Het links/rechts-onderscheid: een mythe?

No Comment

Twee weken geleden gaf ik een gastcollege voor eerstejaarsstudenten politicologie. Eén van de studenten vroeg mij of het wel eens voorkomt dat een onderzoeker aan een studie begint die, zonder dat hij of zij het weet, ergens anders al is gedaan. Ik antwoordde dat die kans erg klein is omdat je als onderzoeker (als het goed is) de relevante literatuur kent. Ik moet bekennen dat ik toen niet heb verteld dat mij dit onlangs toch bijna is overkomen.

Een paar maanden geleden was ik samen met een collega bezig met een onderzoek dat we zouden gaan presenteren op een conferentie. We kregen tijdens onze analyses een nieuw idee dat we op dat moment niet verder konden uitwerken, dus we hadden afgesproken om het na de conferentie op te gaan pakken. Dat feest werd echter op gruwelijke wijze verpest door de politicoloog Simon Otjes. Op de conferentie bleek namelijk dat hij ons voor was geweest, en net precies dát onderzoek had uitgevoerd dat wij van plan waren te gaan doen… Zwaar gedesillusioneerd zal ik hier dan maar Otjes’ mooie paper samenvatten.

In mijn vorige post heb ik geschreven over het onderscheid tussen linkse en rechtse partijen. In die post legde ik uit dat in West-Europa links en rechts een economische connotatie hebben. Links wordt geassocieerd met het idee dat er een invloedrijke overheid moet zijn die sociaal-economische ongelijkheid zoveel mogelijk tegengaat, en rechts wordt geassocieerd met de opvatting dat er juist een kleine overheid moet zijn die individuen zoveel mogelijk vrij laat en zich niet bemoeit met de inkomensverdeling. Veel politicologen stellen dat vrijwel alle standpunten over sociaal-economische onderwerpen worden gestructureerd door dit links/rechts-onderscheid, en dat mensen daardoor coherente opvattingen hebben over dit soort zaken. Dus: mensen die voor overheidsingrijpen zijn, zijn ook voor meer belasting en inkomensherverdeling; mensen die vinden dat de staat slechts een beperkte invloed dient uit te oefenen, zijn ook voor minder belastingen en tegen een te sterke inkomensherverdeling.

Otjes bestudeert de opvattingen van kiezers en vraagt zich af of dit uitgangspunt eigenlijk wel klopt. Sommige onderzoeken laten namelijk zien dat burgers helemaal geen coherente ideeën hebben op het gebied van sociaal-economische thema’s. Omdat het links/rechts-verhaal voor veel onderzoekers onomstreden is, wordt vaak gedacht dat het ontdekte gebrek aan coherentie het gevolg moet zijn van foute metingen. Veel politicologen kunnen zich simpelweg niet voorstellen dat er geen heldere links/rechts-structuur ten grondslag ligt aan de ideeën van burgers.

Toch lijken de opvattingen van kiezers in veel minder sterke mate door de links/rechts-dimensie gestructureerd te zijn dan vaak gedacht. Otjes heeft systematisch de opvattingen van kiezers in een groot aantal Europese staten bestudeerd aan de hand van verschillende databestanden en met verschillende statistische methoden. De resultaten zijn ontnuchterend voor veel politicologen: de opvattingen van veel kiezers worden helemaal niet gestructureerd door een links/rechts-dimensie. Mensen die voor inkomensherverdeling zijn, zijn niet noodzakelijkerwijs ook voor een sterke staat of voor hogere belastingen.

Dit roept een belangrijke vraag op voor politicologen: hoe relevant is de eeuwige links/rechts-dimensie nu eigenlijk (nog?) voor het begrijpen van de opvattingen van kiezers?

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)