Het afstraffen van een regering; makkelijker gezegd dan gedaan…

No Comment

Hier volgt een gastbijdrage van Catherine E. de Vries, professor in de Europese politiek aan de Universiteit van Oxford.

In een inmiddels legendarisch verkiezingsdebat aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1980 deed de toenmalige gouverneur van Californië, Ronald Reagan, een direct beroep op de kiezer: “Next Tuesday all of you will go to the polls, will stand there in the polling place and make a decision. I think when you make that decision, it might be well if you would ask yourself, are you better off than you were four years ago?”

Reagan wees kiezers op de macht van hun stembiljet. Dat kiezers regeringen afstraffen voor het gevoerde beleid is één van de grondbeginselen van onze huidige representatieve democratie. Kiezers geven de regering een mandaat voor een jaar of vier om dan na deze periode te bepalen hoe de regering het ervan afgebracht heeft. Gaat het beter dan vier jaar geleden dan blijft de kiezer bij zijn keuze, is dit echter niet het geval dan zorgt hij dat anderen regeringsmacht krijgen. Dit is het model dat de politicoloog Morris Fiorina retrospectief stemmen noemde. De kans op een verkiezingsnederlaag hangt als een zwaard van Damocles boven elke regering, vooral nu kiezers veel minder trouw zijn aan één partij dan vroeger. De consequentie van dit afstraffingsmechanisme is dat regeringen geprikkeld worden om beleid te maken dat niet al te ver afwijkt van de wensen van het electoraat.

 

It’s The Economy, Stupid!

Tot dusver de theorie, want het model van retrospectief stemmen is inmiddels enigszins in het diskrediet geraakt. Recent onderzoek van Gregory Huber, Seth Hill en Gabriel Lenz wijst erop dat kiezers een kort of zelfs slecht geheugen hebben als het om economisch beleid gaat en meer reageren op retoriek dan op die economische beleidsuitkomsten zelf. Kiezers blijken veelal niet in staat om regeringen echt verantwoordelijk te houden voor het gevoerde beleid. Dit onderzoeksresultaat, gebaseerd op online and lab-experimenten uitgevoerd in de Verenigde Staten, staat in schril contrast met de ervaringen die politici, journalisten en campagnemanagers doorgaans rapporteren. Zoals James Carville, de campagnemanager van Bill Clinton tijdens Clinton‘s presidentiele race tegen George Bush senior, uiterst treffend verwoordde: „It’s the economy, stupid!” Clinton kon in 1992, net als Reagan eerder in 1980, de economische malaise en de gevolgen hiervan in de schoenen schuiven van de zittende president.

Hoe kunnen we deze twee verschillende visies – kiezers hebben een te kort geheugen voor een retrospectieve stem versus verkiezingen worden verloren of gewonnen op grond van het gevoerde beleid – rijmen met elkaar?

 

De kunst van het retrospectief stemmen

In een recent artikel onderzoeken Nathalie Giger en ik retrospectief stemmen op grond van acht verschillende beleidsterreinen in verkiezingen tussen 2004 en 2006 in 25 landen. We bekijken of de bevindingen van Huber en collega’s te generaliseren zijn naar niet-Amerikaanse contexten en naar andere beleidsterreinen dan enkel en alleen de economie. We zijn vooral ook geïnteresseerd in de verschillen tussen zeer goed geïnformeerde kiezers en de rest van de bevolking in de mate van retrospectief stemmen. In lijn met Huber et al. en in tegenstelling tot de heersende opvattingen over dit onderwerp vinden we dat retrospectief stemmen met recht een kunst genoemd kan worden. Alleen een kleine groep goed geïnformeerde kiezers blijkt in staat om beleidsuitkomsten daadwerkelijk te verbinden aan hun stemkeuze.

Als we wat dieper graven in onze data vinden we dat deze kenniskloof in retrospectief stemmen niet constant is over beleidsterreinen. Met andere woorden, op sommige beleidsterreinen zijn minder goed geïnformeerde burgers soms even goed in staat een regering af te straffen als goed geïnformeerde burgers.

Dat is belangrijk, want er bestaat grote verscheidenheid in de prioriteiten van kiezers binnen en tussen landen en dit heeft weer gevolgen voor hun afstraffingsvermogen. De figuur hieronder geeft bijvoorbeeld het belang weer dat kiezers hechten aan de economie. Over de gehele linie vindt slechts een kwart van de burgers de economie het belangrijkse beleidsterrein (alleen in Duitsland, Polen en Portugal vonden kiezers de economie het belangrijkste beleidsterrein). In landen als Canada en Nederland gaven kiezers aan de sociale zekerheid belangrijker te vinden en in de VS genoot de binnenlandse en buitenlandse veiligheid de hoogste prioriteit. Verkiezingen gaan dus over veel meer dan slechts de staat van de economie.

 

economysalience

 

Als we het effect van beleidsevaluaties op stemkeuze voor de regering bekijken voor het beleidsterrein dat een individuele kiezer het meest belangrijke vindt dan blijft weinig meer over van de kenniskloof. Zelfs slecht geïnformeerde kiezers met weinig algemene belangstelling in de politiek blijken in staat om een regering af te straffen, mits ze een beleidsterrein belangrijk vinden. In dat geval zijn ook “normale” kiezers bereid de kosten die gepaard gaan met het verkrijgen van gedetailleerde politieke informatie op zich te nemen.

 

Goed of slecht nieuws voor de representatieve democratie?

Het bestaan van een kenniskloof in retrospectief stemmen heeft mogelijk grote gevolgen voor het functioneren van de representatieve democratie. Het feit dat slechts een handvol kiezers in staat is om regeringen verantwoordelijk te houden voor beleid vormt nu niet direct een prikkel voor politici om regeringsbeleid af te stemmen op de wensen van de gemiddelde kiezer. Waarom zou je dat doen als kiezers je toch niet kunnen afstraffen?

Toch vinden we dat de soep lang niet altijd en overal zo heet gegeten wordt als zij wordt opgediend. Wanneer kiezers een beleidsuitkomst belangrijk genoeg vinden, kunnen regeringen weldegelijk een electorale afrekening verwachten. Ons onderzoek laat zien dat deze afrekening vele lagen kent en niet alleen is gebaseerd op de economische situatie, maar op tal van andere beleidsterreinen zoals veiligheid of immgratie. Regeringen verantwoordelijk houden voor beleid is dus lastig, maar niet onmogelijk. Dit is uiteindelijk goed voor de representatieve democractie, maar legt ook een grote verantwoordelijkheid neer bij het electoraat.

About the author

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)