Geen verschuiving in peiling, dus politiek doet er niet toe?

1 Comment

De maandelijkse zetelpeiling van EenVandaag, De Stemming, wordt meestal op een behoorlijk genuanceerde manier gepresenteerd. Weinig aandacht voor minieme, niet-significante verschuivingen en oog voor de onzekerheid van kiezers. Zo leidde de laatste peiling tot de conclusie dat het electoraal ‘windstil’ was, want er waren maar weinig veranderingen in de gepeilde zetelaantallen geweest. Daaruit trok Tom van Dijk van Intomart GfK, het bedrijf dat de gegevens voor de peiling verzamelt, de conclusie dat de politiek zich niet bezighoudt met de zaken die het electoraat belangrijk vindt. Dat mag Van Dijk wat mij betreft wel wat beter onderbouwen.

In zijn bespiegeling op de meest recente Stemming, zegt Van Dijk:

“het doet er niet echt toe. De politiek het kabinet niet, de oppositie niet is niet met man en macht bezig om Nederland uit de crisis te helpen. En dat is de kwestie die er echt toe doet. En daar is de politiek niet voelbaar mee bezig. Daarom zijn er geen ontwikkelingen in de electorale voorkeuren. Waarom zouden we?” [rare zinsconstructie in het origineel]

 

Allereerst beweert Van Dijk dat er geen verschuivingen zijn in de peiling. Dat klopt natuurlijk: netto zijn er geen verschuivingen. Maar bruto zijn die er wel; de peiling van EenVandaag geeft daarin nu juist mooi inzicht (zie het tabblad Verloop). Tussen 26 februari en 23 mei blijft de VVD bijvoorbeeld vrijwel gelijk (van 24 naar 25 zetels). Maar van de 25 zetels op 23 mei zijn er maar 21 afkomstig van dezelfde kiezers als op 26 februari: vier zetels zijn afkomstig van kiezers die eerder nog aangaven op de PvdA, SP, CDA en 50PLUS te stemmen. Mensen veranderen dus wel degelijk van partijvoorkeur, maar netto levert dat geen andere zetelaantallen op.

Goed, we kunnen misschien wel beweren dat de verschuivingen op dit moment relatief klein zijn. Komt dat dan doordat mensen het gevoel hebben dat ‘de politiek’ niet bezig is om ‘Nederland uit de crisis te helpen’, zoals Van Dijk beweert? Hiervoor levert hij geen enkele ondersteuning. Kabinet en Kamer zijn natuurlijk wel bezig met economische maatregelen die herstel bevorderen (denk aan woningmarkt, sociaal akkoord, woningmarkt), probleem is eerder dat het optreden vooralsnog weinig effect heeft. Dat komt mede door politieke problemen, maar zelfs een voortvarend kabinet had dergelijke maatregelen nog niet tot stand kunnen brengen, omdat ze nu eenmaal tijd kosten.

Strikt genomen spreekt Van Dijk echter niet over wat de politiek doet, maar hoe dat wordt ‘gevoeld’. Daarbij beschikt hij misschien over interessante onderzoeksresultaten uit peilingen of focus groups, maar van dat alles geeft hij geen blijk. Hij laat niet zien dát economisch herstel het belangrijkste thema voor kiezers is, noch onderbouwt hij dat mensen het idee hebben dat politici hier niet mee bezig zijn.

Bovendien gaat Van Dijk er impliciet vanuit dat mensen hun politieke voorkeur veranderen omdat politici bezig zijn met de thema’s die ze belangrijk vinden. Maar mensen kunnen daardoor natuurlijk ook in hun voorkeur bevestigd worden. En als het werkelijk zo is dat politici zich niet bezighouden met de belangrijke thema’s, dan zou je verwachten dat mensen tegen peilers zouden zeggen dat ze helemaal geen duidelijke voorkeur hebben.

Kortom, Van Dijk poneert een interessante verklaring, maar levert geen enkele ondersteuning voor zijn claims. Natuurlijk staat het iedereen vrij om te interpreteren en mogelijke verklaringen aan te dragen. Maar hier gaat het om de toelichting op de peiling die nota bene op de voorpagina van De Stemming wordt gepubliceerd. Op z’n minst zou je dan verwachten dat een duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen de resultaten van de peiling en de speculatie van de peiler.

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

1 Comment

  1. Andre Engels

    Inderdaad een zeer vreemde conclusie. Sterker nog, ik zou hem eerder omdraaien. Want als mensen het idee hebben dat politici niet bezig zijn met de dingen die zij belangrijk vinden, dan zie je juist grote verschuivingen, in de richting van randpolitieke, populistische groepen. Als je toch een verklaring voor gebrek aan verschuivingen wilt, dan lijkt me dat dit betekent dat politici weinig onverwachts doen. Er is geen grote stemmentrekker, en ook niemand die zijn eigen aanhang aan het wegjagen is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)