Coalities bouwen in het Europees Parlement

No Comment

Door Simon Otjes en Harmen van der Veer.

Vorige week lieten we zien dat op sociaaleconomische onderwerpen niet links-rechtstegenstellingen dominant zijn, maar een tweede tegenstelling tussen pro- en anti-Europese partijen. Dit stuk leidde op sociale media tot een aantal vragen en kritische opmerkingen die we hier willen bekijken.
Figure 1 copy

 

Ten eerste stelden we dat de centrale tegenstelling over economische onderwerpen een ideologische pro-/anti-EU-dimensie is, maar is het eigenlijk geen tegenstelling tussen partijen die in de regering of in de oppositie zitten? Hierbij is de vraag of de partijen die op het nationale niveau in de regering zitten op het Europese niveau instemmen met voorstellen van de Europese Commissie. In de figuur hierboven zien we het onderscheid tussen Europarlementariërs, die lid zijn van partijen die tussen 2014 en 2016 in de regering hebben gezeten (met een rode cirkel) en andere Europarlementariërs (zwart). We zien best veel regeringspartijen onder aan de figuur staan, maar ook bovenin staan veel regeringspartijen zoals de Britse Conservatieven (midden-rechts) en het Griekse SYRIZA (boven-links). Onder aan de figuur staan ook oppositiepartijen zoals het CDA en D66.

 

Figuur 2 copy

 

De beste manier om te bepalen wat het meest samenhangt met de positie van partijen is aan de hand van een regressie die de plaatsing op de verticale dimensie probeert te verklaren. Mogelijke verklaringen zijn de pro-/anti-EU- en links-rechtspositie geschat door de experts van het Chapel Hill Expert-onderzoek en het percentage dagen in de onderzoeksperiode dat een partij in de regering zat. De variabelen zijn zo ingesteld dat we de coëfficiënten direct kunnen vergelijken. We zien hier dat inderdaad significant meer regeringspartijen laag in de figuur staan, maar er staan ook significant meer pro-Europese en rechtse partijen onder aan de figuur. De coëfficiënten (die we direct kunnen vergelijken) duiden erop dat het effect van de pro-anti-EU dimensie veel sterker is dan andere verklaringen.

Een tweede kritiekpunt zou kunnen zijn dat stemmingen slechts een deel van het verhaal vertellen. Ze vormen het eindpunt van een onderhandelingsproces. In dit proces kan de links-rechtsdimensie wel een rol spelen. Misschien. De cruciale vraag is dan waarom sociaaldemocraten wel voor de voorstellen van de Commissie stemmen en Groenen en socialisten, die ook aan de linkerkant van het spectrum staan, dat veel minder vaak doen. De sociaaldemocraten stemmen in met een Commissiebeleid waarin bezuinigingen, privatiseringen en hervormingen centraal staan. Het is gissen naar hun onderliggende motivatie, maar mogelijk stemmen zij in met dat rechtse sociaaleconomische beleid omdat ze het voortbestaan van het Europese project (tijdelijk) belangrijker vinden dan hun eigen sociaaleconomische voorstellen. Ze zien de bezuinigingen als noodzakelijk om de Eurozone te stabiliseren.

About the author

Simon Otjes
Onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op de rol van politieke partijen in Nederland en Europa, met een bijzondere interesse voor de ruimtelijke modellen die politiek gedrag structureren. Hij is lid van GroenLinks.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)