Erdogan werft stemmen onder de Turkse Nederlanders: een schande?

9 Comments

Door Kristof Jacobs (@KristofJacobs1), universitair docent in de politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 

 

Aanstaande zondag stemmen de Turken voor de tweede maal dit jaar. Ook in Nederland is er veel te doen om deze verkiezingen. In het bijzonder ontstond commotie over het feit dat de AKP van President Erdogan actief stemmen probeert te winnen via brieven en posters. Er werd verontwaardigd gereageerd op de actie.

De bewuste actie deed de wenkbrauwen fronsen omwille van een drietal redenen: (1) Veel Turkse Nederlanders vroegen zich af hoe de partij aan hun adres kwam. (2) In de brief werden allerlei beloften gedaan (bv een verlaging van de afkoopsom van de militaire dienstplicht). (3) Het feit dat Turkse Nederlanders überhaupt een brief krijgen uit Ankara met de vraag om te stemmen op de AKP omdat dit – bij monde van het kabinet – haaks zou staan op de integratiedoelstellingen. Wat hiervan te denken?

 

Adressenbestanden

De mediaberichtgeving suggereert drie mogelijke bronnen voor de adressen: het Consulaat, Diyanet en de Turkse Hoge Verkiezingsraad (YSK). Elk van de bronnen lijkt plausibel. Ik weet niet wie de adressen heeft aangeleverd, maar dat er adressenbestanden gebruikt worden is niet vreemd: het is een efficiënte en effectieve basis om campagne te voeren.

Wel problematisch zijn twee andere zaken. (1) De wetgeving in Nederland is anders dan de Turkse: in Nederland mogen adressen van burgers niet zomaar worden gebruikt. Het CBP onderzoekt de kwestie alvast.  (2) Daarnaast vraag ik me ook af of andere partijen ook toegang hebben tot dergelijke adressenlijsten; zeker als de bron het consulaat of de YSK is: mag de AKP meer dan de andere partijen? Hebben haar tegenstanders ook toegang?

Dit heeft echter meer te maken met het algemene democratische gehalte van Turkije dan met kiezers benaderen an sich. Dat brengt me bij het tweede punt.

 

Cadeautjes

De brief zou allerlei cadeautjes/beloften bevatten. Voor zover ik kan zien op basis van wat in de media verscheen (mijn Turks is helaas te slecht om de originele bron te consulteren), gaat het om een mix van klassieke verkiezingsbeloften en cliëntelisme. Op zich is er niets met verkiezingsbeloften zoals het verlagen van de afkoopsom van de dienstplicht. Ook Rutte beloofde in het verleden bv. om de belastingen te verlagen met 1000 euro. Als deze ‘voordelen’ echter enkel gelden voor mensen die op de AKP stemmen, dan valt het in de categorie cliëntelisme en is het duidelijk een ondergraving van het democratische gehalte van de verkiezingen.

Echter, ook hier geldt weer: dit is meer een indicatie dat het slecht gesteld is met de gezondheid van de Turkse democratie dan dat brieven sturen naar potentiële kiezers problematisch is.

Integratie belemmeren: Nederland heeft boter op zijn hoofd

Dan het belangrijkste punt: dergelijke brieven zouden de integratiedoelstellingen belemmeren. Laat ik eerst de vraag herformuleren: komt het vaak voor dat landen burgers die in het buitenland wonen stemrecht geeft (of is dit iets uniek Turks)? Het was inderdaad lange tijd zo dat burgers in hun thuisland moesten wonen om stemrecht te hebben. Het is echter maar de vraag of dat ook in de 21e eeuw nog het geval is.

In een mooi overzichtsboek uit 2004 alweer zoeken Louis Massicotte, André Blais en Antoine Yoshinaka dit uit. In maar liefst 40 van de 63 onderzochte democratieën is het zo dat burgers in het buitenland nog stemrecht hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor Frankrijk, Duitsland, Hongarije (sinds 2011), Italië, Luxemburg, België en jawel ook Nederland.   In de veel gevallen is deze wetgeving doorgevoerd om een band te houden met het thuisland (zie pagina 30 tot 32 in het eerder genoemde boek van Massicotte en co-auteurs). Vaak worden de procedures in de loop der jaren ook laagdrempeliger gemaakt – in Nederland bijvoorbeeld in 1991-1992 (paywall).

Of stemrecht op zichzelf genoeg is om de integratie te belemmeren, kan ik niet zeggen. Wat echter wel duidelijk is, is dat stemrecht voor burgers in het buitenland bijzonder vaak voorkomt. Bovendien is het ook een beetje gek dat een land dat zelf ook haar burgers in het buitenland laat stemmen klaagt dat dergelijke regels de integratiedoeleinden zouden belemmeren…

 

Conclusie: bekritiseer de Turkse regering op de juiste gronden

Het feit dat de AKP ook campagne voert in Nederland is op zich niet meer dan normaal.  De manier waarop ze dat doet, geeft aan dat de Turkse democratie in zwakke gezondheid verkeert. In die zin zegt deze affaire dus meer over de democratie in Turkije dan over het briefschrijven an sich. Je kan de Turkse regering veel zaken kwalijk nemen: dat ze de vrijheid van de pers ondermijnt, dat ze de andere partijen dwarsboomt, dat ze de macht zoveel mogelijk wil centraliseren. Je kan ze echter niet kwalijk nemen dat ze campagne voert in het buitenland: daar zitten immers kiezers.

Bovendien is het integratieargument sowieso nonsens. Als het kabinet echt meent dat stemrecht hebben in het buitenland (en de bijgaande verkiezingscampagnes) de integratiedoelstellingen belemmert, moet het ook het stemrecht voor Nederlanders in het buitenland afschaffen. Practice what you preach.

 

Ontboezeming

Tot slot nog een persoonlijke noot. Ook ik, als Belg in het buitenland, mag stemmen voor sommige verkiezingen. Ik mag wel voor Belgische verkiezingen stemmen, maar niet voor Vlaamse (jawel begrijpe wie begrijpen kan). Ik heb in het verleden ook al brieven op mijn deurmat gehad met de vraag om op deze of gene partij te stemmen (naar ik mij herinner zonder dat ik daar toestemming voor gaf).  Het krijgen van ongewenste verkiezingspost, dan wel het geconfronteerd worden met verkiezingsposters is (helaas?) vaak eerder de regel dan de uitzondering. Posters en brieven zijn nu eenmaal een standaard onderdeel van de politieke campagne-toolkit.

About the author

Related Articles

9 Comments

  1. Bart

    Nederlanders woonachtig in het buitenland hebben geen kiesrecht om zo een band te onderhouden met Nederland, maar omdat ze er vanwege hun nationaliteit recht op hebben. Een band met Nederland is tot nu toe juist het criterium waarmee onderscheid wordt gemaakt. Nederlanders woonachtig in het buitenland dienen zich voor elke verkiezing te registreren om een stembiljet te ontvangen. Die registratie ziet de wetgever als bewijs voor het bestaan van een band met Nederland. Van degenen die zich niet registreren wordt verondersteld dat ze geen band met Nederland meer hebben. De relatie tussen kiesrecht en band met land van herkomst ligt voor Nederland dus anders.
    Zolang kiesrecht uitsluitend wordt verbonden met nationaliteit en niet met het deelgenoot zijn van de samenleving waar men geworteld zal dit blijven spelen. Dat ligt echter gevoelig, niet alleen zouden Nederlanders woonachtig in het buitenland hun stemrecht verliezen, maar ook zouden alle niet-Nederlanders woonachtig in Nederland stemrecht moeten krijgen.

    • Kristof Jacobs
      Kristof

      “Het kabinet wil het stemmen voor Nederlanders die in het buitenland wonen makkelijker maken. In plaats van de registratieplicht voor elke verkiezing wil het kabinet een permanente registratie mogelijk maken. Hiervoor moet eerst de Kieswet worden aangepast. Het gaat om voorgenomen beleid. Dit betekent dat de Eerste en Tweede Kamer de plannen van het kabinet nog moeten goedkeuren.” (bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/verkiezingen/inhoud/stemmen-vanuit-het-buitenland)

      • Bart

        Dank voor de tip. Het wetsvoorstel is mij bekend, maar ja, het is nog voorgenomen beleid. Bovendien is er ook dan nog sprake van een eenmalige registratie. (Het woord permanent is misleidend. Het wordt pas permanent nadat een eenmalige registratie heeft plaatsgevonden op initiatief van de Nederlander woonachtig in het buitenland). Ook wanneer dit voorstel wet wordt, is de gedachte achter de eenmalige registratie vermoedelijk het vaststellen van een band met Nederland. Ook dan blijft de relatie dus omgekeerd aan wat jij schrijft. Het kiesrecht wordt niet verleend om een band in stand te houden, maar omdat er een geconstateerde band is.
        Het is overigens wel zo dat uit het wetsvoorstel blijkt dat er weinig wordt nagedacht over de reden waarom er ooit, behalve uit praktische overwegingen, voor registratie is gekozen. Nu lijkt kiesrecht toch meer een recht te worden voor iedereen die de Nederlandse nationaliteit bezit. Maar ook dan is de conclusie dat het kiesrecht verleend wordt om een band in stand te houden een stap te ver. Ik zou dan graag zien waar dat motief wordt uitgesproken.

        • LJMB

          De destijds opgegeven reden voor de invoering van kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland was als volgt:

          “Tegenwoordig kan iedere Nederlander in het buitenland die dat wil zonder veel moeite even goed op de hoogte blijven van de Nederlandse politiek als de Nederlanders die in Nederland wonen. Zij blijven zich ook vaker daarbij betrokken voelen. Steeds meer wordt daartoe het gemis van het recht om aan de verkiezing van de Tweede Kamer deel te nemen als onrechtvaardig ervaren. Wij zijn daarom van oordeel dat de rechtsgrond aan het stellen van de eis van ingezetenschap is komen te ontvallen.”

          Minister van Binnenlandse Zaken H. Wiegel, Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 14223, nr. 6 (memorie van antwoord), pag. 6.

          • Bart

            Wiegel mag in 1978-1979 een ongeclausuleerde uitbreiding van het kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland voor ogen hebben gestaan, zijn opvatting is uiteindelijk niet in de Grondwet en Kieswet terechtgekomen.
            In 1983 verviel in de Grondwet het vereiste van ingezetenschap voor het verkrijgen van kiesrecht. De Grondwet bood de wetgever wel de mogelijkheid bepaalde categorieën uit te sluiten. Dat gebeurde vervolgens bij de herziening van de Kieswet in 1985 en de uitsluitingsgrond werd het ontbreken van een band met Nederland. Het middel om dat ontbreken vast te stellen werd de registratie. Bij elke verkiezing moest de Nederlander woonachtig in het buitenland door registratie het bestaan van die band aantonen. De minister bij deze gelegenheid: “een stelsel van registratie op verzoek leidt er vanzelf toe dat aan het uitgangspunt van de band met Nederland recht wordt gedaan. Wie immers deze band niet voelt, zal zich waarschijnlijk ook niet als kiezer laten registreren.” HTK 1984-1985, 18 694, nr. 3, p.5-6.

        • Kristof Jacobs
          Kristof

          Interessante discussie, dank voor jullie bijdragen. Het is duidelijk dat de twee interpretaties naast elkaar bestaan en tegelijk kunnen opgaan. Kiesrecht is niet noodzakelijk inherent aan nationaliteit: het is in alle bestaande kieswetten gekwalificeerd (bv. op basis van leeftijd, residentiële vereisten, of men veroordeeld is, of men de mentale capaciteiten heeft om te stemmen etc).

          Dat Nederlanders in het buitenland stemrecht hebben is dus een keuze van de wetgever (wat men er verder juridisch ook aan argumentatie aan ten grondslag kan leggen: kiesrecht is nooit absoluut). Het hebben van kiesrecht, zelfs al moeten deze mensen zich registreren, bevat dus altijd een element (actief of passief) dat men op zijn minst deels kan interpreteren als belemmering van integratie (‘blijf die band voelen en we belonen je met kiesrecht’). Maar: ik ben het met jullie eens dat dit element vrij beperkt is in de huidige wetgeving.

          Echter, de situatie wordt anders in het huidige voorstel van het kabinet. Integratie is niet iets van het moment waarop je aankomt in een nieuw land, dat is iets wat later belangrijk wordt. Je verandert als expat langzaam van een tijdelijke naar een meer permanente bewoner van je nieuwe land. Registreren doe je dus makkelijker als je nog niet lang in je nieuwe land verblijft. Door registratie automatisch te verlengen maak je de vereiste van de band daarmee minder belangrijk op het moment dat die er het meest toe doet: na verloop van tijd.

          Een kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland zoals het kabinet dat voorstaat maakt het kiesrecht voor Nederlanders dus meer ‘integratiebelemmerend’. De visie van het kabinet op kiesrecht voor Nederlanders in het buitenland is daarom, naar mijn mening, niet te rijmen haar visie/verontwaardiging inzake het kiesrecht voor Turken in Nederland. Men meet met een dubbele maatstaf.

          Nog drie bijkomende opmerkingen:

          1. Discussies over kiesrecht worden in de praktijk haast altijd gevoerd op principiële argumenten en in de praktijk beslist op basis van argumenten gebaseerd op eigenbelang. In de regel doen centrum-rechtse en groene partijen het goed bij zulke kiezers (alvast in België, Nederland en Oostenrijk), en je ziet dan ook dat die partijen meestal voor versimpeling zijn van de procedures terwijl andere partijen dat meestal niet willen. Het hoeft dan ook wellicht ook niet te verbazen dat de huidige regering voor versimpeling is: zeker de VVD heeft hier iets te winnen.

          En als die mooie principes het eigenbelang in de weg staan, passen we de principes aan (zoals het huidige kabinet wil). Een mooie quote van Kellner die dit alles samenvat (uit 1995 alweer): “[W]hen principle collides with self-interest, principle tends to retreat with a bloody nose.”
          Ik denk dat dat is wat hier gebeurde, aangezien automatische registratie haaks staat op het integratiestandpunt van de VVD (i.e. land van herkomst mag integratie niet belemmeren).
          Overigens maakte ik een vergelijkbare analyse voor Oostenrijk in mijn proefschrift destijds, dat kan je hier vinden – no paywall!)

          2. Tot slot denk ik niet dat kiesrecht integratie tegenhoudt of versimpelt. Al te gemakkelijk wordt de rol (en ‘agency’) van de individuele kiezer over het hoofd gezien. Of om het voorbeeld van deze brief te gebruiken: sommige Turkse Nederlanders zouden zich meer betrokken kunnen voelen – om iets te doen aan de problemen in Turkije of om de AKP te steunen.

          Maar anderen zouden zich net afgestoten kunnen voelen door de brief: in vergelijking met de labiele democratische situatie en het expliciete cliëntelisme van de brief kan Nederland net zeer aantrekkelijk blijken en integratie bevorderen. Turkse Nederlanders worden al te vaak als willoze ‘puppets’ neergezet. Dat zijn ze niet.

          3. Dat is ook de reden waarom ik persoonlijk voorstander ben van stemrecht voor burgers in het buitenland. Laat hen zelf maar beslissen of ze de band met het thuisland op dit basale niveau (want het is niet meer dan dat) willen bewaren of niet.

          • Bart

            Dit vat de stand van zaken mooi samen. Ik verschil echter van mening over jouw conclusie dat Nederlanders in het buitenland stemrecht moeten hebben. Ik vind dat je dat vraagstuk nu te eenzijdig aan het vraagstuk van integratie koppelt. Veel wezenlijker lijkt mij de vraag waarom Nederlanders invloed moeten hebben op wetgeving en beleid waaraan ze zelf niet onderworpen zijn, maar ik als ingezetene wel. Met de kleine groep die nu kiesrecht bezit is die invloed gering, hoewel principieel nog steeds verwerpelijk, maar als het huidige voorstel wet wordt, dan dromen sommige partijen al van zo’n 700.000 kiesgerechtigden, goed voor ongeveer tien zetels. Dat kan de balans van links naar recht of omgekeerd doen omslaan. Het gaat er niet zozeer om welke kant die balans doorslaat, hoewel dat natuurlijk interessant is, maar het is wat mij betreft onacceptabel dat een groep het beleid in belangrijke mate meebepaalt zonder daar zelf aan onderworpen te zijn.

  2. Fréderike Geerdink

    De auteur noemt een belangrijk argument om dit een verwerpelijke actie te noemen maar gaat er verder niet op in: hebben andere partijen ook toegang tot deze methode? Nee, dat hebben ze niet. De AKP heeft alle staatsinstituties onder haar macht gebracht, en van welke instantie het adressenbestand ook komt, alléén de AKP heeft daar toegang toe. Dus de AKP misbruikt haar macht. Dit is inderdaad een voorbeeld van afwezigheid van democratie in Turkije, waar bijvoorbeeld de staats-TV de afgelopen maand zo’n zestig uur aandacht besteedde aan de AKP en aan Erdogan en 18 minuten aan oppositiepartij HDP. In dat licht moet je de verontwaardiging zien.
    Dat partijen in Nederland campagne mogen voeren, lijkt me inderdaad buiten kijf staan, en volgens mij is dat de discussie ook niet. (Ja, Koenders roept het wel (wat heeft hij er als BuZa-minister mee te maken?) maar hij weet ook wel dat het gewoon mag en bij verkiezingen hoort, dus dat is gewoon populisme.) Maar gebrek aan democratie daar kun je in Nederland niet aanklagen, dus zoekt men naar wegen waarop dat wel kan, dus via het mogelijk illegaal gebruik van het adresbestand.
    Jammer dus dat het stuk grotendeels voorbij gaat aan wat het werkelijke probleem hier is.

    • Kristof Jacobs
      Kristof

      Dank voor je bijdrage en: helemaal mee eens. Dat is inderdaad net het punt: de brief is niet het probleem, het gebrek aan democratische gehalte van Turkije is het probleem. Vandaar mijn conclusie ook: bekritiseer de Turkse regering op de juiste gronden. En dan wordt een Minister van Buitenlandse Zaken wel relevant.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)