De Valkuilen van het Voor-kamp #GeenPeil

No Comment

Nederland heeft tegenwoordig een ‘voor-kamp’. Voorstanders van het associatieakkoord met Oekraïne hebben zich verenigd in ‘Stem voor Nederland’. Onder aanvoering van Joshua Livestro, oud-medewerker van eurocommissaris Frits Bolkestein, spraken ze zich in de Volkskrant uit voor een ‘ja’ bij het komende referendum. Op zich is dit een goede ontwikkeling omdat zo meer helderheid en minder hysterie in het debat komt, iets waar Tom van de Meer hier eind vorig jaar al om vroeg.

Toch maken Livestro cum suis een aantal opvallende fouten die we vaak zien bij campagnes: een gebrek aan focus, het overnemen van de frames van de tegenpartij en het geloof dat feiten voor zich spreken.

 

Focus

De beperkte ruimte die de voorstanders gegund zijn in de kolommen van de Volkskrant gebruiken ze om met allerlei tegenstanders in de debat te gaan. Ze schaken op drie borden tegelijk: ten eerste met de tegenstanders van een referendum an sich (‘Hoera, er komt een referendum!’). Ten tweede met mensen die zeggen dat kiezers die voor het associatieakkoord zijn, thuis moeten blijven (‘Een strategie om het referendum ongeldig te laten verklaren door het drukken van de opkomst is (…) kansloos.’). En ten derde met diegenen die campagne voeren tegen het associatieakkoord (‘Baudet en consorten fantaseren er in hun argumentering roekeloos op los’).

Zo blijft er natuurlijk niets hangen. Een politieke boodschap moet glashelder zijn en gefocust. Lang niet alle lezers zullen het hele stuk van Livestro c.s. lezen: wat blijft er hangen als je drie parallelle debatten probeert te voeren?

 

Frame

Ten tweede bestaat de onhandige gewoonte om in een debat in de frames van de ander te stappen. Livestro c.s. gaan uitgebreid in op de argumenten van Baudet: zo schrijven ze dat het verdrag geen integratieverdrag is maar ‘wel degelijk ook een handelsverdrag.’ En over dat andere hete hangijzer, immigratie: ‘En nee, het opheffen van de visumplicht voor kort verblijf betekent niet dat mensen zich uit Oekraïne zich zo maar hier mogen vestigen.’ Dat Baudet heeft beweerd dat ‘dit samenwerkingsverdrag slecht is voor Oekraïne’ is volgens de voorstanders ‘net zozeer onwaar.’ Volgens Livestro cum suis is meer handel, bescherming van rechtsorde en mensenrechten en bestrijding van corruptie goed voor Oekraïne.

In plaats van een eigen verhaal te schetsen, een beeld van wat er gaat gebeuren als het associatieakkoord wordt aangenomen, gaan Livestro cum suis in op alle frames van Baudet. Ondanks het feit dat ze vinden dat het debat niet moet gaan over de vraag of we meer of minder Europese integratie willen, meer of minder ontwikkelingssamenwerking, of meer en minder arbeidsimmigratie, gaat het stuk van Livestro c.s. daar wél over. Een debat over Europese integratie, arbeidsmigratie en ontwikkelingssamenwerking gaat het voor-kamp niet winnen. Niets voor niets wil Baudet dat het debat daarover gaat. Het voor-kamp zou moeten bepalen met welk frame ze dit debat wel kan winnen en daarop moeten inzetten.

 

Feiten

Livestro cum suis sluiten hun stuk, ten slotte, af met een oproep aan het tegenkamp: ‘stop making shit up’ en dan de uitsmijter ‘de feiten zijn genoeg om mensen ervan te overtuigen dat ze dit verdrag gewoon kunnen steunen.’

Dit is één van de ergste fouten in een campagne: het geloof dat de feiten voor zichzelf spreken. Als we één ding weten is dat in campagnes lang niet altijd de partij wint die de feiten aan zijn kant heeft. ‘Gelijk hebben is iets anders gelijk krijgen’ is niet voor niets een platgetreden cliché. Emotionele beelden, zelfs als ze geen basis hebben in de werkelijkheid, kunnen zeer overtuigend zijn.

Het voor-kamp ‘kijkt uit naar het debat’. Ik ook, maar ik hoop dat het voor-kamp een glashelder eigen verhaal ontwikkelt dat niet slechts leunt op feiten maar durft om onderliggende sentimenten te raken. Want alleen dan is de strijd tussen het voor- en het tegenkamp gebalanceerd.

About the author

Simon Otjes
Onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op de rol van politieke partijen in Nederland en Europa, met een bijzondere interesse voor de ruimtelijke modellen die politiek gedrag structureren. Hij is lid van GroenLinks.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)