“Hij… Is… Een… Homofiel!”

No Comment

Twee weken geleden schreef ik hier over hoe voetballiefhebbers aankijken tegen etnische diversiteit. Vandaag een stukje over hun houding tegenover homoseksualiteit.

Op dit moment loopt er GEEN ENKELE openlijk homoseksuele voetballer rond in de belangrijkste voetbalcompetities in landen als Nederland, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. (Dat zijn in totaal pakweg 400 spelers per competitie!) Als we er van uitgaan dat ongeveer 1 op de 10 mensen homo is, mogen we toch wel spreken van een lichte ondervertegenwoordiging… Hoe kan dat?

Volgens één van de bekendste Nederlandse voetbalcommentatoren, René van der Gijp, is de verklaring simpel. Een half jaar geleden deed hij deze, inmiddels beroemd geworden, uitspraak:

“Ik moet zeggen, voor mij hoeft het niet zo heel erg dit. Dat gedoe met voetballers die uit de kast moeten komen. Laten we gewoon weer even normaal doen. Er zijn gewoon weinig homofiele voetballers. Er zullen er wel een of twee zijn, maar voetbal is geen sport voor homo’s. […] Als je homo bent, dan ben je op je veertiende wel klaar met voetbal. Dan ga je gewoon in een kapperszaak werken. Dat is gewoon waar.”

Goed. Tot zover de voetbalintellectuelen. Zijn er andere verklaringen denkbaar? Zou het misschien komen doordat voetbalfans er middeleeuwse opvattingen op nahouden als het gaat om homoseksualiteit? In een recent onderzoek gaan de sociologen Ellis Cashmore en Jamie Cleland (zie hier) in op deze vraag. Aan de hand van een internetsurvey dat ze hebben afgenomen bij 3500 bezoekers van Britse discussiefora van voetbalfans concluderen ze dat het 93 procent van de fans niet uitmaakt of een speler homo is of niet; het is voor hen alleen relevant hoe een voetballer presteert op het veld. Veel fans zeggen te denken dat de homofobie in de voetbalwereld niet zozeer een gevolg is van de achtergestelde opvattingen van fans, maar van de sportieve en commerciële belangen van clubs, spelers en andere betrokkenen zelf.

Op de conclusies van de onderzoekers is wel wat af te dingen. Ten eerste zou het kunnen zijn dat de voetbalfans die hebben meegedaan aan dit onderzoek sowieso al eerder geneigd waren om zich tolerant op te stellen tegenover homoseksualiteit. In andere woorden: sterk homofobe fans hebben misschien gewoon niet meegedaan aan het onderzoek. Ten tweede betekent de bevinding dat veel fans denken dat met name clubs en andere commercieel belanghebbenden de homofobie in stand houden niet dat dit ook daadwerkelijk het geval is.

Hoewel er dus nog heel veel vragen onbeantwoord blijven, zijn de resultaten toch belangwekkend. Ten eerste sluit de conclusie van de onderzoekers dat homofobie op zijn retour is aan bij eerder onderzoek (zie hier). En ten tweede lijkt de conclusie dat commerciële belangen een rol spelen aan te sluiten bij ervaringen van spelers. Zo raadt de voormalige keeper van Bayern München en het Duitse elftal,  Oliver Kahn, spelers af uit de kast te komen, omdat dit weleens negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor hun carrière. “Bovendien spelen er nog zaken: Wat met de sponsors? En hoe zal het de verdere carrière beïnvloeden? De situatie is veel ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht lijkt.”

Hoewel er dus tekenen zijn dat de homofobie onder voetbalfans minder groot is dan vaak wordt aangenomen, zou het feit dat homoseksualiteit nog steeds ‘niet bestaat’ in de professionele voetballerij tot wat meer reflectie mogen stemmen.

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)