Eén school per bestuur of veel scholen onder één bestuur? Maatwerk of schaalvoordelen?

No Comment

“Maatwerk” is een gevleugeld begrip in politiek Den Haag: als overheidstaken zoveel mogelijk gedecentraliseerd zijn, kunnen die taken het best uitgevoerd worden. Want als het bestuur dicht op het werk zit, kunnen mogelijkheden en wensen het best op elkaar afgestemd worden. Althans, dat is de gedachte. Deze denkwijze is op dit moment dominant bij de decentralisatie van de zorg.

De tegenhanger hiervan zijn de “schaalvoordelen” van grote organisaties met gespecialiseerde diensten en functionarissen en lagere kosten per verrichting. Deze denkwijze is op dit moment dominant in de samenvoeging en vergroting van gemeenten en provincies.

In het onderwijs hebben deze denkwijzen elkaar afgewisseld. In de jaren negentig werd gestreefd naar grote onderwijsorganisaties. ‘Eénpitters’ (een school, een bestuur), maar ook kleine besturen werden als onwenselijk gezien. Schoolbesturen werden op allerlei manieren uitgenodigd te fuseren. In de loop van de 21ste eeuw werden de nadelen van grote organisaties zichtbaar – denk bijvoorbeeld aan het fiasco bij Amarantis – en ontstond er het streven naar de “menselijke maat in het onderwijs”. De fusietoets is hier een uiting van.

Naar mijn weten is eigenlijk nog nooit de relatie tussen het aantal scholen per bestuur enerzijds en de kwaliteit van het onderwijs vastgesteld. Dat doe ik hier voor basisscholen. Ik gebruik hiervoor de gemiddelde cito-scores over 2013, 2014 en 2015 voor 6623 basisscholen, zoals die gemaakt is door RTL Nieuws in december 2015. Het RTL-bestand heeft ook gegevens over het ‘bevoegd gezag’ (= bestuur) van de school (N=971) en dat heb ik gebruikt om het aantal scholen per bestuur vast te stellen. De RTL-dataset bevat ook informatie over het percentage gewichtenleerlingen (leerlingen met laaggeschoolde ouders). De viercijferige postcode van de leerlingen van elke school zijn gekoppeld aan gegevens over het percentage middel- en hoogopgeleide bewoners, het gemiddeld inkomen en de leefbaarheid per viercijferige postcode. Al deze kenmerken gebruik ik om te controleren voor de sociaal-economische compositie van scholen. Ook is de denominatie van de school bekend.

 

Samenhang

Figuur 1 visualiseert de relatie tussen de gemiddelde driejaarlijkse cito-score per school (y-as) en het aantal scholen per bestuur (x-as). Die relatie is duidelijk niet lineair: de lijn daalt eerst, om daarna licht te stijgen en vervolgens weer licht te dalen. Maatwerk en schaalvoordelen komen dus beiden voor, maar tegelijkertijd is het verschil in gemiddelde cito-score van ‘éénpitters’ en die van een bestuur met veel scholen niet groot: nauwelijks meer dan één cito-punt.

Maar deze relatie kan vertekend zijn omdat ‘éénpitters’ heel andere kenmerken kunnen hebben dan scholen die met veel andere scholen onder één bestuur vallen. Daarom heb ik nog een analyse uitgevoerd waarin rekening gehouden wordt de sociaal-economische compositie en denominatie van scholen. Door het gebruik van een zogenaamde multilevel model (zie tabel 1) kunnen we bovendien verschillen op provincie-, bestuurs-, en gemeenteniveau meenemen. De relatie tussen cito-scores en het aantal scholen per bestuur wordt hierdoor nog minder sterk.

 

Conclusie

Zowel voorstanders van maatwerk als die van schaalvergroting kunnen in de bovengenoemde analyses hun gelijk vinden. Scholen die vallen onder een bestuur met geen of weinig andere scholen halen gemiddeld hogere cito-scores dan scholen die vallen onder een bestuur met 29 andere scholen. Scholen die vallen onder een bestuur met 40 of meer scholen hebben weer een grotere kans op hogere cito-scores dan scholen die vallen onder een bestuur met 29 andere scholen.

Misschien is de belangrijkste conclusie nog wel dat het effect van het aantal scholen per bestuur significant maar weinig uithaalt. Je zou eigenlijk ook gewoon kunnen zeggen dat denken in termen van maatwerk of schaalvergroting de aandacht alleen maar afleidt van de belangrijkere oorzaken van kwaliteitsverschillen tussen scholen: sociaal-economische samenstelling en denominatie.

Beeld: As The World Keeps Turning… via photopin (license)

About the author

Jaap Dronkers
Jaap Dronkers is hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit Maastricht

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)