De verzorgingsstaat hoeft niet ten onder te gaan aan globalisering

No Comment

Op 6 juni hield Brian Burgoon zijn oratie ter acceptatie van het hoogleraarschap in de internationale en vergelijkende politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam. Burgoon hield een vlammend betoog tegen fatalistisch denken over de zogenaamd onvermijdelijke teloorgang van de verzorgingsstaat door de machten van globalisering. Volgens Burgoon bestaat er geen trade-off tussen openheid van de economie enerzijds en behoud van een sociale bescherming anderzijds. In hoeverre de verzorgingsstaat stand houdt in het licht van globalisering is in feite aan ons, de burger, in onze rol als kiezer én werknemer. 

 

Openheid en bescherming: een trade-off?

Volgens Burgoon zijn Westerse democratieën na de Tweede Wereldoorlog erin geslaagd hun economieën te openen voor handel, buitenlandse investeringen en migranten en tegelijkertijd een sociaal vangnet op te bouwen om de kwetsbare groepen in de samenleving te kunnen beschermen. Deze combinatie van openheid naar buiten en bescherming naar binnen werd door de politicoloog John Ruggie ‘embedded liberalism’ genoemd.

De balans tussen openheid en bescherming zou onder druk zijn komen te staan door de opkomst van nieuwe spelers op het wereldtoneel als India en China. Zo schreef Thomas Friedman in 2005: ‘French voters are trying to preserve a 35-hour work week in a world where Indian engineers are ready to work a 35-hour day. Good luck.’

De implicatie is duidelijk. Openheid en sociale bescherming gaan niet samen. De grenzen kunnen best open blijven voor allerlei economische activiteiten en migratiestromen, maar dan moeten we ook accepteren dat we de verzorgingsstaat moeten hervormen (lees: uitkleden). Vice versa kunnen we ervoor kiezen om de sociale verworvenheden van de verzorgingsstaat te behouden, maar daarvoor moeten we onze openheid naar buiten toe laten varen. Kiest u maar…

 

De politiek achter ‘embedded liberalism’

Gelukkig hoeven we die keuze niet te maken. Volgens Burgoon berust het beeld dat Friedman (en vele anderen) schetsen op een misvatting van de politiek achter ‘embedded liberalism’. Ook al zou er een effect bestaan van globalisering op bijvoorbeeld sociale uitgaven of arbeidsvoorwaarden in een land, dan nog is het een simpel empirisch feit dat die effecten verschillen tussen landen, sectoren en ga zo maar door. In sommige situaties blijkt de relatie tussen openheid en bescherming sterker te zijn dan in andere. Burgoon’s onderzoek tot nu toe heeft zich voornamelijk op deze voorwaardelijke effecten geconcentreerd en volgens zijn oratie gaat dit ook zijn toekomstige onderzoeksagenda in grote mate bepalen.

Die voorwaardelijkheid van de effecten van globalisering is cruciaal. Burgoon is niet zozeer geïnteresseerd in structurele voorwaarden zoals de mate van democratie in een land of institutionele factoren als kiesstelsels en corporatisme. Het is best mogelijk dat globalisering en verzorgingsstaten beiden behouden kunnen worden in meer democratische landen, maar wat schieten we daar concreet mee op? Structurele factoren zijn nauwelijks aan verandering onderhevig en laten bijna per definitie weinig ruimte voor agency, oftewel bewust menselijk handelen. Dan zou het dus onhaalbaar zijn om ‘embedded liberalism’ van de ondergang te redden.

 

Ruimte voor agency

Maar Burgoon is een optimist en laat aan de hand van twee onderzoeken van hemzelf zien dat we openheid niet hoeven uit te ruilen tegen sociale bescherming. Het uithollen van de verzorgingsstaat in het licht van globalisering is een bewuste beleidskeuze.

Ten eerste is er veel ruimte voor politieke partijen, regeringen, parlementen en andere partij-politieke actoren om ‘embedded liberalism’ vast te houden dan wel los te laten. In dit artikel laat Burgoon zien dat globalisering in het algemeen en handel en buitenlandse investeringen in het bijzonder leiden tot andere beleidskeuzes voor linkse dan voor rechtse partijen (p. 627):

 

 As agents embedding liberalism, not all parties are created equal: Left more than right or other parties tend to champion compensation as an answer to international economic risks. And this can be the difference between responding to trade and FDI with nothing or with welfare compensation or between responding to immigration with welfare retrenchment or nothing.”

 

Met andere woorden, rechtse partijen grijpen globalisering aan om te snijden in de verzorgingsstaat, linkse partijen niet.

Ten tweede speelt ook de organisatiegraad van werknemers een grote rol. In onderzoek samen met Damian Raess laat Burgoon zien dat globalisering niet per se hoeft te leiden tot langere werkweken. In Duitse bedrijven met ondernemingsraden leidt globalisering niet tot langere arbeidstijden, maar in bedrijven zonder ondernemingsraden wel. Burgoon en Raess vinden soortgelijke patronen voor meer landen dan alleen Duitsland. In zijn oratie stelt Burgoon dan ook (p. 14):

 

Empowering works-councilors to negotiate agreements changes the dynamic of collective bargaining: it dampens the desire or ability of employers to respond to trade with longer work weeks. Contrary to Friedman’s quip about the folly of maintaining 35- hour work-weeks in the face of Indian 35-hour days, globalization doesn’t have to mean more sweat.

 

Politics matters

Uiteindelijk is de boodschap van Burgoon een optimistische. De uitruil tussen twee zwaarbevochten verworvenheden van de na-oorlogse periode, internationale openheid en het sociale vangnet, is een valse. We hebben in onze hoedanigheid als kiezer én als werknemer zelf in de hand hoe globalisering de verzorgingsstaat beïnvloedt. Er bestaat dus geen inherente spanning tussen openheid naar buiten en bescherming naar binnen.

Zoals Burgoon zelf zijn oratie afsluit (p. 17):

 

Taking politics seriously, we have seen, opens-up possibilities to reclaim that combination. The possibilities lie in recognizing which kinds of economic openness and which kinds of social protection unleash political struggles that maintain or deepen parts of embedded liberalism. The possibilities also lie in knowing which kinds of representation and policy interventions we can and should choose, and which we should avoid, to steer the ways openness and social protection influence one another.

 

Hij heeft gezegd.

 

Voor de volledige tekst van de oratie (“Political Economy of Re-embedding Liberalism”), zie hier.

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)