Eerste Kamer drong aan op ‘weeffout’ opkomstdrempel raadgevend referendum

6 Comments

Onlangs schreef Casper Albers, universitair hoofddocent aan de Universiteit Groningen, over een ‘rare weeffout’ in de wetgeving over het raadgevend referendum. De opkomstvereiste van 30% leidt er namelijk toe dat voorstanders voor een strategische keuze komen te staan: gok ik erop dat de opkomst onder de 30% blijft en het referendum dus sowieso ongeldig is, of moet ik juist wel gaan stemmen om een meerderheid voor het oorspronkelijke wetsvoorstel te bewerkstelligen? Hij stelt:

“Dit dilemma was niet nodig geweest als de Kamer wat beter nagedacht had bij het vaststellen van de spelregels van het raadgevend referendum. Ten eerste kan je je sowieso afvragen waarom je een minimale opkomst wilt vermelden als het referendum toch slechts raadgevend is. (…) Maar als je dan toch een eis rond minimale opkomst wilt vermelden, doe dit dan zonder dilemma’s voor de kiezer te introduceren.”

Vervolgens trekt hij de conclusie:

“Er zitten 150 politici in de Tweede Kamer en nog eens 75 in de Eerste Kamer. Die hebben allemaal poppetjes rondlopen die hun advies geven. Was er bij die honderden mensen dan niemand die deze lacune even opgemerkt heeft?”

De weeffout die Albers vaststelt is zonneklaar: er zit een strategisch element in het opkomen bij een referendum met een opkomstdrempel, zeker als niet van tevoren voor iedereen duidelijk is dat die drempel gehaald gaat worden. Zijn conclusie over het niet opletten van de politici is echter niet geheel terecht, als je de wetsgeschiedenis bekijkt.

De initiatiefnemers van het referendumvoorstel hadden voor het raadgevend referendum namelijk helemaal geen drempel voorgesteld, precies zoals Albers dat suggereerde. Ze vonden immers ook dat het raadgevende karakter met zich meebracht dat drempels over de geldigheid onnodig zijn. Je zou zelfs kunnen stellen dat zo’n drempel, indien deze gehaald wordt, het raadgevende karakter van het referendum nog eens extra geweld aan doet. In de Tweede Kamer steunden VVD, SGP, CDA en ChristenUnie een amendement om wel een opkomstdrempel in te stellen; een minderheid en daarom werd het verworpen. Pas in de Eerste Kamer zagen de initiatiefnemer de noodzaak om een toezegging van de opkomstdrempel te doen, toen ook de PvdA dit aangaf te willen. De SP zag daar de meerwaarde niet van in, maar was niet faliekant tegen, net als D66, die op dit punt het oordeel over liet aan de initiatiefnemers.

Het is spijtig dat men toen geeft gekozen voor een ‘simpele’ opkomstdrempel van 30%. In het wetsvoorstel over het bindende correctief referendum, dat men tegelijkertijd besprak, werd namelijk voor een veel slimmere constructie gekozen. Daar wordt vereist dat een bepaald percentage van het electoraat, bijvoorbeeld 30%, zich tegen het voorstel moet uitspreken om het te verwerpen. Het moet daarnaast ook een meerderheid van stemmen halen. Er is dan geen strategische noodzaak voor voorstanders om thuis te blijven. Immers, als 25% het electoraat tegen is en 20% voor (met 55% thuisblijvers) voldoet dat correctief referendum niet aan de norm, of de voorstanders nu gaan stemmen of niet.

De initiatiefnemers waren dus wel degelijk op de hoogte van deze slimmere drempel. Juist toen de Eerste Kamer er pas in een heel laat stadium op aandrong dat er toch een drempel kwam, heeft men voor de simpelere variant gekozen. Dat valt deze politici aan te rekenen, maar het is niet zo dat men zich niet van het probleem bewust was.

 

Misschien had de Eerste Kamer in dit geval beter de verleiding moeten weerstaan om Tweede Kamertje te spelen. De Eerste Kamer heeft het initiatiefrecht helemaal niet, maar eist dat soms wel op. Dat kan nuttig zijn, maar dan is uiterste zorgvuldigheid geboden.

 

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

6 Comments

  1. Kristof Jacobs
    Kristof

    Leuk stuk en alles wijst er op dat dit een bewust ingevoerde extra drempel was (afkomstig van da partij die een van de initiatiefnemers was nota bene…).

    Een opkomstdrempel is gek in het geval van een niet-bindend referendum: een ongeldig referendum kan nog steeds ‘ter harte genomen worden’ door de partijen en een geldig referendum kan nog steeds genegeerd worden.

    De hele discussie over wel of niet gaan stemmen is dus sowieso een beetje vreemd…

  2. Leontine

    Zie ook het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 28 mei 2014 over dit punt.

  3. Gerben

    Je moet gewoon gaan stemmen. Voor of tegen. Strategietjes zoals wegblijven kunnen mislukken. Dat is dan niet de schuld van het systeem maar van een oneigenlijke poging om goochem te zijn.

  4. Referendum Arnhem kent weeffouten – Buurt en Regio

    […] hoeft geen probleem te zijn, het is immers slechts een advies. Om die reden heeft de wetgever over landelijke raadgevende referenda  geen opkomstdrempel gesteld. In het correctief referendum, dat er mogelijk na de verkiezingen komt, […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)