Coalitievoorkeuren in beeld: wat willen kiezers?

No Comment

In Nederland begint het coalitiespel vaak al ruim voor de verkiezingen: wie wil wel of niet met wie? Dat is vrij onzinnig omdat het aantal mogelijke combinaties cijfermatig zeer groot is, maar partijcombinaties die men echt ziet zitten (denk aan VVD en CDA) het juist niet genoeg zetels halen. Wat wel interessant en relevant is, betreft hoe kiezers tegen deelname van verschillende partijen in de volgende regering aankijken. Maurice de Hond nam die vraag op in zijn zondag verschenen peiling. Hier presenteer ik een grafische weergave en een interpretatie van die gegevens.

Voor elke partij vroeg De Hond aan zijn respondenten ‘of u die wel of niet in de volgende regering wilt hebben’. Voor mijn analyse kijk ik naar het percentage dat ‘wel’ aanklikte. Die gegevens splitste hij vervolgens uit per kiezersgroep. Zo zei 23% van de PVV-stemmers onder zijn respondenten dat ze de VVD wel in de volgende regering wilde hebben, terwijl 97% van de PVV-stemmers graag de PVV wilde zien meeregeren. Niet verbazingwekkend is dat elke groep aanhangers de eigen partij graag ziet regeren (PvdA’ers met 91% nog het laagste). Sommige aanhangers hebben juist een sterke afkeur van andere partijen: zo wil slechts 2% van de VVD’ers dat de SP gaat meeregeren (en 88% kruiste juist ‘niet’ aan).

tabel_dehond_102016

Dit levert een tabel op met overeenkomsten tussen elke partij en kiezersgroep. Hoe hoger het percentage, hoe liever de betreffende kiezersgroep de partij in de regering ziet. Hier kunnen we met een zogenoemde unfolding analyse een grafische weergave van maken.

De blauwe punten in deze figuur staan voor partijen, de rode voor kiezersgroepen. Zo zien we links in het midden GroenLinks (GL) en de kiezers van deze partij vlak bij elkaar staan. Kiezers en partijen staan telkens zo dicht bij elkaar, dat ik ze niet apart gelabeld heb (van ChristenUnie, SGP en PvdD rapporteerde De Hond de kiezersvoorkeuren niet).

plot

De assen van deze figuur hebben geen inherente betekenis. Het gaat om de afstanden tussen de kiezers en partijen. Aan de linkerkant van de figuur zien we GroenLinks, PvdA en ook D66 redelijk dicht bij elkaar staan, zowel kiezers als partijen. Die zien elkaar dus zitten als kabinetspartij. De SP en PvdD staan hier iets verder vandaan. Dat komt omdat SP’ers de PVV (iets) vaker zien zitten en vooral omdat PVV-kiezers de SP veel vaker (32%) als regeringspartij zien dan GL of PvdA. De PvdD is bij PVV-stemmers ook redelijk populair (21%).

Bij de PVV rechtsonder zien we 50PLUS dicht in de buurt staan. 50PLUS kiezers zien de PVV veel meer zitten als potentiele regeringspartij (32%) dan welke andere partij dan ook. Dit is niet geheel verrassend, omdat beide partijen zich tot op zekere hoogte richten op een proteststem tegen kabinet en gevestigde politiek.

Rechtsboven zien we VVD en CDA dicht bij elkaar staan. VVD’ers en CDA’ers zien elkaars partij wel zitten als regeringspartner (meer dan 50% steun). D66 staat daar niet al te ver vanaf, omdat deze partij zeker door VVD’ers graag in een nieuwe coalitie wordt gezien. Maar ook GroenLinksers en PvdA’ers willen D66 graag in een nieuwe coalitie, waardoor de partij tussen PvdA-GL aan de ene kant en VVD-CDA aan de andere kant staat. In ieder geval staat de partij van Pechtold ver van de PVV, want Wilders-stemmers zijn de enige groep die D66 echt niet in het kabinet willen.

ChristenUnie, SGP en PvdD staan redelijk in het midden van deze figuur. Daar moeten we niet te veel aan ophangen, want over de aanhangers van deze partij hebben we namelijk geen gegevens. Daarom weten we niet van welke partijen zij weinig moeten hebben en dat wordt in de weergave dus niet meegenomen.

Voor de regelmatige lezer van dit weblog zal het algemene patroon niet onbekend zijn. We zien horizontaal een tegenstelling tussen linkse en rechtse partijen, terwijl verticaal een tegenstelling tussen meer gevestigde partijen en protestpartijen zichtbaar is. De positie van 50PLUS is wel redelijk opvallend, want in analyses van parlementair stemgedrag staat deze partij dichter bij de linkse partijen. Dat suggereert dat deze partij zich weliswaar met name links gedraagt, maar kiezers aantrekt die zich toch vooral aangetrokken voelen tot andere protestpartijen.

 

Technische noot: De hier gebruikte unfolding analyse heeft een stress-niveau van 0.11, wat een stuk beter is dan een één-dimensionaal model. De hier gebruikte cijfers zijn afkomstig uit een peiling. We moeten daarbij rekening houden met een foutmarge, onder andere door de steekproeftrekking. In de analyse is dat niet expliciet meegenomen; als de enquête zou worden herhaald onder andere kiezers zouden de punten in bovenstaande figuur dus net wat anders kunnen liggen (al zal het patroon wel redelijk hetzelfde zijn).

 

Update 26 oktober 2016:

Maurice de Hond stuurde me gisteren de gegevens over de kiezers van ChristenUnie, SGP en Partij voor de Dieren. Het gaat hier om relatief kleine aantallen (50-100 respondenten, zo schreef De Hond), dus we moeten wat voorzichtig zijn. Als ik die gegevens toevoeg aan de analyse, levert dat het volgende plaatje op:

Kiezersvoorkeuren coalities inclusief CU/SGP/PvdD

We zien dat er nog duidelijker dan voorheen vier blokken te onderscheiden zijn: een links-progressief blok met GL-PvdA-D66, een links-protestblok met SP en PvdD, een rechts-gevestigd blok met VVD, CDA, ChristenUnie en SGP en een protestblok met 50PLUS en PVV. Je zou ook kunnen zeggen dat PvdD/SP/50PLUS/PVV samen één maar divers blok van protestpartijen vormen. De positie van de ChristenUnie is vrij opvallend: duidelijk in het rechtse kamp. Deze kiezers willen namelijk graag het CDA in de coalitie (70%) en er is ook redelijk veel steun voor SGP-deelname (44%), terwijl de percentages voor PvdA (27%), GroenLinks (22%) en D66 (16%) een stuk lager liggen.

Geen van deze blokken komt in de buurt van een meerderheid op basis van de laatste Peilingwijzer. VVD, CDA, SGP en CU staan op 51 tot 56 zetels gezamenlijk, GL, PvdA en D66 op 40 tot 44 en het protestblok met PvdD, SP, 50PLUS én PVV als geheel op 52 tot 56 (als we dit blok onderverdelen gaat het vanzelfsprekend om twee nog kleinere blokken). De kiezer mag dan zijn voorkeuren hebben over wie men graag in de regering ziet, ze leiden niet tot een vanzelfsprekende coalitie die momenteel uitzicht heeft op een meerderheid.  Pas als je bijvoorbeeld D66 ‘losweekt’ uit het ‘progressief-linkse’ blok is een meerderheid voor het rechts-gevestigde blok in zicht (68-73 zetels).

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)