Gaan Roos en Baudet de Kamer in?

No Comment

Het wordt druk op rechts. In de aanloop naar 15 maart 2017 zullen VVD en PVV niet alleen de strijd met elkaar aangaan, maar ook met de kersverse politieke outsiders Jan Roos (VoorNederland, VNL) en Thierry Baudet (Forum voor Democratie). De grote vraag is natuurlijk of deze Haagse nieuwkomers succesvol zullen zijn. Dat is nu nog extreem moeilijk te voorspellen, aangezien er in de komende vijf maanden nog van alles kan gebeuren. Een paar overwegingen op basis van drie recentelijk uitgekomen wetenschappelijke studies.

 

Studie 1: partijgeboorte en partijdood

In een onderzoek dat vorige week is gepubliceerd gaan Marc van de Wardt, Joost Berkhout en Floris Vermeulen in op de fenomenen ‘partijgeboorte’ (de opkomst van nieuwe partijen) en ‘partijdood’ (het verdwijnen van bestaande partijen). Ze proberen vast te stellen welke factoren van invloed zijn op het aantal nieuwe partijen dat meedoet aan verkiezingen, en op het al dan niet verdwijnen van bestaande partijen. Uit een kwantitatieve analyse van 410 partijen en 263 verkiezingen in 18 West-Europese landen (tussen 1945 en 2003) blijkt dat partijdood goed verklaard kan worden door hoe ‘dichtbevolkt’ de politieke ruimte is. Dus als bijvoorbeeld een sociaaldemocratische partij veel concurrentie heeft van andere linkse partijen is de kans dat die partij verdwijnt groter dan wanneer er nauwelijks concurrentie is. Met betrekking tot partijgeboorte lijkt er echter nauwelijks sprake te zijn van een patroon; er is nog zeer veel onduidelijkheid over welke factoren van invloed zijn op het aantal nieuwe partijen dat electoraal doorbreekt.

Als het doel echter niet is om te het aantal electorale doorbraken tijdens een bepaalde verkiezing te verklaren, maar te voorspellen of bepaalde nieuwe partijen electoraal succesvol zullen zijn bij de eerstvolgende verkiezingen, kunnen we wel iets met de volgende informatie: het overgrote merendeel van de nieuwe partijen die in het verleden hebben meegedaan aan verkiezingen is het niet gelukt om zetels in de wacht te slepen – zelfs niet in een land als Nederland, waar de institutionele drempel om verkozen te worden zeer laag is.

 

Studie 2: electoraal doorgebroken partijen

Een andere recente studie gaat in op de vraag hoe het nieuwe partijen vergaat nadat ze eenmaal electoraal zijn doorgebroken. Stefanie Beyens, Paul Lucardie en Kris Deschouwer bekeken hoe het 30 Nederlandse en Belgische partijen is vergaan nadat ze voor de eerste keer verkozen waren in het parlement. Hun onderzoek laat zien dat partijen die goed georganiseerd zijn en sterke wortels in de samenleving hebben beter bestand zijn tegen allerhande tegenslagen, en daardoor eerder overleven dan partijen met minder sterke organisaties en wortels. Deze bevinding is in lijn met eerdere studies naar (specifieke soorten) nieuwe partijen.

Roos en Baudet zijn geen van beiden stevig verankerd in sterk geïnstitutionaliseerde organisaties. Aan de andere kant zijn ook geen van beiden alleen opererende politieke entrepreneurs zonder organisatorische wortels in de samenleving. VNL is al jaren bezig met het opbouwen van haar organisatie, en Baudet is bezig een bestaande club om te vormen tot politieke partij.

 

Studie 3: ruimte op rechts

Wat kunnen we nu verwachten in de specifieke Nederlandse situatie, waar twee nieuwe rechtse partijen zich proberen te nestelen tussen een rechts-liberale en een rechts-radicale partij? Om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen is het goed om het onderzoek naar de relatie tussen gevestigde middenpartijen en hun rechts-radicale uitdagers eens onder de loep te nemen. Tarik Abou-Chadi gaat in een mooie studie onder andere in op de vraag hoe gevestigde middenpartijen reageren op de opkomst van rechts-radicale uitdagers. Op basis van een vergelijking van 16 West-Europese landen (1980-2011) concludeert hij dat electoraal succes van rechts-radicale partijen ertoe leidt dat gevestigde partijen – en dan met name rechtse middenpartijen – een sterkere nadruk gaan leggen op het thema immigratie en bovendien radicalere standpunten in gaan nemen op dit vlak. Eerdere studies komen tot soortgelijke bevindingen – overigens ook met betrekking tot het thema Europese eenwording (rechtse middenpartijen zijn Eurosceptischer als hun rechts-radicale uitdagers succesvoller zijn).

Dit zien we duidelijk gebeuren bij de VVD. Neem bijvoorbeeld fractievoorzitter Halbe Zijlstra, die in een interview met het Algemeen Dagblad zei dat de stroom asielzoekers “een run op Nederland” vormen die we moeten stoppen. Of premier Mark Rutte met zijn “pleur op” bij het programma Zomergasten.

Met betrekking tot sociaal-culturele thema’s als immigratie en integratie lijkt de VVD dus richting de PVV te zijn bewogen. Tegelijkertijd zijn veel rechts-radicale partijen als het gaat om sociaal-economische onderwerpen juist flink naar links geschoven – één van de redenen waarom Joram van Klaveren en Louis Bontes zich hebben afgesplitst van de PVV en VNL hebben opgericht. Roos en VNL presenteren zich op dit vlak dus als rechtser dan de VVD (op sociaal-economisch vlak), maar netter dan de PVV (op sociaal-cultureel vlak). Ook Baudet zet zichzelf neer als een nette versie van de PVV, en legt daarbij een sterke nadruk op het belang van meer directe democratie – een thema dat de PVV de laatste tijd ook steeds meer is gaan benadrukken.

Dit roept de vraag op hoeveel ruimte er is voor Roos en Baudet. Mensen die zowel sociaal-economisch als sociaal-cultureel rechts zijn kunnen prima bij de VVD terecht. Mensen die sociaal-economisch links zijn en sociaal-cultureel rechts kunnen voor de PVV gaan (of zelfs de SP als hun sociaal-cultureel rechtse positie vooral bepaald wordt door het thema Europa). Met betrekking tot het onderwerp directe democratie kunnen kiezers bij een zeer breed scala aan linkse en rechtse partijen terecht. Er lijkt dus weinig partijpolitieke ruimte te zijn voor Roos en Baudet.

 

Dus…?

Laten we beginnen met het slechte nieuws voor de nieuwkomers. Ten eerste weten slechts zeer weinig nieuwe partijen electoraal door te breken (dat geldt zeker ook voor recente pogingen van rechtse partijen in Nederland, zoals die van Rita Verdonk, Joost Eerdmans en Marco Pastors, en Hero Brinkman). Ten tweede is er door de positionele verschuivingen van VVD en PVV slechts zeer weinig ruimte voor een origineel nieuw geluid op rechts.

Het goede nieuws voor de nieuwkomers is dat partijgeboorten zeer onvoorspelbaar zijn. Er zijn in Europa genoeg voorbeelden bekend van succesvolle nieuwe partijen waarvoor succes in eerste instantie onwaarschijnlijk leek. Daar komt nog bij dat de Nederlandse kiezer zeer volatiel is (geworden). En ten slotte zijn Roos en Baudet niet op hun mondjes gevallen. Ze zullen hoogstwaarschijnlijk behoorlijk wat aandacht weten te genereren in de komende maanden.

Het belooft dus een interessante campagne te worden. Maar als ik ergens mijn geld op zou moeten inzetten, dan verwacht ik toch dat uiteindelijk het merendeel van de potentiële Roos- en Baudet-kiezers ouderwets voor VVD of PVV gaat.

 

Afbeelding: “Chick 8 Newborn Egg Cartoon Chocolate Easter” van clipartist.net.

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)