“Geef migranten minder WW”

Comment Off

Tom van der Meer & Tim Reeskens

 

In een tijd dat de sociale zekerheid onder druk staat zijn er grenzen aan het solidariteitsgevoel. Maar wie gunnen wij een uitkering? Diegenen die dat het hardst nodig hebben? Diegenen die buiten eigen schuld in de problemen zijn gekomen? Diegenen die het meest op ons lijken? Via een grootschalig experiment onder 23.000 leden van het EenVandaag Opiniepanel hebben we onderzocht welke criteria voor Nederlanders het belangrijkst zijn.

De meest opvallende bevinding? We gunnen migranten minder dan autochtone Nederlanders.

 

Experiment

Dit soort voorkeuren is moeilijk te onderzoeken. Als je burgers direct vraagt, zullen ze minder snel willen discrimineren, of dat minder snel willen toegeven. Ons gaat het nu juist om onbewuste criteria en voorkeuren. Daarom hebben we een grootschalig, geanonimiseerd survey-experiment opgezet.

Iedere respondent kreeg één tekst te lezen van een in Nederland werkzame man die recent zijn baan is verloren. De respondenten werd gevraagd of zij deze man meer dan 70% van zijn laatste inkomen gunnen, exact 70%, minder dan 70%, of helemaal niets. Maar aan deze werkloze werden per respondent geheel willekeurig kenmerken opgehangen. De één las bijvoorbeeld een tekst over Daan uit Nederland, met 2 kinderen, die nooit eerder werkloos was maar wel door eigen schuld is ontslagen. Een ander las een tekst over Riza uit Kosovo die sinds 12 jaar in Nederland woont, met 4 kinderen, die nooit eerder werkloos was en door een reorganisatie zijn baan verloor. En een derde kon een tekst krijgen over Riza uit Kosovo die sinds 12 jaar in Nederland woont zonder kinderen, die eerder werkloos was en door eigen schuld was ontslagen. In totaal hingen we 9 variabelen aan de werkloze man (waaronder ook laatstgenoten loon, leeftijd, etc), in 3.672 unieke combinaties van kenmerken.

 

Afkomst als gun-factor

Figuur 1 toont welke groepen werklozen (in Nederland geboren en wonende) Nederlanders het sterkst een WW-uitkering gunnen.

afbeelding1

De meest opvallende bevinding? Autochtone werklozen wordt in drie kwart (75%) van de gevallen een uitkering gegund van minstens 70% van het laatst verdiend loon. Werklozen van Surinaamse afkomst wordt echter door 65% eenzelfde uitkering gegund. Voor werklozen van Marokkaanse origine ligt dat getal nog lager: 60%. Kosovaren en Afghanen vallen daar tussenin.

Zelfs wanneer de werkloze migrant een actieve bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse economie helpt dat niet om de gun-kloof met de werklozen van Nederlandse origine te dichten. Nederlanders vinden slechts twee criteria nog belangrijker dan herkomst: actieve inzet in het zoeken naar een nieuwe baan en verwijtbare werkloosheid.

 

(1) Actieve inzet, (2) eigen schuld, (3) afkomst

Werklozen die actief naar werk zoeken wordt door drie vierde (76%) de uitkering gegund. Als mensen niet actief naar werk zoeken, halveert dit bijna (41%). Als het verlies van de baan niet aan de werknemer zelf ligt gunt eenzelfde aantal (75%) de uitkering, terwijl deze steun daalt tot 54% wanneer de werknemer door eigen toedoen is weggestuurd.

De ‘straf’ voor de Marokkaanse migrant (15%) is niet veel kleiner dan de straf voor de werkloze die door eigen schuld is ontslagen (21%). Voor een Marokkaanse migrant die door eigen schuld is ontslagen, zijn de straffen goeddeels cumulatief.

Bovendien is van de drie belangrijkste criteria alleen afkomst geen onderdeel van de Werkloosheidswet.

 

Welvaartsstaatchauvinisme

Welvaartsstaatchauvinisme is de steun voor een uitvoerige welvaartsstaat, maar dan wel vooral voor autochtonen. Dit sentiment zien we het sterkst onder kiezers van de SP en de PVV (zie figuur 2).

Afbeelding2

SP-kiezers zijn het meest voorstander van een uitgebreide WW, D66’ers en VVD’ers het minst. Opvallend genoeg zijn PVV-kiezers op dit thema het meest verdeeld, althans, waar het werklozen van Nederlandse oorsprong betreft.

 

De gun-kloof: D66 tegenover PVV

De gun-kloof tussen autochtone werklozen en werkloze migranten zien we bij kiezers van alle grote partijen. Alle groepen kiezers maken onderscheid tussen geboren Nederlanders en migranten, maar de mate waarin verschilt. De kloof tussen geboren Nederlanders en migranten is het grootst onder PVV-kiezers (30% verschil in het gunnen van uitkering), VVD-kiezers (16% verschil), en SP-kiezers (13% verschil). Het onderscheid tussen geboren Nederlanders en migranten is het kleinst onder D66-kiezers (3% verschil) en PvdA-kiezers (7% verschil). Overigens zouden de SP- en PvdA-kiezers – ondanks de grotere kloof met autochtone werklozen – de migrant nog altijd eerder een hoge uitkering gunnen dan de D66-kiezers doen.

Het thema lijkt op rechts wat meer uitgekristalliseerd dan op links. Op rechts maken kiezers een scherpere keuze: D66’ers maken nauwelijks onderscheid tussen autochtonen en migranten, VVD’ers doen dat bovengemiddeld. Op links verschillen PvdA- en SP-kiezers aanzienlijk minder van elkaar. De herschikking van linkse partijen op culturele thema’s sinds 2002 lijkt dan ook nog niet voltooid.

 

En dus?

Betekent dit dat Nederlanders migranten discrimineren? Moeten we het recht op WW beperken voor migranten, net zoals hun politieke rechten beperkt zijn?

Zulke conclusies zijn absoluut niet te trekken, althans niet op basis van dit onderzoek. Het experiment legt een spanningsveld bloot, dat wel bekend staat als het Progressieve Dilemma. Maar dat mensen onbewust een neiging hebben om migranten slechter te behandelen, wil niet zeggen dat ze hier ook achter zullen staan als ze zich ervan bewust zijn. De spanningen moeten openlijk besproken worden; onderhuids leven ze toch al.

 

Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door EenVandaag en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Luister ook naar het radio-interview op 20 november 2014.

Om wille van betrouwbaarheid hebben we uitsluitend gekeken naar de aanhang van de grootste partijen. De data zijn niet gewogen naar sociaal-economische of politieke achtergrond.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles