Geen ‘vive la république’, maar ‘liever geen republiek’

1 Comment

Over een paar uur bestijgt koning Willem-Alexander de troon, waarmee hij het staatshoofd van Nederland wordt. Het wordt interessant of de republikeinse oproep om wit gekleed te gaan, als democratisch tegengeluid tegen het erfelijk staatshoofd, gehoor vindt bij het publiek. Is er eigenlijk wel brede steun voor een republiek? En waar zit die steun dan?

Bij gebrek aan recentere, vrij beschikbare gegevens, hebben Armèn Hakhverdian en ik de gegevens uit het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) van 2010 verkend. Dat heeft in elk geval het voordeel dat de cijfers niet vertekend zijn door de recente hausse aan Oranje-berichtgeving. In dat NKO is aan ruim 2000 Nederlanders gevraagd of zij vinden dat Nederland een republiek zou moeten zijn.

 

Driekwart wees republiek af

In 2010 kon ruim 13% van de Nederlanders (zeer) instemmen met een republiek. Daartegenover stond echter ruim 75% die een republiek (zeer) afwees. De republiek wordt gesteund door slechts een kleine minderheid van de Nederlanders. Kritiek op het koningshuis (dat volgens andere onderzoeken wijdverbreider is) heeft dus niet tot gevolg dat Nederlanders verlangen naar een gekozen staatshoofd.

Rep

Brede steun

Er lijkt een opvallend brede steun voor de monarchie onder eigenlijk alle lagen van de bevolking.

Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de links-rechts positie van Nederlandse kiezers, zijn er nauwelijks significante verschillen in de steun voor de republiek. Hoe hoger de score, hoe meer steun voor de republiek.

Het grijze vlak geeft de onzekerheidsmarges aan. Omdat we generaliseren van een steekproef naar de Nederlandse bevolking, is er altijd onzekerheid over de precieze steun voor de republiek. Maar we kunnen 95% zeker zijn dat die steun binnen die onzekerheidsmarges ligt. Hier zien we dat er van links naar rechts nauwelijks verschillen zijn. Alleen extreem-linkse kiezers zijn republikeinser dan vooral de politieke middengroepen. Maar zelfs onder hen is slechts een minderheid voorstander van een republiek.

LRrep

Ook mediagebruik houdt nauwelijks verband met steun voor de republiek. Verschillen zijn er nauwelijks tussen groepen televisiekijkers naar 22 programma’s. Eigenlijk wijken alleen de Lingo-kijkers af van het gemiddelde: slechts 7% steunt de republiek. Grotere verschillen zie je onder groepen krantenlezers. De meest Oranjegezinde kranten zijn Telegraaf en AD, het minst Oranjegezind zijn Volkskrant en NRC.

KrantRep

Democratisering en het Oranjegevoel

Ongetwijfeld komt de steun voor de republiek deels voort uit democratiseringsgevoelens. Maar die samenhang is niet eens zo sterk. Ik heb steun voor de republiek hier uitgezet tegen steun voor een direct gekozen minister-president. Nu gaat een gekozen minister-president niet noodzakelijk in tegen een ongekozen staatshoofd (de koning), maar het zou wel een beetje wringen. Maar wat zien we? Onder diegenen die een gekozen minister-president willen is de steun niet eens hoger dan 20%. Merkwaardiger nog: onder diegenen die tegen een gekozen minister-president zijn, is ongeveer 10% tegelijk wel voorstander van een republiek.

Drukwerk

Anderzijds hangt steun voor de monarchie enigszins samen met patriotisme. Republikeinen voelen zich minder betrokken bij Nederland en de Nederlanders, voelen zich minder trots om Nederlander te zijn, en willen Nederlandse gebruiken en tradities minder sterk beschermen. Opvallend genoeg heeft steun voor de republiek verder niets van doen met de vorm van nationalisme die gebaseerd is op geboortegrond (je kan alleen echt Nederlander zijn als je hier geboren bent). Steun voor de monarchie is dus eerder een vorm van cultureel erfgoed.

TrotsRep

Extreem-linkse, NRC lezende Lingo-haters

Al met al kunnen we op basis van de uitslag van 2010 weinig witte sjaaltjes verwachten onder het brede, ongeorganiseerde publiek. Hoogstens als extreem-linkse, NRC lezende Lingo-haters zich morgen verzamelen. Maar verder liep het Nederlandse publiek, in elk geval tot voor kort, niet warm voor een republiek.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

1 Comment

  1. Rense Corten

    Wat mij verbaast is de schijnbaar grote hoeveelheid mensen, waarvan sommige toch intelligent over komen, die niet alleen pragmatisch de monarchie steunen maar serieus lijken te geloven in de superieure kwaliteiten van het Huis van Oranje. Zijn daar ook data over?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)