De flexwet is ‘mislukt’: hebben journalistiek en politiek zitten slapen?

No Comment

Het gaat niet goed met het kroonjuweel van Lodewijk Asscher. Het is begin maart 2016 en journalistiek Nederland duikt op zijn Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Het NRC publiceert op 1 maart een interview met de voorzitter van MKB-Nederland, die stelt dat de ontslagwet ‘als een grauwsluier op de arbeidsmarkt’ ligt. Nieuwsuur maakt een item onder de titel: “MKB-voorzitter: Wet Werk en Zekerheid is mislukking”, EenVandaag concludeert dat de “Nieuwe flexwet onder vuur” ligt. De berichtgeving in de diverse media is vrij eenduidig: “MKB-Nederland: ontslagwet is mislukt”, zo kopt het Financieele Dagblad. De Telegraaf schrijft: “Werkgevers: nieuwe flexwet is veel te complex”, het Algemeen Dagblad: “Flexwet levert eerder ontslag op dan vast werk”.

Niet geheel toevallig vindt in dezelfde week in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de WWZ plaats. Politiek Den Haag is bezorgd en reageert uiteraard ook meteen in de media. Nu.nl constateert: “Kamer ziet problemen rond Wet Werk en Zekerheid alleen maar toenemen”, Radio 1 trekt daaruit de conclusie: “De Wet Werk en Zekerheid moet zo snel mogelijk van tafel”. De kroonprins zelf laat dit alles niet onberoerd. Asscher zegt tegen de NOS dat hij nog deze kabinetsperiode nieuwe voorstellen voor de bekritiseerde WWZ wil uitwerken.

Hebben journalistiek en politiek zitten slapen? Als de WWZ echt zo’n mislukking is, had niemand dat dan eerder op kunnen merken? En hoe heeft dit wetsvoorstel door de beide Kamers kunnen komen? Als je de recente berichtgeving bekijkt zou je de indruk kunnen krijgen dat alles tot dit moment koek en ei was. Het feit dat journalisten het onderwerp unaniem nieuwswaardig lijken te vinden draagt sterk aan die suggestie bij. Het is echter zeker niet zo dat de behandeling en de implementatie van de WWZ onopgemerkt voorbij zijn gegaan.

Sociaal Akkoord en Herfstakkoord

De WWZ is een van de casussen die ik bestudeerd heb in het kader van mijn promotieonderzoek naar de rol die media spelen tijdens wetgevingsprocessen in Nederland. Een korte samenvatting van de voorgeschiedenis: het wetsvoorstel hervormt het ontslagrecht, flexwerk en de WW en is 2014 aangenomen. De plannen staan niet op zich, maar zijn voortgekomen uit het Sociaal Akkoord dat het kabinet in april 2013 sloot met de sociale partners. Vervolgens maakte het kabinet in oktober 2013 afspraken over de begroting voor 2014 met de zogenaamde ‘constructieve drie’ (D66, ChristenUnie en SGP), en via dit Herfstakkoord verleenden zij in principe ook hun steun aan de WWZ.

Media-aandacht

Zowel het Sociaal Akkoord als het Herfstakkoord konden in op veel journalistieke belangstelling rekenen. Journalisten wilden graag weten welke compromissen gesloten waren en of er haken en ogen aan de plannen zaten; de sociale partners, coalitiepartijen en constructieve oppositie wilden graag over het voetlicht brengen wat ze voor elkaar hadden gekregen; en de overige oppositiepartijen wilden graag aandacht genereren voor de problemen die door het beleid zouden ontstaan. Na het sluiten van de akkoorden werd het even wat rustiger: de minister was het wetsvoorstel aan het uitwerken en hier en daar werd er nog verder onderhandeld over de details van de wet.

Tweede Kamer

Toen Asscher het wetsvoorstel eind 2013 bij de Tweede Kamer indiende verschenen er diverse berichten in de media over wat er uiteindelijk precies in het wetsvoorstel stond. De berichtgeving was in eerste instantie vooral gericht op de vraag ‘wat betekent de WWZ voor u?’. Rondom de behandeling van het wetsvoorstel was er zowel in de Kamer als in de pers veel aandacht voor de vraag of de wet haar doelen wel zou gaan bereiken. In de media werden veel experts (hoogleraren, juristen) aan het woord gelaten. De berichtgeving bevatte vaak twijfels: men vond het moeilijk om te voorspellen wat het precieze effect van de WWZ op de arbeidsmarkt zou zijn. Sommige experts klommen zelf in de pen: zo verscheen op de ochtend van het debat in de Tweede Kamer in het FD een kritisch opiniestuk van Ferdinand Grapperhaus, die beargumenteerde dat het wetsvoorstel de “doelstellingen eenvoud, eerlijkheid en grotere kansen op werk niet waar” maakte. Van dit soort berichtgeving werd dankbaar gebruik gemaakt door Kamerleden die hun kritiek wat kracht wilden bijzetten –CDA-Kamerlid Pieter Heerma verwees bijvoorbeeld naar het stuk van Grapperhaus.

Eerste Kamer

Ook tijdens de Eerste Kamerbehandeling bleven er berichten met twijfels en kritiek in de media verschijnen. Zo publiceerde Trouw op de dag van het debat in de Eerste Kamer een stuk onder de kop “Deze wet gaat geen vaste banen opleveren”. De boodschap: hoogleraren verwachten dat de WWZ het ontslagrecht alleen maar complexer maakt. GroenLinks-senator Tof Thissen maakte voor Eerste Kamerbegrippen wel heel expliciet gebruik van media-aandacht: hij citeerde het artikel namelijk grotendeels letterlijk in zijn bijdrage. Ook een aantal opiniemakers bleven zich met de behandeling van de WWZ bezig houden: Mathijs Bouman schreef bijvoorbeeld een column in het FD onder de weinig verhullende titel ‘Laatste kans voor Eerste Kamer om domste wet van dit kabinet tegen te houden’.

Brede steun

Tijdens de behandeling van de WWZ uitten allerlei fracties hun twijfels over de effectiviteit van de wet, daarbij gevoed door de mediaberichtgeving. Het is echter zeker niet zo dat de wet met de hakken over de sloot aangenomen werd. De coalitiepartijen en constructieve oppositiepartijen steunden de wet in beide Kamers, evenals het CDA en GroenLinks (en Bontes in de Tweede Kamer) – partijen die niet gebonden waren via een akkoord, en die getuige de genoemde voorbeelden zelfs een vrij kritisch geluid lieten horen tijdens de behandeling. Een groot deel van de partijen in beide Kamers gaf Asscher het voordeel van de twijfel.

Ten langen leste

Kort nadat de wet was aangenomen deden zich de eerste ‘problemen’ met de wet voor. Journalisten vinden vanaf dat moment ieder concreet gevolg van de wet zeer nieuwswaardig. Toen bijvoorbeeld op 1 juli 2015 het grootste deel van de wet in werking trad verschenen er grote stukken in de kranten en items op tv. Asscher startte bovendien een heus media-offensief: hij bood een scala aan journalisten een uitgebreid interview aan. Politici van allerlei partijen – ook die de wet gesteund hadden – stelden vragen naar aanleiding van de berichtgeving en werden alsmaar terughoudender in het verdedigen van de WWZ. Die trend lijkt zich naarmate de tijd vordert alleen maar door te zetten, en inmiddels vindt zelfs Asscher dat de wet aangepast moet worden. Journalisten en politici hebben dus zeker niet al die tijd zitten slapen, maar het heeft lang geduurd voordat de ophef fundamentele politieke gevolgen kreeg.

About the author

Lotte Melenhorst
Promovenda aan de Universiteit Leiden & Universiteit Antwerpen. Doet onderzoek naar de rol van media-aandacht tijdens wetgevingsprocessen. Gefascineerd door Nederlandse politiek. Arnhems meisje.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)