De omgekeerde participatiekloof: Soms blijven de rijke kiezers vaker thuis dan de arme

1 Comment

Politicologisch onderzoek gaat steeds meer op zoek naar condities achter vermeende wetmatigheden. Zo hebben hogeropgeleiden niet altijd meer vertrouwen: dat geldt alleen als zij in een land wonen dat goed bestuurd wordt. Evenzo leiden opiniepeilingen niet altijd tot een bandwagon effect: dat geldt alleen voor thema’s waarop de mening nog wat diffuus is.

Afgelopen maand verscheen een artikel van Kasara en Suryanarayan (Columbia University), dat aantoont dat de schijnbare wetmatigheid dat rijke kiezers vaker stemmen dan arme kiezers niet altijd opgaat.

 

Het probleem van de apathische kiezer

Burgers worden politiek actief wanneer zij daartoe zowel de hulpbronnen als de prikkels hebben. Hulpbronnen – tijd, geld, vaardigheden – hebben de rijkeren uiteraard veel meer. Maar dat geldt niet altijd voor de prikkels. Wat zijn nu belangrijke prikkels? Denk aan onvrede met het beleid, en – belangrijker nog – het gevoel dat er bij de verkiezingen daadwerkelijk iets op het spel staat.

Dat laatste is nu juist waar het steeds meer aan schort. In Nederland denken steeds minder kiezers dat het uitmaakt wie er regeert. En waarom zou je dan stemmen? Die toenemende apathie werd in 2002 nog korte tijd tegengewerkt dankzij het Fortuyn-effect, maar heeft zich sindsdien onverminderd voortgezet.

Het belang van prikkels geldt ook voor de participatie-kloof tussen rijk en arm. Rijkere kiezers zijn weliswaar beter uitgerust om te participeren, dat betekent niet dat ze dat ook altijd doen: je moet kunnen én willen participeren.

 

De participatiekloof: Kunnen en willen

Kasara en Suryanarayan beweren dat het voor rijke kiezers vooral belangrijk is om actief te worden wanneer hun belangen op het spel staan. Dat is (1) wanneer inkomensherverdeling een politiek relevant thema is, en (2) wanneer de overheid (bureaucratie) ook dat werkelijk in staat wordt geacht om een effectief herverdelingsbeleid te gaan voeren.

In de meeste westerse landen wordt aan deze eisen voldaan. Vandaar ook de eerder gevonden wetmatigheid. Kasara en Suryanarayan betrekken echter ook tientallen niet-westerse democratieën bij hun onderzoek.

Hun conclusies: de twee condities gaan inderdaad op. Als dat niet het geval is, is er geen verschil in opkomst tussen arm en rijk. Ook voor de rijke kiezer geldt dus dat die pas gaat stemmen als hij/zij kan én wil.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

1 Comment

  1. Edwin

    Dan moet je nog wel de mogelijkheid hebben om ergens op te stemmen. Politiek Nederland heeft geen goede voorbeelden meer. De meeste partijen hebben geen duidelijk verhaal.
    Het ligt ook aan Politiek Nederland. Politiek Nederland is in de war. Ik kan me de reacties van mijn medestudenten herinneren na de monsterzege van de LPF. Ik wil geen partij zwart maken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)