De Europese vertrouwenscrisis van David van Reybrouck bestaat niet

23 Comments

Vorige week was David van Reybrouck te gast bij Buitenhof waar hij op fraaie wijze een aantal fundamentele knelpunten in onze vertegenwoordigende democratie aankaartte en tegelijkertijd een radicale oplossing voorstelde. Verkiezingen zouden niet zozeer het kloppend hart van onze democratie vormen zoals velen denken, als wel één van haar grootste problemen. In zijn nieuwe boek Tegen Verkiezingen pleit Van Reybrouck dan ook voor het vullen van politieke ambten via loting. U begrijpt, wie een dergelijk ingrijpende verandering van ons politieke bestel bepleit, moet beslagen ten ijs komen over die tekortkomingen van de hedendaagse representatieve democratie.

In een bijdrage voor de Correspondent lichtte Van Reybrouck gisteren een tipje van de sluier op. Hij schreef dat “het vertrouwen in democratische instellingen keldert in heel Europa.” Volgens Van Reybrouck is dit zorgwekkend: “Wat betekent het voor de stabiliteit van een land wanneer steeds meer burgers gepassioneerd de whereabouts van gezagsdragers volgen die ze steeds minder vertrouwen?” Van Reybrouck presenteert data uit twee van de meest gebruikte academische enquêtes, de Eurobarometer en de World Values Survey, om zijn uitspraken verder te onderbouwen. Helaas schotelt hij de lezer een onvolledig beeld voor van de bestaande data waardoor de empirische basis van zijn claims over tanend vertrouwen niet overtuigen. Er is namelijk helemaal geen sprake van een structurele daling in politiek vertrouwen of soortgelijke houdingen in Europa.

 

Trends of fluctuaties?

Van Reybrouck presenteert een figuur met daarin het gemiddelde vertrouwen in de Europese Unie, het nationaal parlement en de nationale regering in Europa van 2004 tot 2013 zoals gemeten door de Eurobarometer. Daaruit blijkt dat het percentage burgers dat vertrouwen heeft in deze instituties in deze periode flink is gedaald. Let wel, de daling is voor de nationale instituties pas begonnen na het uitbreken van de financiele crisis, terwijl vertrouwen in de EU pas is gaan kelderen sinds de schuldencrisis van 2009. Hoe dan ook, het toenemende wantrouwen is evident.

Het is alleen tamelijk riskant om conclusies te trekken over een veel langere periode op basis van gegevens uit een subset van jaren. Barbara Geddes schreef over dergelijke selection bias: “If the conclusions drawn depend heavily on the last few data points, they may be proven wrong within a short space of time as more information becomes available.” Zowel de Eurobarometer als de World Values Survey stellen onderzoekers in staat om veel langere tijdreeksen te analyseren dan Van Reybrouck heeft gedaan. De conclusie die volgt op basis van de grootst mogelijke tijdspanne waarvoor deze vragen beschikbaar zijn is dat er simpelweg geen sprake is van een structurele neergang in politiek vertrouwen of tevredenheid met het functioneren van de democratie.

Tom van der Meer schreef al eerder op dit blog (en veel uitgebreider in het rapport ‘Kieskeurige Kiezers’) over de Nederlandse situatie. In de onderstaande figuur is te zien dat tevredenheid met het functioneren van de democratie in Nederland zelfs flink is toegenomen over de afgelopen veertig jaar, terwijl vertrouwen in de regering over een langere periode dan Van Reybrouck beschouwt fluctueert (beiden op basis van de Eurobarometer).

 

EB satdem2

 

Van Reybrouck heeft het natuurlijk niet specifiek over Nederlandse maar pan-Europese trends. Pippa Norris heeft zowel voor de Eurobarometer als World Values Survey voor tientallen landen trends in vertrouwen en tevredenheid in kaart gebracht. In hoofdstuk 4 van haar boek Democratic Deficits (zie vooral figuren 4.5 t/m 4.8) schrijft ze: “The longitudinal evidence available within the United States and Western Europe challenges conventional claims that an inevitable downward spiral of public disenchantment with politics has occurred across all established democracies” (p.1). Ze vervolgt: “Public satisfaction with the general performance of democracy in Western Europe has usually strengthened over time, not weakened” (p.2).

Nu is het jammer dat Norris’ tijdsreeksen stoppen in 2008, maar de Twentse politicologen Carolien van Ham en Jacques Thomassen hebben dit voorjaar bij het Politicologenetmaal in Gent onderzoek gepresenteerd over deze problematiek met meer variabelen, meer enquêtes en meer tijdpunten dan Norris. Zij komen tot soortgelijke conclusies. Zie hieronder bijvoorbeeld de ontwikkeling in tevredenheid met het functioneren van democratie in vijftien West-Europese landen uit het onderzoek van Van Ham en Thomassen. Er is wederom geen structurele neergang te bespeuren. Het tegenovergestelde is eerder het geval. Van Ham en Thomassen vinden daarnaast fluctuaties voor allerlei indicatoren van politiek vertrouwen. Ook zij concluderen dat er te veel verscheidenheid tussen en binnen landen bestaat om te kunnen spreken van iets dat ook maar in de buurt komt van een uniform tanende system support.

 

satdem

 

L’histoire se répète

De alarmbellen over een vertrouwenscrisis in met name Westerse democratieën rinkelen met regelmaat. In 2000 verscheen de bundel Disaffected Democracies, geredigeerd door Susan Pharr en Robert Putnam, die op zijn beurt de opvolger was van het in 1975 gepubliceerde rapport The Crisis of Democracy van Michel Crozier, Samuel Huntington en Joji Watanuki.

Het is fascinerend om deze bundels terug te lezen met de datakennis van nu. Vooral Pharr en Putnam en hun sterrenensemble van gastauteurs slaan de plank behoorlijk mis door veel te sterke uitspraken te doen op basis van een handjevol tijdpunten waarvoor data beschikbaar waren. In het inleidende hoofdstuk wordt spierballentaal gebezigd over “spreading disillusionment with established political leaders and institutions” (p. 10) soms op basis van slechts twee of drie tijdpunten van de World Values Survey. Geen wonder dat het geheel als een kaartenhuis in elkaar stortte zodra een nieuwe World Values Survey verscheen. Overigens siert het Pippa Norris, één van de deelnemers aan Disaffected Democracies, dat zij in Democratic Deficits haar standpunt heeft gewijzigd in het licht van nieuwe data.

 

Structureel volatiel

Tenslotte terug naar Van Reybrouck. Ik wil benadrukken dat ik niet zijn conclusies over de periode 2004-2013 in twijfel trek. Mijn punt is eerder dat die specifieke periode niet representatief is voor de afgelopen decennia. En ook die kop (‘Europa gelooft steeds minder in democratie’) is in dit licht bezien tamelijk dubieus.

Politiek vertrouwen in Europa heeft een flinke deuk opgelopen sinds het uitbreken van de economische crisis, iets wat Van Ham en Thomassen ook waarnemen, en wel met name in die landen die het meest getroffen zijn door de crisis. Vertrouwen is immers een relatie tussen object en subject waarin de eerste een inschatting maakt over de kans dat de tweede haar schade zou kunnen berokkenen. In het tijdperk van de kieskeurige kiezer kan dat vertrouwen in regeringen en parlementen in rap tempo geschaad worden, zeker ten tijde van grote economische malaise zoals we die nu beleven, maar dit vertrouwen kan ook best weer worden hersteld. Zoals Tom van der Meer eerder al schreef: “Het vertrouwen is niet structureel gedaald, maar structureel volatiel geworden.” Onze democratie kampt met voldoende uitdagingen – Van Reybrouck zette een aantal van deze mooi uiteen bij Buitenhof – zonder dat we ons ook nog eens een structurele vertrouwenscrisis gaan aanpraten.

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

23 Comments

  1. David Van Reybrouck

    Ik ben Armen Hakhverdian dankbaar voor het beschikbaar bestellen van deze interessante lange-termijndata. De deuk in het democratisch vertrouwen is dus van recente datum. De vraag is: maakt dat haar minder erg?

    Armen schrijft dat de periode 2004-2013 “niet representatief is voor de afgelopen decennia.” Tja, dat was de periode 1929-1933 ook niet. (Ook toen economische crisis, ook toen groeiende hekel aan het parlementaire stelsel.)

    Vertrouwen kan zeker op de meeste plekken nog worden hersteld, al zal dat tijd vergen. Mijn hele boek kan gezien worden als een voorstel om dat vertrouwen terug te winnen.

  2. David Van Reybrouck

    p.s. overigens valt het me wel op in die figuur met landenprofielen dat bijna alle lidstaten in recente jaren een dip maken, ongeacht hun voorgeschiedenis. Zou wantrouwen dan het eerste pan-Europese sentiment zijn?

  3. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Beste David, dank voor je reactie. Ik ga je boek zeker nog lezen, maar het kan dus voorbarig zijn om verregaande institutionele hervormingen aan te bevelen op basis van 2004-2013 terwijl vertrouwen ook net zo goed hersteld kan worden door middel van economisch herstel (tenzij je dus zou beargumenteren dat deze crisis zo hevig is dat dit permanente littekens slaat in de houdingen van burgers). De langere tijdreeksen laten in ieder geval zien dat ons institutionele stelsel wat dat betreft weerbaarder is dan zou lijken op grond van de ervaringen van het afgelopen decennium. Het feit dat dit decennium niet representatief is voor de afgelopen veertig jaar maakt de dip in vertrouwen in die zin minder erg dat deze hersteld kan worden. Uiteraard is de crisis in sommige landen zo diep dat de politieke manifestaties extreem kunnen zijn (Gouden Dageraad in Griekenland), maar of de vergelijking met 1929-1933 opgaat betwijfel ik…

    De ‘recente’ dip in tevredenheid met democratie die je hierboven ziet lijkt dus op een eerste reactie op de economische crisis, althans in die landen waar deze het hardst toesloeg. Ik zal je het paper van Van Ham en Thomassen toesturen, waar zij dit argument ook maken.

    Overigens noemde je bij Buitenhof nog andere tekortkomingen van ons bestel naast het vertrouwensvraagstuk dus ik wil ook zeker niet beweren dat je die verregaande hervormingen alleen voorstelt op basis van tanend vertrouwen.

    • David Van Reybrouck

      Maar waarom zouden alleen lange-termijntendensen nijpend zijn?

      Terwijl politici vaak te snel reageren op de waan van de dag, dreigt nu het gevaar dat academici enkel ongerust worden als iets al een halve eeuw bezig is.

      Ik hoop dat je gelijk hebt, maar ik vind die recente, snelle afname van vertrouwen bepaald zorgwekkend, zeker in het licht van andere processen die ik nog ga bespreken.

      Kortom: wordt vervolgd!

  4. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Wordt zeker vervolgd. Voorbij de waan van het decennium, David! 😉

  5. Dirk Jacobs

    Boeiende discussie, Armen en David. Nu lijkt mij een decennium nu toch ook wel een zinvolle referentieperiode te zijn, er zijn ook limieten aan terug in de tijd om trends ‘werkelijk’ te kunnen onderscheiden. In de laatste Eurobarometers lijkt de duik van het vertrouwen in Zuideuropese landen toch behoorlijk worrying te zijn.

  6. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Hoi Dirk. Natuurlijk is de duik in vertrouwen zorgwekkend, maar mijn stelling (op basis dus van lessen uit het verleden) is dat dit zich best weer kan herstellen wanneer de economische wind weer de andere kant op waait. Of de Zuideuropese landen daadwerkelijk schade hebben opgelopen wat betreft vertrouwen zal moeten blijken. Maar wat mij betreft is de huidige vertrouwenscrisis economisch van aard, niet institutioneel.

    • David Van Reybrouck

      Armèn, welke hoopgevende tekenen zie jij met betrekking tot het herstel van de Griekse en Spaanse economie?

  7. Tom van der Meer
    Tom van der Meer

    Het voornaamste lijkt me ook de vraag of de daling structureel of conjunctureel is. Er is vooralsnog geen duidelijke reden te denken dat het een structurele daling zou zijn, terwijl verschillende studies wel een verband leggen met economische prestaties in historisch perspectief. Landenvergelijkend blijken institutionele factoren verschillen in vertrouwen beter te verklaren, wat erop wijst dat dat de structurele oorzaken zijn waaromheen het vertrouwen (door economie) fluctueert.
    Bovendien wordt de tevredenheid met het functioneren van de democratie geenszins op eenzelfde manier geschaad als het vertrouwen in regering en parlement.

    Ik moet altijd denken aan Vlaamse collega’s die zich in 2003 hardop afvroegen waarom wij Nederlanders plots onderzoek gingen doen naar vertrouwen. De Belgen hadden net 10 jaar onderzoek achter de rug, n.a.v. de Agusta- en Dutroux-affaires toen het vertrouwen gewoon weg was (6%!). Dat herstelde zich bijna vanzelf naar het niveau van voor die crises.

    • David Van Reybrouck

      Dag Tom, ja, dat Belgische vertrouwen herstelde zich, maar wij hadden dan ook geen 50% jeugdwerkloosheid zoals in Spanje vandaag! De vertrouwenscrisis is misschien nog wel conjunctureel, maar de economische crisis in Spanje en Griekeland is alvast structureel. Het verlangen naar democratie is er vooralsnog niet vastgelopen, maar het diepe wantrouwen jegens regering, parlement en partijen is er wel.

      Als Armèn zegt dat de huidige vertrouwenscrisis economisch van aard is, kan ik alleen maar denken: de vertrouwenscrisis van de parlementaire democratie in 1933 was ook economisch van aard.

  8. David Van Reybrouck

    En ik ben het eens met Dirk Jacobs: tien jaar is geen peanuts meer.

  9. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    David, je blijft maar paralellen trekken met 1933, maar er is (tenminste) één groot verschil ten opzichte van nu. In 1933 had men nog geen ervaring met de Tweede Wereldoorlog, wij inmiddels wel. Het is wat mij betreft echt bangmakerij om 1933 er steeds met de haren bij te slepen. Zelfs in Griekenland, dat zo genadeloos hard is getroffen door de economische crisis, krijgt de Gouden Dagenraad ‘slechts’ 7% van de stemmen. Er is niets, maar dan ook niets, dat wijst op een instorting van de democratie in Zuid-Europa zoals in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.

    Je vraagt welke hoopgevende tekenen ik zie voor herstel in de Griekse en Spaanse economie. Die zie ik vooralsnog niet, maar ik geef grif toe dat ik de laatste cijfers niet paraat heb. Ik laat me graag overtuigen van de noodzaak van politieke hervormingen om uit de huidige vertrouwensdip te geraken, maar dan zou je dus moeten beargumenteren dat de economische crisis zelf is veroorzaakt door manco’s in onze representatieve democratie en dat verkiezingen hierin een sleutelrol hebben gespeeld. Op die manier is de huidige vertrouwens indirect alsnog politiek-institutioneel van aard (met de economische variabelen als ‘tussenliggende’ factoren). Maar dat is niet het argument dat je tot nu hebt aangedragen (in je boek wel?), dus ligt het voor mij voor de hand om een conjuncturele oplossing te zoeken voor een conjunctureel probleem.

    Ik ben echt geen apologeet voor de huidige politieke situatie, maar mijn punt is simpelweg dat een radicale politieke oplossing van de recente duikeling in politiek vertrouwen schuurt met de economische oorzaak hiervan.

    • Armen Hakhverdian
      Armen Hakhverdian

      I completely agree, Heiko. Declines in party membership have a different dynamic than these trust/satisfaction series. Note, however, that in the Netherlands at least important heterogeneity exists beneath the surface. The decline in party membership in the Netherlands can mostly be attributed to declines among the traditional ‘Big Three’ (CDA, PvdA, VVD). Membership numbers for smaller parties is actually on the rise (see http://stukroodvlees.nl/kiezers/hoe-nederland-onder-beatrix-veranderde-de-erosie-van-de-grote-drie/)

      • Heiko Gerhauser

        It is interesting that first past the post in the UK (an electoral system, where newcomer parties stand very little chance) seems to have led to a similar decline in membership of the large parties, but without the compensation provided by the small parties’ increasing membership numbers seen in the Netherlands.

  10. Heiko Gerhauser

    And sorry for writing in English, my native tongue is German and I could write in Dutch having worked in the Netherlands for several years, but I’d make a lot more mistakes.

    I agree with much of what you say and so does David I should think. There is a case for gentle reforms and for let me call it research, but it is hard to argue that the risk reward is ok with an overnight revolution.

    I also found the following talk by Eric Li very illuminating. China is interesting for a number of reasons, it is large, it is successful and it is not a multi party democracy.

    http://m.youtube.com/watch?v=s0YjL9rZyR0

    Li makes quite bit of opinion polls and focus groups there, and of meritocracy within the party.

    Not that everything is perfect with the Chinese system, though a revolution there to get to multi party politics likewise does not do well in terms of risk reward in my opinion. I think it is useful to look at what works there and without too much zealotry regarding the blessings of multi party democracy carefully incorporate lessons from there into our own political system in Europe and the Western world.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)