Heeft Juncker gelijk? Imiteren gevestigde partijen populisten?

5 Comments

Vandaag staat er in de Volkskrant een interview met de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker. In dat interview stelt Juncker dat traditionele politieke partijen populisten imiteren: “Wat zich wreekt, is dat traditionele partijen als die van mij, of CDA, PvdA en VVD, de populisten imiteren. Aangevallen en opgejut door burgers en media, geven ze steeds meer ruimte aan de onvrede.” Kloppen deze uitspraken van de nieuwe Commissievoorzitter?

In een dit jaar gepubliceerd artikel (paywall) ga ik samen met Sarah de Lange en Wouter van der Brug in op de vraag of partijen in West-Europa steeds populistischer zijn geworden. De kern van het populisme bestaat volgens ons (en de meeste andere politicologen) uit de boodschap dat het goede volk (“de gewone mensen in het land” of “de hardwerkende Nederlander”) wordt uitgebuit door een slechte (politieke, economische en of culturele) elite.

Zijn gevestigde partijen nu in steeds sterkere mate deze boodschap gaan verkondigen? Nee. In Figuur 1 is de gemiddelde mate van populisme weergegeven van verschillende gevestigde partijen in vijf West-Europese landen tijdens vier verkiezingen tussen 1988 en 2008. Uit de grafiek blijkt dat gevestigde partijen niet vies zijn van een vleugje populisme op zijn tijd. Dat betekent echter niet dat ze ook in steeds sterkere mate een populistische boodschap zijn gaan verkondigen. In de jaren negentig deden ze dat net zo sterk als na de opkomst van Fortuyn en Wilders.

 

Figuur 1

Figuur 1: Gemiddelde mate van populisme van gevestigde partijen  en populisten

 

Maar dit betekent nog niet dat Juncker uit zijn nek kletst. Gevestigde partijen lijken namelijk wel degelijk te reageren op de opkomst van populisten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat zij hun standpunten over immigratie en integratie wél hebben aangepast (zie hier, paywall). Ook heb ik in een eerder blogje laten zien dat de standpunten over de EU van gevestigde partijen zijn veranderd over de jaren – waarschijnlijk mede naar aanleiding van de successen van Eurosceptische partijen als PVV en SP. Figuur 2 geeft de EU-opvattingen weer van VVD, PvdA en CDA op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 staat voor een sterk negatieve opvatting over de EU en 7 voor een sterk positieve opvatting over Europa. PvdA en CDA hadden in 1999 nog een score van ongeveer 6.5. In 2010 was de score teruggelopen tot 5.5. De VVD scoorde in 1999 een 5.5. In 2010 was dat nog maar 4.0.

 

Figuur 2

Figuur 2: De posities ten opzichte van de EU van PvdA, CDA en VVD

 

Juncker heeft dus toch wel een punt. Hoewel gevestigde partijen niet populistischer zijn geworden, zijn ze wel steeds Eurosceptischer en steeds strenger geworden op het vlak van migratie en integratie. Grote kans dat de successen van (radicaal rechtse) populisten hierbij een grote rol hebben gespeeld.

 

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

5 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)