De electorale risico’s in de Tussenformatie

1 Comment

De regering staat voor een cruciale opgave. Ze steunt in de Tweede Kamer op de fracties van VVD en PvdA, maar komt in de Eerste Kamer tekort voor een meerderheid. De andere Kamerfracties hebben laten weten dat dit kabinet er niet op moet rekenen dat de Eerste Kamer geneigd zal zijn om wetsvoorstellen aan te nemen, zodra deze door de Tweede Kamer geloodst zijn. De vraag is dus: wie schuift er aan? De electorale risico’s zijn groot.

 

Electorale risico’s

De paringsdans duurt al maanden. In de media wordt regelmatig gelekt over de inhoudelijke en personele eisen die de andere partijen stellen in ruil voor hun steun: een extra miljard naar onderwijs, vergroening, minder nivellering. Zelfs ministersposten schijnen te worden opgeëist.

Wat onderbelicht blijft, zijn de electorale risico’s van de aanschuifconstructie. Twee aandachtspunten.

(1) Het is een groot electoraal risico om toe te treden tot een regering, zeker als die regering aan de macht is tijdens economisch zware tijden. Deze ‘costs of government’ zijn over het algemeen groot, zo tonen ook de recentste peilingen weer.

(2) In dergelijke omstandigheden is het verstandig om juist met je grootste electorale concurrent(en) samen te regeren. Enerzijds zal dit bijdragen aan een duidelijker profiel, anderzijds voorkomt dit het afbreukrisico van de eigen partij: kiezer zullen minder snel wegtrekken als de voornaamste concurrent is ingekapseld.

 

Het electorale strijdveld

Hoe ziet dat electorale strijdveld er dan uit? Afgelopen jaren heb ik onderzoek gedaan aan de hand van de (geanonimiseerde) gegevens uit het EenVandaag Opinie Panel dat vele tienduizenden kiezers omvat in inmiddels ruim honderd peilingen sinds 2006 waarin naar de partijvoorkeur is gevraagd. Daarmee is na te gaan welke kiezers trouw blijven aan hun partij en welke niet; bovendien is direct na te gaan welke partijen de grootste uitwisseling van kiezers hebben en dus blijkbaar met elkaar concurreren om de kiezersgunst.

Het figuur hieronder beschrijft het electorale strijdveld tussen 2006 en 2010 (tussen 2010 en 2012 zagen de verhoudingen er overigens nagenoeg hetzelfde uit, met centralere posities voor PvdA en VVD). Hoe dichter partijen (zwarte punten) bij elkaar staan, hoe groter de uitwisseling van kiezers (de vele lichte puntjes). Er zijn feitelijk twee electorale blokken waarbinnen veruit de meeste kiezers zich bevinden: PvdA-GL-SP en VVD-CDA-PVV. D66 is de enige electorale middenpartij die kiezers trekt van en verliest aan beide blokken (vooral VVD, PvdA, en GL; nauwelijks PVV). Daarnaast is de uitwisseling van kiezers tussen SP en PVV over het algemeen beperkt; in totaal slechts enkele zetels.

Battlefield2

Het electorale strijdveld lijkt te worden gestructureerd door economische tegenstellingen (min of meer horizontaal van SP/PvdA tot CDA/VVD) en door een tegenstelling tussen multiculturalisme en monoculturalisme (min of meer verticaal van PvdA/D66 tot PVV).

Wat betekent dit alles nu voor de tussenformatie?

 

D66

Laten we beginnen met D66, de partij die het sterkst wordt gelinkt aan formele (gedoog)steun aan deze regering. De bereidheid van D66 tot steun is in electoraal opzicht niet vreemd. Voor D66 is meeregeren of gedoogsteun een relatief veilige optie, althans vergeleken met de andere partijen. De twee grootste electorale concurrenten van D66 zijn PvdA en VVD; de kiezers zullen bij gebrek aan opties dus wat minder sterk geneigd zijn weg te trekken als D66 de regering besluit te steunen.

Overigens moeten we niet vergeten dat D66 onder de twee Paarse kabinetten (eveneens samenwerking met PvdA en VVD) wel degelijk veel kiezers verloor – in eerste instantie juist aan de twee coalitiepartners. Dat speelde echter in tijden van economische hoogconjunctuur. Bovendien zal D66 een duidelijker profiel vast kunnen houden als voor een gedoogsteunconstructie zou worden gekozen.

 

GroenLinks of CU/SGP

Maar ook met D66 heeft de regering onvoldoende steun in de Eerste Kamer. Er zal op zijn minst nog een andere partij moeten worden gevonden. Er lijken drie opties op tafel te liggen: GroenLinks (met 5 zetels meer dan genoeg om de 38 te bereiken), ChristenUnie èn SGP samen, en het CDA.

De PvdA zal ongetwijfeld pleiten voor het zoeken van steun bij GroenLinks om zo het linkse profiel op te vijzelen en een electorale concurrent in te kapselen. Ook D66 zal liever samenwerken met de progressieve electorale concurrent dan met de christelijke partijen. Maar voor GroenLinks is dit echter een groot electoraal risico. Volgens peilingen herstelt de partij zich niet of nauwelijks van het grote verlies bij de vorige verkiezingen. De kiezers zijn in 2012 weggetrokken naar de SP en later naar de PvdA, maar hebben de weg terug nog niet gevonden, ondanks de huidige impopulariteit van de PvdA. De SP, de grootste electorale concurrent van GroenLinks, zal kiezers weg kunnen snoepen.

De combinatie CU/SGP is wat gunstiger voor de VVD. Bovendien hebben zowel de ChristenUnie als de SGP een relatief stabiel kernelectoraat, waardoor samenwerking voor beide partijen minder risicovol is. De vraag is echter welke eisen zouden worden neergelegd door een klein-christelijke combinatie, en of met name de PvdA en D66 daarmee akkoord zou kunnen gaan. Op economisch gebied zijn de verschillen al groot, op ethisch gebied (zondagsrust/koopzondagen) kunnen ze wel eens niet te verenigen zijn.

 

CDA

De laatst overgebleven kandidaat is het CDA, dat de huid duur verkoopt. Ook het CDA herstelt zich maar langzaam van de klappen bij de afgelopen twee verkiezingen, ondanks het grote verlies van electorale concurrent de VVD. De laatste tijd bouwt het CDA aan het eigen profiel door de VVD economisch ter rechterzijde in te halen: tegen nivellering, voor de nullijn. Door zich te binden aan een regering met diezelfde VVD zou dat worden teniet gedaan, met de PVV en eventueel de SGP als lachende derde.

 

Klem

Samenwerking met D66 is voor de huidige coalitiepartijen nog de makkelijkste opgave. Samenwerking met de andere partijen leidt tot grote electorale risico’s. Dat zullen de partijen van het Lente-Akkoord / Wandelgangen-Akkoord / Kunduz-Akkoord van vorig jaar ook als les hebben meegenomen: ondanks de eerste euforie werd ook de toen noodzakelijke gedoogsteun niet zomaar beloond door de kiezer.

Wie durft over de eigen schaduw heen te springen? In Den Haag zijn de volgende verkiezingen altijd dichtbij.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

1 Comment

  1. Opinie Overzicht

    […] De electorale risico’s van een Tussenformatie – Tom van der Meer, StukRoodVlees.nl […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)