Is een Nexit mogelijk?

5 Comments

De uitslag van het Britse referendum dreunt ook in Nederland nog na. Hoewel de percentages met 52% voor en 48% tegen een Brexit ruim binnen de marges van de verwachtingen lagen, was de verrassing op de morgen na het referendum groot. Na het ongeloof volgde zowel verontrusting als hoop: zou dit in Nederland ook mogelijk zijn? Is er kans op een Nexit?

 

De Nederlandse Europinie

Afgelopen zondag presenteerde Maurice de Hond overzichten van zes peilingen. Daarin sprak 33-54% zich voor een referendum uit en gaf 22-48% aan voor een Nexit (uittreden van Nederland) te zullen stemmen en 45-67% tegen.

Wat mensen bij een referendum gaan stemmen is slecht voorspelbaar. Het hangt af van de voorkeuren, maar ook van de verschillen in mate van enthousiasme van voor- en tegenstanders om te gaan stemmen. In het geval van een referendum speelt daarbij het enthousiasme voor het instrument een rol, net als de specifieke opzet van het referendum. Veel hangt af van wat er in de campagne aan kwesties opkomt, van de opstelling van politici en opinieleiders en van debatten in de laatste dagen. De meerderheid tegen de grondwet bij het referendum in 2005 kwam pas in de laatste weken tot stand en was niet eerder te voorspellen op basis van enquêtes. We willen ons dan ook niet met deze peilers meten met nog een schatting van wat mensen zeggen te zullen doen, maar aandacht vragen voor de achtergronden van de Nederlandse ‘Europinie’ en de trends op iets langere termijn. Uitslagen bij verkiezingen mogen dan lastig te voorspellen zijn, ze komen ook weer niet helemaal uit het niets voort.

 

Meer EU-voorstanders dan tegenstanders

In het Continu Onderzoek Burgerperspectieven legt het SCP sinds 2008 elk kwartaal de stelling voor “Het Nederlands lidmaatschap van de EU is een goede zaak”. In het tweede kwartaal van 2016 is 39% het eens en 28% oneens met de stelling,  33% houdt zich op de vlakte. De groep EU-voorstanders in Nederland is dus groter dan de groep tegenstanders en dat is sinds 2008 steeds zo. Toen we Nederlanders in april 2015 – in een periode waarin er veel aandacht was voor een eventuele ‘Grexit’ –  vroegen of het beter zou zijn als Nederland uit de Europese Unie zou gaan, vond 24% dat het geval. 43% vond van niet, en de resterende 33% was neutraal.

Goed nieuws dus voor een toekomstig remain-kamp in Nederland? Nee, niet helemaal. Er zijn drie redenen waarom zij zeker niet gerust moeten zijn op een goede uitkomst.

 

Steun voor de EU is vaak instrumenteel

In de eerste plaats omdat er onder de mensen die het Nederlandse EU-lidmaatschap steunen maar een heel kleine groep hartstochtelijke EU-voorstanders is. Voor de rest is de steun vooral instrumenteel. Zij vinden het lidmaatschap een goede zaak omdat het voor een klein handelsland economisch noodzakelijk is om deel uit te maken van de EU en de EU zorgt voor stabiliteit. Het vrije reizen en het gemak van een gemeenschappelijke munt zijn op vakantie mooi meegenomen. Deze groep EU-voorstanders zal de EU niet door dik en dun steunen. Hun afwijzing van een Nexit zal afhangen van hun inschatting van de economische en geopolitieke noodzakelijkheid van de EU. Hun vertrouwen in het probleemoplossend vermogen van de EU is na de economische- en vluchtelingencrisis echter aangetast.

 

Onzeker wat voor EU-twijfelaars het zwaarst weegt

Een tweede nuancering bij de goede uitgangspositie van EU-voorstanders, is de grote groep die een neutrale positie kiest. Deze groep denkt dat de EU economisch noodzakelijk is, maar ziet ook veel nadelen: het verlies van soevereiniteit, geld dat naar “Brussel” of “Griekenland” gaat dat beter hier besteed kan worden, de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten die voor een lager tarief werken. Het is zeer de vraag welke kant deze groep op zal bewegen in een campagne over een eventuele Nexit. Wint het gevoel van economische noodzakelijkheid, of het gevoel dat de EU al jaren een kant op gaat die men eigenlijk niet op wil?

 

Grote verschillen tussen lager en hogeropgeleiden

Een derde nuancering bij een goede uitkomst voor het pro EU-kamp is dat er hier net als in het Verenigd Koninkrijk grote verschillen zijn tussen groepen. De verschillen tussen generaties en stad en platteland zijn hier minder groot dan in het VK – al zagen we bij het referendum op 6 april wel verschillen tussen universiteitssteden en de rest van het land. Dat duidt op een tweedeling die we ook in het VK zagen: die tussen opleidingsniveaus. Hogeropgeleiden zijn steeds veel positiever over de EU dan lageropgeleiden en dit verschil wordt groter.

Als we de bevolking grofweg opdeelt in twee opleidingsniveaus: ruim de helft tot en met mbo en minder dan de helft havo en hoger, is dat duidelijk te zien. Zolang de lijnen in onderstaande figuur boven de nul zitten, zijn er meer voorstanders dan tegenstanders. Dat is bij het lager opgeleide deel (in de hele periode 59% van de ondervraagden) vaak niet meer het geval; bij het hoger opgeleide deel (41% van de ondervraagden) wel, al wordt ook daar die meerderheid wat kleiner. Met rechte lijnen is in de grafiek de trend aangegeven door de schommelende lijnen. Bij de lageropgeleiden is in de tweede helft van 2013 de relatieve meerderheid voor de stelling trendmatig omgeslagen in een minderheid; trekken we de lijn voor de hogeropgeleiden door, dan vindt bij hen de omslag pas in 2059 plaats; voor de hele bevolking in 2021.

Zelfs al wordt een Nexit afgewezen, het zal ook in Nederland dus grote verschillen blootleggen tussen bevolkingsgroepen.

fig1PDJdR

 

Afwijzen van Nexit dus niet vanzelfsprekend

Op dit moment zijn er in Nederland dus meer EU-voorstanders dan tegenstanders – maar die bevinding is relatief: slechts weinigen zijn hartstochtelijk fan van het Europese project, velen twijfelen en de verschillen tussen groepen zijn groot. Bovendien is de steun voor de EU op de langere termijn gedaald, iets waar ook Niels Spiering in zijn blog op wees.

Deze noties zijn niet bedoeld als voorspelling, zeker niet voor de uitslag van een eventueel referendum. Maar het zijn wel punten aan de horizon die te denken geven. Hoe de ‘Europinie’ zich verder zal ontwikkelen hangt af van wat er de komende tijd nog meer gaat spelen: blijkt de EU in staat om de problemen van deze tijd op te lossen? Hoe gaat het verder met de Britse economie?

Als de Brexit inderdaad afschrikwekkende economische gevolgen heeft, kan dat de perceptie van de economische noodzakelijkheid van de EU in Nederland versterken – en daarmee de afkeer van een Nexit. Maar ook het omgekeerde is mogelijk: als mensen het idee hebben dat UK ‘gestraft’ wordt, kan dat de weerzin tegen de EU versterken. Veel hangt af van wat politici doen. Niet alleen voor de toekomst van de Britten, maar ook voor de steun voor het Europese project in de achtergebleven lidstaten. Gegeven de toegenomen scepsis lijkt een sprong vooruit een riskante strategie.

 

Afbeelding: 160107 Vlaggen EU en Voorzitterschap bij BZ door Ministerie van Buitenlandse Zaken (license)

Dit blog is een uitgebreide versie van het artikel ‘Afwijzen van een Nexit is niet vanzelfsprekend’ dat op zaterdag 2 juli in het Financieele Dagblad is verschenen.

About the author

Related Articles

5 Comments

  1. Jan van Rongen

    Een Nexit is m.i. economische zelfmoord. Als je niet in kaart brengt wat de gevolgen zouden kunnen zijn (dus wat is je exit-plan eigenlijk) kun je hier ook geen zinnige discussie over voeren.

    Daarnaast vind ik dat zo’n ingrijpende beslissing, zwaarder dan menige grondwetswijziging, nooit alleen in een referendum zou moeten worden genomen. Minimaal twee ronden met een 2/3 meerderheid.

  2. Frank Huysmans

    Ik las een analyse door filosoof David Rodin (Oxford) die wat mij betreft de spijker op z’n kop slaat over het Brexit-referendum en de gevolgen ervan. De keuze, aldus Rodin, was er feitelijk niet een uit twee mogelijkheden (remain en leave), maar uit drie: a) in de EU blijven, b) in de Europese Economische Ruimte blijven met toegang tot de interne markt, waarbij het vrije verkeer (immigratie) op de koop toe moet worden genomen, en c) immigratie onder controle krijgen, ten koste van toegang tot de interne markt. Doordat het ‘remain’-kamp de posities b) en c) met elkaar verenigde, ontstond een coalitie tussen de business-vleugel van de Tories die meer globalisering wil met minder bemoeienis van Brussel, en de UKIP- en een deel van de Labour-aanhang die immigratie wil beteugelen en de macht van het kapitaal wil terugdringen. Nu Brexit een feit lijkt, komt de onmogelijkheid van het verenigen van b) en c) aan de oppervlakte. Opties b) en c) hadden elk voor zich een kleinere aanhang dan optie a), zodat bij een referendum met een eerlijker keuze tussen de drie posities ‘remain’ waarschijnlijk had gewonnen.
    Als deze analyse hout snijdt, is de voor ‘Nexit’ relevante vraag hoe de verhoudingen tussen a), b) en c) in Nederland liggen, en uiteraard hoe we een eventueel referendum gaan vormgeven. Biedt het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, of een ander survey, daar zicht op?

  3. parap

    “Hogeropgeleiden zijn steeds veel positiever over de EU dan lageropgeleiden en dit verschil wordt groter.”

    Maar waarom? Ik zou graag, zo mogelijk, een analyse willen zien.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)