De vijver op links: ideologische overeenkomsten en verschillen tussen kiezers van PvdA, GroenLinks en SP

11 Comments

Begin vorige week stond het altijd dankbare discussieonderwerp “samenwerking op links” weer eens op de agenda (zie hier). De PvdA flirtte met de SP omdat de partij een lijstverbinding met de socialisten wel zag zitten. De sociaaldemocraten liepen echter een blauwtje. Tweede Kamerlid Ronald van Raak van de SP liet meteen weten dat hij het een “krankzinnig voorstel” vond aangezien eventuele reststemmen dan bij de coalitie terecht zouden komen. Wel diende zich meteen een andere partner aan; GroenLinks zei een lijstverbinding best te willen overwegen.

Regelmatig wordt er over de voor- en nadelen van samenwerken op links gediscussieerd (zie bijvoorbeeld  hier). Bij dergelijke discussies doemen allerlei vragen op. Hoe ver dient de samenwerking te gaan? Wat zou de koers moeten zijn? Wat gebeurt er met de partijorganisatie(s)? Wie wordt de leider van een eventuele fusiepartij? Zitten de kiezers en partijleden wel op samenwerking te wachten?

Er is vaak echter maar weinig aandacht voor de cruciale vraag of de kiezers van de linkse partijen ideologisch gezien eigenlijk wel bij elkaar passen. In hoeverre verschillen de electoraten van PvdA, SP en GroenLinks van elkaar?

 

Vier thema’s

Om die vragen te beantwoorden heb ik gekeken naar de opvattingen van kiezers van verschillende partijen op het gebied van vier centrale thema’s: inkomensherverdeling, immigratie, euthanasie en Europa. De gegevens zijn afkomstig uit het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) uit 2012. De deelnemers aan het onderzoek is op een schaal van 1 tot 7 gevraagd wat hun opvattingen zijn over deze thema’s. Hoe hoger de scores, hoe positiever men is over inkomensherverdeling, hoe sterker men is gekant tegen verdergaande immigratie, hoe positiever men staat tegenover euthanasie, en hoe negatiever men is over de EU. Hieronder heb ik de gemiddelden (M) en standaarddeviaties (SD) per partij weergegeven. De standaarddeviatie geeft aan in hoeverre de kiezers van een partij onderling van mening verschillen; hoe hoger de standaarddeviatie, hoe groter de onderlinge verschillen.

Ik heb de scores weergegeven voor PvdA, GroenLinks en SP, en ter vergelijking ook voor D66, VVD, CDA en PVV. Ook heb ik gekeken naar de opvattingen van het gezamenlijke linkse electoraat (PvdA + GroenLinks + SP) door de kiezers van deze partijen allemaal samen te nemen.

 

Verschillende electoraten?

Uit de eerste kolom (de gemiddelden) blijkt dat de kiezers van PvdA, GroenLinks en SP nauwelijks van elkaar verschillen op het gebied van inkomensherverdeling. De gemiddelden lopen uiteen van 5.34 (PvdA) tot 5.53 (SP). Het gezamenlijke linkse electoraat heeft een score van 5.39, en is daarmee iets linkser dan dat van de PvdA. Ter vergelijking: kiezers van de VVD zijn met een gemiddelde score van 4.02 een stuk rechtser. Opvallend is overigens dat kiezers van de PVV op dit vlak flink linkser zijn dan die van D66, CDA en VVD. De standaarddeviaties in de tweede kolom geven aan dat de onderlinge verschillen bij de PvdA- GroenLinks- en SP-kiezers niet zo groot zijn. Dit ligt anders bij de mensen die op de PVV stemmen: bij hen lopen de opvattingen over inkomensherverdeling behoorlijk uiteen.

 

Tabel

Tabel: Gemiddelden en standaarddeviaties van opvattingen van kiezers van verschillende partijen (NKO 2012)

 

Met betrekking tot de houdingen tegenover immigratie verschillen de linkse kiezers veel meer van elkaar. Kiezers van de PvdA en vooral de SP zijn een stuk minder positief over immigranten (een gemiddelde score van respectievelijk 4.16 en 4.38) dan mensen die op GroenLinks stemmen (gemiddelde is 3.17). De standaarddeviatie bij de PvdA is vrij hoog. Dit geeft aan dat PvdA-kiezers onderling behoorlijk verschillen met betrekking tot hun opvatting over immigratie. Het gezamenlijke linkse electoraat heeft een score van 4.14, en zit daarmee dicht tegen de score van de kiezers van de PvdA aan.

Op het gebied van ethische kwesties verschillen de kiezers weer nauwelijks van elkaar. De gemiddelde scores op het vlak van euthanasie lopen uiteen van 6.18 (SP) tot 6.40 (GroenLinks). Uit de waarden van de standaarddeviaties blijkt dat de onderlinge verschillen ook niet zo groot zijn. Het gezamenlijke linkse electoraat heeft precies hetzelfde gemiddelde als dat van de PvdA (6.23). Eigenlijk wijkt alleen het CDA met een gemiddelde score van 5.20 af op dit vlak. Opvallend is dat er ook behoorlijk wat heterogeniteit bestaat onder het christendemocratische electoraat (SD = 1.73).

De kiezers van PvdA, GroenLinks en SP verschillen aanzienlijk van elkaar wanneer we kijken naar het thema Europa. De SP-stemmers zijn met een gemiddelde van 4.66 flink Eurosceptischer dan de PvdA-kiezers (gemiddelde is 4.06), en de GroenLinks-kiezer is met een gemiddelde van 2.97 een stuk minder Eurosceptisch dan het electoraat van de sociaaldemocraten. Als we deze gemiddelden vergelijken met die van de andere electoraten zien we dat links met betrekking tot Europa zo’n beetje het hele politieke spectrum bestrijkt. Alleen de PVV-kiezers nemen een nog extremere positie in met een gemiddelde van 5.71. De onderlinge verschillen zijn bij alle groepen kiezers behoorlijk groot, maar dit geldt vooral voor de PvdA-, VVD- en CDA-kiezers (de middenpartijen). Het gezamenlijke linkse electoraat is een tikje Eurosceptischer dan het electoraat van de PvdA.

 

Linkse fusiepartij goed nieuws?

Op het gebied van inkomensherverdeling en ethische kwesties verschillen de kiezers van PvdA, GroenLinks en SP dus nauwelijks van elkaar. Maar als het om immigratie of Europa gaat zijn de verschillen een stuk groter. Toch lijkt het gezamenlijke linkse electoraat sterk op het electoraat van de PvdA. Dit heeft verschillende oorzaken. Ten eerste heeft het merendeel van het gezamenlijke linkse electoraat op de PvdA gestemd. Dit is echter zeker niet de enige oorzaak. Met betrekking tot de thema’s immigratie en Europa trekken de kiezers van GroenLinks en SP het gemiddelde van het gezamenlijke linkse electoraat allebei een andere kant uit. Daarmee houden ze elkaar dus eigenlijk in balans en ligt het gemiddelde van het gezamenlijke electoraat dicht bij het gemiddelde van de PvdA. Je zou kunnen verwachten dat hierdoor de onderlinge verschillen bij het electoraat van gezamenlijk links wel weer flink groter zijn dan bij de PvdA. Dit is echter niet het geval. Op het gebied van immigratie en vooral Europa verschillen de PvdA-kiezers onderling namelijk ook al sterk van elkaar.

Is samenwerking op links inhoudelijk gezien nu een goed idee voor de betrokken partijen? Laten we even kijken naar het uiterste scenario: een fusie van PvdA, GroenLinks en SP. Met een beetje fantasie kunnen we het gezamenlijke linkse electoraat zien als een indicatie van hoe het potentiële electoraat van een linkse fusiepartij er uit zou kunnen zien. Enige voorzichtigheid is hier wel geboden aangezien het onwaarschijnlijk is dat het electoraat van een fusiepartij precies de som van de bestaande deelelectoraten zal zijn. Het zou bijvoorbeeld best kunnen dat er bij een fusie relatief veel GroenLinksers uitwijken naar de Partij voor de Dieren, veel SP-ers zullen besluiten helemaal niet meer te gaan stemmen, en flink wat voormalige D66-stemmers juist wél weer zullen worden aangetrokken door deze nieuwe partij.

Toch kunnen we voorzichtig concluderen dat het potentiële electoraat van een linkse fusiepartij waarschijnlijk behoorlijk op het electoraat van de PvdA zal lijken. Even los van allerlei praktische zaken, hoeft een fusie wat dit betreft dus niet verkeerd uit te pakken voor de sociaaldemocraten. Dit ligt anders voor GroenLinks en de SP. Met betrekking tot de thema’s immigratie en Europa liggen de gemiddelde opvattingen van het potentiële electoraat van een fusiepartij waarschijnlijk behoorlijk ver van de opvattingen van het huidige eigen electoraat. De kans is groot dat bij een linkse fusie GroenLinks en SP ideologisch gezien behoorlijk wat water bij de wijn zullen moeten doen.

 

Afbeelding: Leg neer die bal! door Roel Wijnants (license)

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

11 Comments

  1. tjark reininga

    de conclusie van dit artikel kan dus alleen zijn, dat geen van de partijen bij een fusie echt wat te winnen heeft. allen zullen zij kiezers verliezen en wellicht zullen zelfs nieuwe partijen de plaats van de extremere partijen (SP en GroenLinks) innemen, zoals dat ook bij eerdere fusies gebeurd is. even los van de vraag of ‘links’ een goede noemer is voor deze drie partijen, is voor mij de conclusie, dat deze partijen ‘ter linker zijde’ beter zelfstandig kunnen voortbestaan en m.b.v. lijstverbindingen en samenwerking de ‘linkse stemmen’ proberen te bundelen.

    een voor de SP: wellicht is een goed signaal naar de kiezer om d.m.v. een lijstverbinding met GroenLinks een alternatief voor de PvdA te bieden.

  2. Hannibal

    Ergo: bij een fusie verdwijnen de partijen waarmee de PvdA samengaat, om verder onherkenbaar te worden qua standpunten. Enige reden is carrièretechnisch, voor de leidende leden.

  3. Jonathan Wortelboer

    In het vertalen van een partijstandpunt naar een cijferreeks, schuilt de aanname dat je die kan plaatsen op één lijn, niet?

    In de vier thema’s die er zijn gekozen, geeft het denk ik wel een goed idee van de verschillen van de linkse partijen, maar als je het breder trekt, gaan er toch heel wat ideologische nuances verloren die niet naar twee extremen zijn te ordenen.

  4. Matthijs Rooduijn
    Matthijs Rooduijn

    Ik heb ook nog even gekeken wat de posities op het gebied van milieu zijn. Ik kwam in het NKO alleen deze vraag tegen:

    “Sommige mensen vinden dat kerncentrales de oplossing zijn voor een tekort aan energie in de toekomst. Anderen vinden dat er geen kerncentrales moeten worden gebouwd omdat de gevaren te groot zijn. Waar zou u uzelf plaatsen op een lijn van 1 tot en met 7, waarbij de 1 betekent dat er snel kerncentrales moeten worden gebouwd en de 7 dat deze niet moeten worden gebouwd?”

    SP- en PvdA-kiezers zitten dicht bij elkaar met gemiddelden van respectievelijk 5.39 (1.52) en 5.37 (1.48). Standaarddeviatie tussen haakjes. Het GL-electoraat wijkt af en is behoorlijk sterk tegen kerncentrales: M = 6.13, SD = 1.32. Kiezers van de Partij voor de Dieren staan dicht bij PvdA en GL. De kiezers van andere partijen zijn gemiddeld allemaal sterker voor kernenergie dan de linkse partijen.

    • Henk Daalder ook van GroenLinks

      Dit is een typisch voorbeeld van liegen met statistieken.
      Kernenergie is zo duur, dat niemand in Nederland dat gaat willen. Alleen rechtse parasieten roepen dat ze weer een kerncentrale willen. Daarmee bedoelen deze VVD’ers dat de staat dat mot betalen.
      De VVD die de keuze van de markt ontkent, de markt heeft al in 2007 gekozen voor windenergie. Sinds die tijd wordt er jaar na jaar het meeste geïnvesteerd in windenergie.
      Sinds 2008 groeit windenergie het hardst van alle vormen van energie. Aardgas is een goede tweede.

      Windenergie is nu zo goedkoop, dat het niet meer ingehaald zal worden door andere technieken.
      Dit is de technische en markt realiteit, kiezers volgen natuurlijk de rechtse propaganda in dit land, maar bij fusie besprekingen kom deze werkelijkheid natuurlijk ter sprake.

      Daarom kun je met kiezers onderzoek, en dus rechtse propaganda gegevens, geen partij fusies voorspellen.
      Laat mensen gewoon LINKS stemmen, dan komt het wel goed met de wereld, zelfs met rechtse mensen. Zo is LINKS.

      • Tom van der Meer
        Tom van der Meer

        Kiezersonderzoek is rechtse propaganda? Wat een bizarre uitspraak, al helemaal als je naar de bevindingen kijkt waar zo tegen tekeer wordt gegaan. Het is een beschrijving van uitgangspunten van kiezers, niet van de uitvoering of van het eraan toegekende belang.
        Maar goed, leg eens uit: waarom is (de methode van) kiezersonderzoek naar voorkeuren van kiezers hetzelfde als rechtse propaganda?

  5. Ramon Barends

    Gelukkig is er nog een partij die aan haar idealen vasthoudt: de PSP’92 :-).

  6. Henk Daalder ook van GroenLinks

    70% van de kiezers wil meer duurzaamheid, maar alleen GroenLinks werkt daar aan. Dus Linkse samenwerken die je door op GroenLinks te stemmen.
    Dan kiest de PvdA ook linkse eieren voor zijn kiezers, en gaat weer doen waar ze ooit voor zijn opgericht, socialistische politiek

    Zie dit a-sociale PvdA wangedrag over windmolens, tegen burgers.
    http://www.duurzamebrabanders.nl/blog/2014/09/pvda-doe-eens-wat-positiefs-met-windmolens-voor-burgers/

    Stem LINKS, en maak een groter LINKS blok, van samenwerkende partijen.

    • Guido Klerk

      Veel burgers zijn voor windmolens, tenzij ze in hun eigen zichtveld staan. Menig lokale partij heeft flink electoraal garen gesponnen met acties tegen de plaatsing van windmolens. Dat heeft waarschijnlijk GroenLinks geen zetel gekost, de PvdA wel.

  7. Klaas Strooker

    Juist de andere benadering van oa Europa en migratie heeft mij ooit doen kiezen voor GroenLinks, en niet voor SP en/of PvdA. Lijstverbinding OK, fusie niet. Zou dan opzoek moeten voor herstart GL

  8. Guido Klerk

    ‘70% van de kiezers wil meer duurzaamheid, maar alleen GroenLinks werkt daar aan.’

    Dat alleen GroenLinks daaraan werkt is onzin. Daarnaast wordt er te veel vanuit het progessieve elitisme gedacht. De arbeidersklasse werkt doorgaans in de (automobiel) industrie, daar heb je ook over na te denken. Bij GL & SP foeteren ze graag op het neoliberale vervuilende kapitalisme, de normale arbeider werkt daar doorgaans in. Die is lang niet zo fundamentalistisch. Als je de arbeidersklasse van je wilt vervreemden moet je het vooral over ‘fundamentele transities’ gaan hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)