Grappig of niet? Waarom mensen zo verschillend reageren op politieke satire

2 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Mark Boukes (@MarkBoukes), postdoctoraal onderzoeker in de communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderstaande onderzoek is momenteel nog niet gepubliceerd, maar is wel terug te vinden in het proefschrift “Spicing up politics: How soft news and infotainment form political attitudes.” Dit proefschrift is opvraagbaar bij Mark (m.boukes@uva.nl) en zal op 22 januari 2015 worden verdedigd. 

De terroristische aanslag op Charlie Hebdo van 7 januari jl. liet zien dat de reactie op politieke satire onvoorstelbaar gewelddadig kan zijn. In 2006 had de wereld al kennis gemaakt met de zogenaamde ‘cartoonrellen’, toen moslims wereldwijd de straat op gingen als protest tegen de publicatie van spotprenten van de profeet Mohammed in de Deense krant Jyllands-Posten.

Even zo goed zijn er voorbeelden van satire die wél grappig worden gevonden door een publiek dat eigenlijk zelf belachelijk wordt gemaakt. Wat bepaalt nu of mensen een satire wel of niet als grappig beoordelen? Deze vraag maakte deel uit van een onderzoek dat ik deed naar de consequenties van politieke satire. Met een experiment werd onderzocht wanneer een LuckyTV-item over de bezuinigingen op de Publieke Omroep wel of niet grappig werd gevonden.

 

Satire begrijpen

Om te begrijpen hoe satire grappig (of aanstootgevend) kan werken moeten we eerst vaststellen dat kijkers en lezers van satire op een actieve manier grappen proberen te begrijpen. Om een satire te kunnen begrijpen moeten mensen gebruik maken van hun bestaande kennis en ervaringen, want zonder context heeft een grap geen enkele betekenis. Aangezien de kennis en ervaringen van mensen onderling wijd uiteen kunnen lopen, kan de interpretatie en appreciatie van satire ook flink verschillen.

Hoewel het niet nodig is om een satire volledig te begrijpen – de humoristische weergave of bizarre situaties die geschetst worden zijn vaak op zich al leuk – hebben studies aangetoond dat politieke humor vaak niet grappig wordt gevonden als mensen zich er persoonlijk aangevallen door voelen. Wanneer een publiek door heeft dat zij of mensen waarmee ze zich affiliëren (bijv. politici, partijen of een regering) belachelijk worden gemaakt kan dit hun zelfbeeld dermate in gevaar brengen dat ze onbewust besluiten de satire niet leuk te vinden. Of een grap wel of niet leuk gevonden wordt hangt er dus in veel gevallen vanaf of mensen het bekritiseerde onderwerp van de satire steunen of juist afwijzen. Het is immers niet “grappig” om te constateren dat jij of hetgeen waarin je gelooft belachelijk wordt gemaakt. Mensen die Nixon steunden vonden de onderstaande spotprent van de strompelende presidentskandidaat bijvoorbeeld veel minder leuk dan mensen die de Democratische kandidaat McGovern steunden.

 

Boukes1

 

Selectieve verwerking

Nu zijn er ook talloze gevallen waarin mensen het wel grappig blijken te vinden als zij of hun denkbeelden middels een satire voor schut worden gezet. Onderzoek in de VS (hier en hier) toonde aan dat de Colbert Report ook door veel conservatieve kiezers grappig wordt gevonden, terwijl het één grote parodie is van FoxNews-achtige programma’s waarin openlijk de Republikeinse partij wordt gesteund. Liberale kijkers vinden deze komedie grappig, omdat de conservatieve media zo over-the-top worden nagedaan en daarmee belachelijk worden gemaakt. Conservatieven vinden Stephen Colbert juist leuk omdat hij hun mening op een geestige en ‘ietwat’ uitvergrote manier vertegenwoordigt.

De Amerikaanse jaren ’70 sitcom All in the Family en de Tegenpartij van F. Jacobse en Tedje van Es door Van Kooten en De Bie waren om dezelfde reden populair onder mensen met uiteenlopende politieke voorkeuren. Terwijl de kiezers aan de linkse kant van het politieke spectrum deze komedies waarschijnlijk grappig vonden omdat rechts-populistische denkbeelden werden geparodieerd, vonden rechtse kijkers het mooi om te zien hoe hun mening eindelijk eens duidelijke en scherp naar voren werd gebracht. Deze manier van interpreteren wordt ook wel ‘selectieve verwerking’ genoemd. Mensen interpreteren satire het liefste op een manier die goed in hun straatje past en dus geen bedreiging vormt voor hun eigenbeeld.

Nu rijst de vraag onder welke omstandigheden selectieve verwerking optreedt en wanneer mensen satire niet meer leuk vinden. Een studie van Podlas (open source) toonde aan dat mensen alleen een satire interpreteren op een manier die haaks staat op hun opvattingen (en daarom niet leuk vinden) als zij de grap volledig begrijpen en de boodschap van de satiricus expliciet duidelijk is. Maar in de meeste gevallen van satire is de boodschap lang niet helemaal duidelijk. Om de satire toch te kunnen interpreteren op de manier zoals deze bedoeld is door de maker is vaak redelijk veel achtergrondkennis nodig. Probeer bijvoorbeeld maar eens satire uit een ander land te begrijpen; grote kans dat het kwartje niet valt.

 

LuckyTV

Om te testen of achtergrondkennis daadwerkelijk een doorslaggevende factor is voor de waardering van satire liet onze studie daarom de helft van de proefpersonen eerst een stuk van de NOS-website lezen over het betreffende onderwerp voordat zij een LuckyTV-item over dit onderwerp zagen (een subtiele of een grovere versie). Het onderwerp van de filmpjes waren de aangekondigde bezuinigingen op de Publieke Omroep en in de LuckyTV-items worden deze plannen van de regering als belachelijk weggezet. In onze analyse keken we hoe grappig mensen de satire vonden vergeleken met het originele NOS-item (dat dus niet humoristisch was) dat speciaal voor dit onderzoek was bewerkt tot een LuckyTV-item. Daarbij maakten we onderscheid tussen mensen die tegen bezuinigingen waren op culturele voorzieningen (de linkse, grijze balk in de grafiek hieronder) en mensen die juist vóór de bezuinigingen waren (de rechtse, zwarte balk). De onderstaande grafiek geeft weer hoe grappig mensen de satire vonden.

 

Boukes3

 

Het bleek dat álle mensen de satire grappiger vonden dan het nieuwsitem in het geval ze niet de beschikking hadden over achtergrondinformatie (de ‘gentle satire’ en ‘harsh satire’ condities). Zowel mensen die een mening hadden die gelijkgestemd was met het LuckyTV-filmpje als zij die een tegenovergestelde mening hadden vonden de satire dus grappig. Dit kan worden verklaard worden door selectieve verwerking: doordat mensen niet genoeg kennis hebben over het onderwerp interpreteren ze het op een manier die in lijn is met hun gedachten.

Maar voor de groepen die wel beschikten over achtergrondkennis (de condities met ‘background info’) omdat ze eerst het stuk van de NOS-website hadden gelezen, bleek dat alleen degenen die tegen culturele bezuinigingen waren het filmpje grappig vonden. De mensen die daarentegen vóór zulke bezuinigingen waren vonden het LuckyTV-item net zo leuk (dus niet grappig) als het NOS-item. Waarschijnlijk hebben beide groepen nu de satire ‘goed’ begrepen en realiseert de laatste groep zich dat de satire hun zelfbeeld schade toebrengt; hun opinie wordt immers belachelijk gemaakt door de satire.

 

Extremisten

Deze bevindingen helpen ons begrijpen wanneer een satire wel of niet grappig wordt gevonden door een breder publiek, maar bieden uiteraard geen enkele verklaring waarom het mensen in zeldzame gevallen tot moord en terrorisme kan aamzetten. De denkbeelden van extremisten zijn waarschijnlijk niet op een Likert-schaal van 1 tot 7 te vangen, net als dat hun daden alle boeken te buiten gaan. Dit betekent dat deze studie wellicht niet de situatie in Parijs kan duiden, maar dat deze slechts betrekking heeft op ‘normale’ mensen die gelukkig nog steeds in de meerderheid zijn. Zoals die andere satiricus Jon Stewart zegt over de aanslag op zijn collega’s van Charlie Hebdo: “There is no sense to be made of this.”

 

In : Media

About the author

Related Articles

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)