema ‘normen en waarden’ goud in handen, maar heeft dat na 2006 uit de handen laten vallen. Toch noemden de Nederlandse kiezers onderwerpen rond normen en waarden (inclusief omgangsvormen en korte lontjes) begin 2013 nog als het belangrijkste maatschappelijke probleem (21%), terwijl van politici nauwelijks serieus oplossingen worden verwacht. Het is dus een veilig thema voor een partij om je op te profileren: het is moeilijk om tegen normen en waarden te zijn.

Juist het CDA heeft nog altijd de mogelijkheid om normen en waarden op te pakken als thema. In een peiling van De Stemming uit 2012 associeerde veruit de grootste groep kiezers het CDA met het thema ‘normen en waarden’ (36%), op afstand gevolgd door thema’s als ‘Europa’ (18%) en ‘bezuinigingen’ (16%). CDA-kopstukken als Buma en Keijzer hebben, meer dan voorgangers als Verhagen en De Vries, het profiel om het thema opnieuw vorm te geven.

Het CDA verkiest echter vooralsnog een zinloze tocht door de woestijn boven het herbronnen van de eigen (normen en) kernwaarden.

 

* Delen van dit stuk zijn gebaseerd op eerdere gesprekken en artikelen met Manfred te Grotenhuis *

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

1 Comment

  1. Bob van Hoeckel

    Ik ben een bewuste CDA kiezer en dat is inderdaad omdat ik normen en vooral waarden essentieel vind. Het zou het CDA sieren als zij dat ondubbelzinnig “aan den volke laten weten!” Als centraal kenmerkend.
    Het zou mij goed doen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)