Het belang van goed geschoolde vakleraren in het voortgezet onderwijs

14 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Jaap Dronkers (e-mailhomepage@DronkersJ), hoogleraar onderwijssociologie, Universiteit Maastricht.

Het lijkt een open deur: goed geschoolde vakleerkrachten zijn essentieel voor prestaties in het onderwijs. Met de mond wordt dit door vele bestuurders en politici beleden, maar in de praktijk doen zij het tegengestelde.  Zo heeft de VO-raad haar pilot gestaakt om per school het percentage bevoegde leerkrachten op haar website Vensters van Verantwoording te publiceren. De pilot liep vast in twisten over cao-artkelen, opleidingstrajecten en lerarenregisters.

Het staken van deze pilot leidde tot geen enkele actie van de regering, ondanks haar grondwettelijke plicht voortdurend zorg te dragen voor het onderwijs (GW artikel. 23, lid1) en haar grondwettelijk recht toezicht te houden op de bekwaamheid van leerkrachten (GW artikel 23, lid2). Bovendien weet een goed schoolbestuur wie van de leraren bevoegd of niet-bevoegd is en dus is transparantie geen extra administratieve last voor een goed schoolbestuur.

Er zijn ernstige tekorten in onze kennis van het niveau van de bevoegdheid van de leerkrachten in het voortgezet onderwijs. De laatste betrouwbare gegevens over het percentage bevoegde leerkrachten komt uit 2011 (sic). Toen lag dat percentage onbevoegde leerkrachten al op 19% in VWO/HAVO en 27% in VMBO 27%.  Recentere gegevens ontbreken en zijn ook niet te verwachten, maar ze zullen zeker hoger zijn.

In een eerder stuk liet ik aan de hand van PISA 2006 data zien hoe belangrijk goed geschoolde en bevoegde leerkrachten zijn. Zes jaar later doe ik dat nog eens aan de hand van PISA 2012 data. Deze replicatie is hard nodig omdat in het officiële Nederlandse rapport over PISA 2012 van het CITO een dergelijke analyse volledig ontbreekt. Ik beperk mij hier tot de Nederlandse gegevens en gebruik wiskundescores van 15-jarige leerlingen omdat in PISA 2012 wiskunde nou eenmaal centraal staat. De achterliggende regressieanalyses stuur ik op verzoek toe.

 

De stand van zaken in AVO en VMBO

Tabel 1 geeft de stand van zaken weer met betrekking tot het percentage gecertificeerde leerkrachten, het percentage leerkrachten met een HBO/WO-opleiding in de wiskunde en het percentage leerkrachten met een HBO/WO-opleiding (al deze gegevens zijn verstrekt door de directie van de betrokken school).

Op het VMBO en op HAVO/VWO-scholen heeft gemiddeld 83% van de leerkrachten een onderwijscertificaat. Voor de goede orde: een onderwijscertificaat betekent niet dat de betrokken leerkracht in het onderwezen vak is afgestudeerd. 23% van de HAVO/VWO-wiskundeleerkrachten is afgestudeerd op HBO/WO-niveau met wiskunde als hoofdvak. Ongeveer 16% van de HAVO/VWO-scholen heeft vrijwel afgestudeerde docent op HBO/WO-niveau met wiskunde als hoofdvak. Ook zien we dat het percentage afgestudeerde leerkrachten HAVO/VWO-scholen 24% hoger ligt dan het percentage leerkrachten dat is afgestudeerd in de wiskunde.

 

Dronkers1

 

De gevolgen voor wiskundescores

Hoe erg is het dat er op het VMBO een tekort aan gecertificeerde leerkrachten is? Een regressieanalyse met controles voor leerling- en schoolkenmerken (tabel 2) laat zien dat 10% meer gecertificeerde leerkrachten samenhangt met 1,99 hogere score op de wiskundetoets. Het verschil in score op deze wiskunde toetstussen VMBO scholen met geen gecertificeerde of 100% gecertificeerde leerkrachten is 19,9 punten. Het percentage leerkrachten met een HBO/WO-opleiding op een VMBO-school heeft geen significante bijdrage aan de wiskundescore van de leerlingen.

Op HAVO-VWO-scholen zien we dat 10% meer gecertificeerde leerkrachten samenhangt met een hogere score op de wiskundetoets van 2,83 punten. Maar 10% meer afgestudeerde leerkrachten in de wiskunde maakt nog meer uit voor de wiskundescore van de leerlingen, namelijk 7,59 punt hoger. Het percentage leerkrachten met HBO/WO-opleiding heeft een negatieve samenhang met wiskundescores, tenminste als we deze variabele samen met de andere twee indicatoren in de vergelijking stoppen: 1,86 lagere wiskunde score bij 10% meer tertiair opgeleide docenten.

 

Dronkers2

 

Conclusie

De moraal van dit verhaal is dat docenten op een school over een onderwijscertificaat beschikken en dus, met andere woorden, opgeleid zijn om onderwijs te geven. Het aanstellen van ongeschoolde leerkrachten, vol enthousiasme en goede bedoelingen, helpt leerlingen van de wal in de sloot. Het aanstellen van zoveel mogelijk tertiair geschoolden op een school levert ook geen bijdrage, zolang zij niet geleerd hebben hoe zij onderwijs moeten geven. Dit geldt zowel voor het VMBO als voor HAVO/VWO. Onderwijzen is een vak dat niet zomaar iedereen van goede wil kan uitvoeren. Het gesteggel rondom de bevoegdheidsregistratie en -openheid (met alles risico’s van te ruime omschrijvingen van ‘bevoegdheid’ van dien) zou dus wel eens slecht kunnen uitpakken voor het Nederlands onderwijs.

Het is van groot belang dat HAVO-VWO-scholen hooggeschoolde leerkrachten aanstellen die het vak onderwijzen waarin zij gestudeerd hebben. Het gaat hier niet zozeer om een tertiair ‘denkniveau,’ maar om de vakkennis die op tertiair niveau bestudeerd en verworven is. De binnen enkele jaren te verwachten daling in het percentage bevoegde leerkrachten in HAVO/VWO-scholen zal dus tot een drastische daling van de wiskundescores van leerlingen leiden.

De laconieke houding van de verantwoordelijke minister en staatssecretaris met betrekking tot het gebrek aan inzicht in het niveau van bevoegde leerkrachten is dus, gegeven het hierboven getoonde belang ervan, volkomen onjuist. Zij (en hun voorgangers) plegen hiermee een ambtmisdrijf. Zij dragen géén voortdurende zorg voor het onderwijs en houden te weinig toezicht houden op de bekwaamheid van de leerkrachten en laten dit in plaats daarvan (ongrondwettelijk) over aan sectorraden in het middenveld.

About the author

Related Articles

14 Comments

  1. Marieke

    De woorden “laconieke houding” zijn nog te mild. De verantwoordelijke minister en staatssecretaris staan toe dat belastinggeld ondoelmatig wordt besteed. Schoolbesturen hebben een flinke zak door hardwerkende burgers opgebracht gemeenschapsgeld gekregen om meer leraren in LC en LD te kunnen aanstellen, om zo meer hooggeschoolde vakleraren aan te trekken. Wat er met die zak geld gebeurd is mag Joost weten, maar de minister en staatssecretaris interesseert het in ieder geval niet: zij schrijven moeiteloos “voor het VO is de verwachting dat de realisatie 25% lager zal zijn dan de oorspronkelijke doelstelling”. 25% minder leraren naar LC/LD dan de bedoeling van die zak geld was, dus, en geen greintje verantwoording naar de belastingbetalende burger toe. (Bron: http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/10/28/kamerbrief-over-de-onderwijsarbeidsmark/kamerbrief-over-de-onderwijsarbeidsmark.pdf

  2. jannes van de burg

    In plaats van ministers en staatssecretarissen te beschuldigen van ambtsmisdrijven op een (leuke, informatieve etc) website over politiek, zou je natuurlijk ook gewoon aangifte kunnen doen bij de politie Jaap. Dan is wellicht de kans wat groter dat er daadwerkelijk iets mee gedaan wordt…(tenzij je dit niet echt meent natuurlijk, maar dan zou ik het woord niet in de mond nemen)

    • Armen Hakhverdian
      Armen Hakhverdian

      Niet dat ik het per se eens ben met Jaap, maar for the sake of argument, waarom zou de kans groter zijn dat er iets gebeurt als je aangifte zou doen?

    • Jaap Dronkers
      Jaap Dronkers

      Jannes van de Burg, lees eerst de link in mijn blog bij ambtsmisdrijven. Ambtsmisdrijven zijn wat anders dan misdrijven en andere partijen moeten daarbij in actie komen. De Staten-Generaal zijn de aanklagers bij een ambtsmisdrijf, de Raad van State de rechtbank. Een ambtsmisdrijf van een minister (bv omkoping) is dus iets anders dan een misdrijf door een minister (moord). De procedure bij Nederlandse ambtsmisdrijven lijkt dus op de procedures in de USA rond impeachment (http://legal-dictionary.thefreedictionary.com/impeachment). Door het gedrag van de ministers correct te benoemen (ambtsmisdrijf ipv misdrijf) in dit blog, wil ik de aanklagers tot actie aanzetten.

  3. jannes van de burg

    omdat politie en justitie iets moeten doen (onderzoek etc) zodra er aangifte gedaan is, en er via srv geen dwingende noodzaak is voor iemand om ook maar iets te ondernemen…?

  4. jannes van de burg

    nou in dat geval zou ik gewoon wat belangrijke pieven deze blog doorsturen…succes ermee, en we wachten af!

  5. Frans

    OnTopic: @Jaap Dronkers: je argumentatie om te komen tot ombuiging/wijziging van het huidige gebrekkige (slappe) onderwijsbeleid voor het middelbaar onderwijs verloopt nogal klinisch met statische cijfers. Is er geen andere manier om mensen hier voor wakker te schudden.

    Wat bepaalt in europese landen de agenda voor het onderwijs en speelt de drogreden van privatisering (of hoe zou je die laconieke houding noemen) een rol?

  6. Francien

    U verwijst naar “De laatste betrouwbare gegevens over het percentage bevoegde leerkrachten (…)”. Dit klopt niet. Deze gegevens (IPTO) hebben betrekking op het percentage bevoegd gegeven lessen. Het is absoluut geen synoniem.

  7. Hans Wisbrun

    Hoewel ik de conclusie van dit verhaal onderschrijf, moet ik toch wijzen op een denkfout van de auteur: correlatie (hij noemt het “samenhang”) is geen causatie.

    • Hannes Minkema (@hminkema)

      Correlatie is geen causatie. Dat is juist. Dronkers is vermoedelijk de eerste om die stelling te onderschrijven.

      Aan de andere kant kunnen we wél zeggen dat ‘causatie is correlatie’. Oftewel: een gebrek aan correlatie is een goede aanwijzing voor het ontbreken van causatie. Eenvoudiger gesteld: als onderzoek uitwijst dat er geen enkel verband is tussen de variabelen A en B, is de kans zeer klein dat variabele A in werkelijkheid variabele B beïnvloedt.

      In iets menselijker termen: als we geen verband zouden waarnemen tussen het percentage academisch vakinhoudelijk geschoolde docenten en de leerprestaties in dat vak, dan mogen we aannemen dat dat percentage niet uitmaakt.

      Dronkers laat zien dat we zo’n verband wél waarnemen, en dat daarom de laatste aanname niet gerechtvaardigd is.

  8. Casper

    Ik lees dit nu pas, vandaar mijn late reactie.

    Ik wou inderdaad ook aanbrengen dat correlatie geen causatie impliceert. Ik kan me goed voorstellen dat “goede scholen” (scholen met bovengemiddeld financiële ruimte, in witte buurten, prima scorend op de Trouw-rankings, etc.) het zich kunnen permitteren om bij vacatures te zeggen “je komt er alleen in als je alle relevante diploma’s hebt”. Minder goede scholen hebben die keuzevrijheid niet en zijn mogelijk überhaubt al blij als er sollicitanten zijn. Weg causatie. (Er wordt wel geschreven dat er gecorrigeerd is voor school- en leerlingkenmerken, maar volledige correctie is praktisch onmogelijk).
    Reagerend op Hannes: dat geen correlatie impliceert dat er geen causatie is, is ook te kort door de bocht. Het kan best zijn dat er wel causale gevolgen zijn, maar dat bijv. de groep bevoegde docenten te heterogeen is: misschien doen jonge docenten mét diploma het beter dan docenten zonder bevoegdheid, maar zijn oude docenten mét bevoegdheid helemaal niet zoveel beter (omdat ze achterhaalde kennis hebben opgedaan in hun opleiding, inmiddels ‘versleten’ zijn, of wat voor reden je maar kan bedenken). Het kan ook nog zijn dat er wel een effect is, maar dat dit geen lineair effect is – en de regressieanalyse keek alleen naar lineaire effecten.
    Wel is het zo dat het *aannemelijker* is dat er geen causatie is bij gebrek aan correlatie; maar het is niet zo dat het ene een logisch gevolg van het andere is.

  9. anoniem

    Beste m,m,

    Best een heftig artikel. Ik heb de afgelopen 4 schooljaren onbevoegd gewerkt in het voortgezet onderwijs (vmbo-t t/m vwo). Mijn collega’s, ouders en, het allerbelangrijkste “mijn” leerlingen waren bijna allemaal tevreden (sommigen zelfs zeer tevreden) over mijn manier van lesgeven.
    Waar veel beter op gelet moet worden is het feit dat er nu niet gekeken wordt naar bekwaam.
    Geloof me, ik zeg echt niet (ook al lijkt dat in een eerder stukje van deze mail) dat ik een topdocente ben (of beter dan wie dan ook of iets dergelijks, dat wil ik zeker niet beweren), maar ik kan met mijn hele hart zeggen dat ik wel bekwaam ben.
    Dit in tegenstelling tot een aantal bevoegde docenten die ik in het verleden overal tegengekomen ben (van PO tot VO).
    Mijn leerlingen haalden geen slechtere cijfers. Overigens wordt dat bij elke docent getoetst aan het gemiddelde dat een klas behaald. Dat is niet erg voor de “goede” leerling, maar de “slechte” leerling die zich misschien wel dubbel zo hard inzet, heeft niets aan zo’n gemiddelde (vandaar dat ik naast mijn werk ook veel vrijwilligerswerk deed en doe als
    bijlesdocente).
    Kijk dus eerst eens goed rond voordat u beoordeelt. Ik heb een aantal mensen gezien die al vele jaren prima les gaven, bijvoorbeeld in het vak Nederlands, maar nu toch gedwongen worden om een bevoegdheid te behalen
    (fijn 7 – 10 klassen begeleiden, een gezin hebben en er dan ook nog even een bevoegdheid halen….).

    Dus het motto:
    Kijk eerst of mensen bekwaam zijn.
    Zo niet, laat ze dan als nog een bevoegdheid halen.
    Wel bekwaam, maar nog niet voldoende bekwaam: Maak de instroommogelijkheden voor die docenten soepeler, zodat ze niet alsnog een 4-jarige opleiding behoeven te volgen (of sommige pabodocenten nu ineens nog 2 volle jaren om een bevoegdheid voor het vak Nederlands te behalen). Veel te lang en zeker in veel gevallen overbodig.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)