Culturele opvattingen en de PVV

No Comment

Culturele vraagstukken staan centraal in de hedendaagse politiek. Ze spelen een grote rol bij de standpunten van politieke partijen en stemgedrag. Hierbij gaat het kortweg om de tegenstelling tussen een voorkeur voor culturele diversiteit en individuele vrijheden versus een nadruk op conformisme en een rigide sociaal-culturele orde. Zowel tussen burgers als tussen politieke partijen bestaan op dit vlak grote verschillen. Dit komt tot uiting in opvattingen over specifieke culturele vraagstukken, bijvoorbeeld over seksualiteit, genderrollen, religie, immigratie en etnische minderheden. Dit zijn typisch vraagstukken die in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen door verschillende politieke partijen worden beklemtoond.

Het discours van populistisch radicaal-rechtse partijen in West-Europa zoals de PVV draait grotendeels om culturele vraagstukken. Opmerkelijk genoeg combineert de PVV ‘conservatieve’ of ‘rechtse’ standpunten betreffende immigratie en etnische minderheden met ‘progressieve’ of ‘linkse’ standpunten aangaande gender en homoseksualiteit. Zo stelde Wilders tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 2016: “Als wij honderdduizenden, als wij miljoenen mensen ons land binnenlaten van een andere cultuur, mensen die ons haten, mensen die onze levensstijl haten, mensen die het vreselijk vinden als een vrouw in een kort rokje loopt, mensen die niet willen dat homo’s hand in hand lopen, als we daar niets aan doen, dan verdwijnt Nederland, dan zijn we ons land kwijt” (andere voorbeelden hier, hier en hier). Deze combinatie is opvallend omdat het op gespannen voet staat met een idee dat onder wetenschappers breed gedeeld wordt. Dit idee stelt dat, zowel op partijniveau als onder het electoraat, progressieve opvattingen over specifieke culturele thema’s samengaan met progressieve opvattingen op andere culturele thema’s (en conservatieve met conservatieve).

 

Stelsels van culturele opvattingen

De opmerkelijke combinatie van culturele opvattingen onder populistisch radicaal-rechtse partijen en politici in West-Europa inspireerde ons om combinaties van culturele opvattingen onder het electoraat nader onder de loep te nemen. Wij onderzochten of er verschillende ‘stelsels van culturele opvattingen’ te onderscheiden zijn binnen het Nederlandse electoraat. Daarbij besteden we specifieke aandacht aan de aanhang van de PVV, vanwege de opmerkelijke combinatie van culturele opvattingen op partijniveau. Deze stelsels van culturele opvattingen gaan niet om de inhoud van de denkbeelden, maar om de manier waarop opvattingen van individuen zich tot elkaar verhouden. Om dit idee te illustreren geven we in Figuur 1 twee voorbeelden.

 

Figuur 1: Twee illustratieve stelsels van culturele opvattingen

Voorbeeld 1

Fig1 links

Voorbeeld 2

Fig2 rechts

 

In voorbeeld 1 hebben de fictieve individuen A, B en C uiteenlopende culturele opvattingen. Zo heeft individu A een progressieve houding ten aanzien van vrouwen, holebi’s (homoseksuelen, lesbiennes en biseksuelen), Turken en Marokkanen, terwijl individu C erg conservatief is op deze punten. De manier waarop de opvattingen van individu A, B en C zich op deze vier thema’s tot elkaar verhouden is echter identiek: conservatieve (progressieve) opvattingen op het ene thema gaan samen met conservatieve (progressieve) opvattingen over de andere thema’s. Individuen A, B en C hangen dus hetzelfde stelsel van culturele opvattingen aan. Dit stelsel komt overeen met wat onderzoekers die gebruikmaken van standaard onderzoeksmethoden al tientallen jaren concluderen.

Individuen kunnen echter ook andere stelsels van culturele opvattingen hebben, waarbij progressiviteit (conservatisme) op het ene culturele vraagstuk niet gepaard gaat met progressiviteit (conservatisme) op andere culturele vraagstukken. Dit kon met conventionele methoden niet goed worden blootgelegd, maar met de onlangs ontwikkelde methode die wij toepassen kan dat wel. In voorbeeld 2 tonen we de fictieve individuen D, E en F. Hun stelsel van culturele opvattingen wijkt duidelijk af van dat van individuen A, B en C. Bij D, E en F gaan conservatieve (progressieve) attitudes over vrouwen en holebi’s samen, terwijl hun opvattingen over Turken en Marokkanen van dit patroon afwijken. Merk daarbij op dat de individuen D en E een stelsel van culturele opvattingen hebben dat aansluit bij hetgeen op partijniveau door de PVV wordt geuit: conservatisme aangaande immigranten en progressiviteit aangaande vrouwen en holebi’s.

 

Drie verschillende stelsels van culturele opvattingen

Bestaan er nu echt verschillende stelsels van culturele opvattingen? Om die vraag te beantwoorden analyseerden we gegevens over een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking in 2012. Respondenten kregen een reeks stellingen betreffende culturele vraagstukken voorgelegd. Vervolgens dienden ze voor elk van deze stellingen aan te geven in welke mate ze er mee akkoord gingen. Op basis hiervan legt onze analyse drie verschillende stelsels van culturele opvattingen bloot. Figuur 2 visualiseert de twee meest opvallende. De stelsels worden hier weergegeven als netwerken: hoe dichter attitudes bij elkaar liggen, hoe sterker hun relatie. Positieve relaties wordt weergegeven door ononderbroken lijnen, negatieve door stippellijnen.

 

Figuur 2: Visualisatie

Geïntegreerd

Fig2 links

Versplinterd

Fig1 rechts

Etnocentrisme (E) E1 ‘Met Marokkanen weet je nooit zeker of ze niet plotseling agressief zullen worden’; E2 ‘De meeste Turken zijn op het werk nogal gemakzuchtig’.
Moreel progressieve attitudes (M) M1  ‘Homoseksuelen moeten eens flink worden aangepakt’; M2 ‘Het is onnatuurlijk als vrouwen in een bedrijf leiding uitoefenen over mannen’.
Religieuze orthodoxie (O) O1  ‘De hemel bestaat echt’; O2 ‘De Bijbel is het letterlijke woord van God’; O3 ‘De hel bestaat echt’.
Attitudes m.b.t. rol religie in publieke sfeer (P) P1 ‘Religieuze politieke partijen mogen homoseksuelen weigeren in hun bestuur’; P2 ‘Een religieus leider mag weigeren vrouwen de hand te schudden’; P3 ‘Een religieus leider mag stellen dat homoseksualiteit een ziekte is die bestreden dient te worden’.
Afkeer van Islam (I) I1 ‘Ik vind dat rechtse politieke partijen zich te extreem uitlaten over de Islam’; I2 ‘Ik vind de Islam geen probleem voor de Nederlandse samenleving’; I3 ‘Het is terecht dat de Islam wordt gezien als een bedreiging voor onze moderne samenleving’.

 

Het geïntegreerde stelsel wordt door 44% van de respondenten aangehangen. In dit stelsel zijn alle culturele opvattingen op eenduidige en coherente wijze met elkaar verbonden. Zo zien we bijvoorbeeld dat E1 (‘Met Marokkanen weet je nooit zeker of ze niet plotseling agressief zullen worden’) en I3 (‘Het is terecht dat de Islam wordt gezien als een bedreiging voor onze moderne samenleving’) sterk positief met elkaar samenhangen. Met andere woorden, personen die akkoord gaan met E1 gaan ook akkoord met I3. Omgekeerd, personen die het oneens zijn met E1 zijn het ook oneens met I3. De manier waarop culturele opvattingen zich tot elkaar verhouden in dit stelsel sluit naadloos aan bij de assumpties en bevindingen van eerder onderzoek: Individuen met progressieve opvattingen over bepaalde culturele vraagstukken zijn ook progressief ten aanzien van andere culturele vraagstukken. Omgekeerd zijn individuen die conservatieve opvattingen hebben ten aanzien van specifieke culturele vraagstukken ook conservatief ten aanzien van andere culturele issues. Onze analyse legt echter ook twee andere stelsels van culturele opvattingen in het Nederlandse electoraat bloot.

Naast het intermediaire, springt het versplinterde (33% van de respondenten) stelsel het meest in het oog. In het versplinterde stelsel hangen (1) etnocentrisme, (2) afkeer van de Islam en (3) verscheidene opvattingen over religie, gender en seksualiteit nauwelijks met elkaar samen. Zo zien we bijvoorbeeld dat voor individuen die dit stelsel aanhangen E1 (‘Met Marokkanen weet je nooit zeker of ze niet plotseling agressief zullen worden’) en I2 (‘Ik vind de Islam geen probleem voor de Nederlandse samenleving’) geen verband hebben. Met andere woorden, voor individuen in deze groep is hun standpunt over stelling E1 volledig onafhankelijk van hun standpunt over stelling I2. Het bestaan van dit versplinterde stelsel van culturele opvattingen staat lijnrecht tegenover de dominante aanname dat culturele opvattingen coherent zijn, en dat deze voor iedereen op dezelfde manier met elkaar samenhangen.

 

De PVV en het versplinterde stelsel van culturele opvattingen

Onze vervolganalyse toont een verbluffende samenhang tussen de stelsels van culturele opvattingen en partijvoorkeur: 83% van het electoraat van populistisch radicaal-rechtse partijen heeft een versplinterd stelsel van culturele opvattingen (hieronder vallen de PVV en, omdat de data in 2012 zijn verzameld, een handvol aanhangers van Democratisch Politiek Keerpunt en Trots op Nederland). Dit suggereert dat politieke partijen grote invloed hebben op het electoraat. Het was al bekend dat politieke standpunten onder de bevolking worden beïnvloed door politieke partijen. Onze resultaten wijzen erop dat de invloed van partijen ook speelt met betrekking tot de manier waarop deze politieke standpunten zich tot elkaar verhouden. Bij de PVV staat al lange tijd kritiek op de Islam zeer centraal. Zo neemt in het partijprogramma voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen ‘Nederland de-islamiseren’ met acht programmapunten bijna evenveel ruimte in als alle overige maatregelen samen. Deze sterke nadruk op afwijzing van de Islam zorgt er mogelijk voor dat dit vraagstuk onder aanhangers van de PVV grotendeels losstaat van andere culturele vraagstukken, waaronder zelfs vooroordelen tegen Turken en Marokkanen.

Bovendien lijkt de PVV het politieke denken in bredere zin te beïnvloeden: ook 29% van het electoraat van andere politieke partijen hangt het versplinterd stelsel van culturele opvattingen aan. Voor de 24% van het electoraat dat het (niet getoonde) intermediaire stelsel van culturele opvattingen vertoont geldt hetzelfde. Ook in dit intermediaire stelsel neemt afkeer van de Islam een aparte positie in, omdat het niet samenhangt met opvattingen over andere culturele vraagstukken. Dit wijst erop dat politieke partijen belangrijk zijn bij de vorming van stelsels van culturele opvattingen en dat deze invloed verder reikt dan de eigen kiezers.

 

Dit artikel is gebaseerd op: Daenekindt, S., De Koster, W. & Van Der Waal, J. (2017). How People Organize Cultural Attitudes: Cultural Belief Systems and the Populist Radical Right. West European Politics, doi.org:10.1080/01402382.2016.1271970.

 

Afbeelding: LGBT door Prachatal (via Flickr).

About the author

Stijn Daenekindt is verbonden aan de afdeling Sociologie van de Universiteit Gent en de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Willem de Koster en Jeroen van der Waal werken bij de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)