Hoe genationaliseerd zijn de gemeenteraadsverkiezingen nu echt? Bestuursverantwoordelijkheid wordt afgestraft!

1 Comment

Hier volgt een gastbijdrage van Herman Lelieveldt, universitair hoofddocent in Politicologie aan de University College Roosevelt in Middelburg.

Nationale media beschouwen de lokale verkiezingen maar al te graag als peilingen van de populariteit van de regering. En daar valt tot op zekere hoogte ook wat voor te zeggen. Tegelijk liet Tom Louwerse eerder al zien dat er heel wat haken en ogen aan zitten. Zo doen niet alle landelijke partijen in alle gemeenten mee, zijn er opkomsteffecten, en verschilt de samenstelling van deelnemende partijen van gemeente tot gemeente.

Toch weten we uit eerder onderzoek dat bij ’tweede orde verkiezingen’ – als die van de gemeenteraad en van het Europees Parlement – regeringspartijen in de regel stemmen verliezen en oppositiepartijen winnen. Hoe zag dit er uit bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen? In hoeverre speelden lokale factoren ook een rol?

In een nog ongepubliceerd paper onderzocht ik samen met Ramon van der Does de effecten van een aantal factoren. We analyseerden de oorzaken van de winst en het verlies op lokaal niveau voor de landelijke partijen die zowel in 2006 en 2010 aan de gemeenteraadsverkiezingen meededen.

 

Winst en verlies

De figuur hieronder laat zien in hoeveel gemeenten de landelijke partijen in zowel 2010 en 2006 meededen en in welk percentage daarvan de partijen stemaandeel wonnen (blauwe staven) en verloren (rode staven). De eerste drie staven zijn de toenmalige regeringspartijen CDA, CU en PvdA.  Alleen CDA, PvdA en VVD namen zowel in 2006 als in 2010 in vrijwel alle gemeenten deel. Voor de andere landelijke partijen is dat in veel mindere mate het geval, waarmee we meteen een van de opmerkingen van Louwerse bevestigd zien: het lokale partijlandschap is geen afspiegeling van de Haagse politieke arena. Veel kiezers hebben überhaupt geen mogelijkheid om bij de gemeenteraadsverkiezingen op hun favoriete partij te stemmen omdat die lokaal niet meedoet. Wie vervolgens de uitslag bij elkaar gaat optellen krijgt alleen daardoor al een vertekend beeld.

Percentage van gemeenten waarin partijen in 2010 wonnen (blauw) en verloren (rood). Tussen haakjes het aantal gemeenten waarin een partij meedeed

 

Kijken we naar winst en verlies, dan zien we dat de PvdA in vrijwel alle gemeenten stemaandeel verloor. Dat Wouter Bos diezelfde avond toch durfde te beweren dat de PvdA ‘weer terug’ was, had meer te maken met de nog beroerdere peilingen dan met de feitelijke uitslag, want die loog er niet om. De PvdA verloor niet alleen nagenoeg overal, maar ook het meest van de drie regeringspartijen: gemiddeld 8%. Het verlies van Christenunie en het CDA was lang niet zo groot (gemiddeld -0.3% voor CU en -2% voor het CDA). De figuur laat zien dat ze ook nog wel in een behoorlijk aantal gemeenten wisten te winnen.

Aan de kant van de oppositie is D66 het spiegelbeeld van de PvdA; de partij won in vrijwel alle gemeenten. Ook de overige oppositiepartijen wonnen in de meerderheid van gemeenten, met uitzondering van de SP, die slecht in 8 van de 83 gemeenten stemmen wist te winnen. Het algemene beeld is dus dat regeringspartijen overwegend verliezen en oppositiepartijen overwegend winnen. Maar er zijn belangrijke lokale variaties.

 

Lokale partijen niet de grote winnaars

De figuur laat ook winst en verlies van de lokale partijen zien die zowel in 2006 als 2010 in een gemeente present waren: 60% wist daarbij zetels te winnen, terwijl 40% zetels verloor. Dat NRC Handelsblad de lokale partijen de ‘grote winnaars’ van de raadsverkiezingen van 2010 noemde, geldt in ieder geval niet voor die lokale partijen die toen al in de raad vertegenwoordigd waren: bijna de helft van die partijen verloor en hun  winst bedroeg gemiddeld slechts 1,2%. Al met al wijzen deze cijfers dus op belangrijke lokale effecten die van invloed zijn op de prestaties van landelijke partijen in een specifieke gemeente.

 

Lokale costs of government

In ons paper hebben we de invloed van deze lokale effecten in kaart gebracht. We keken dus niet alleen naar landelijke regeringsverantwoordelijkheid, maar gingen ook na of een partij lokaal bestuursverantwoordelijkheid had en of men in de afgelopen vier jaar een wethouder verloren was door een politieke crisis. Immers, regeringsverantwoordelijkheid wordt over het algemeen door kiezers niet beloond. Ook keken we naar het effect van de deelname van nieuwe lokale en landelijke partijen op lokaal niveau: gaan er meer partijen meedoen ten opzichte van de vorige verkiezing dan wordt de spoeling vanzelfsprekend dunner, maar vallen er partijen uit dan is het makkelijker om een groter stemaandeel te krijgen.

Onze analyses laten zien dat het deel uitmaken van de landelijke regering een gemiddeld verlies oplevert van 3,6% van de stemmen, maar dat ook het dragen van lokale collegeverantwoordelijkheid stemmen kost. Partijen die in het college zitten, verliezen extra ten opzichte van partijen die dat niet zaten (0,8% van de stemmen). Partijen die zowel landelijk als lokaal regeerden verliezen over het geheel genomen nog weer sterker (1,8% van de stemmen). Ook het tussentijdse verlies van een wethouder heeft een negatief effect (1,2%).

Opgeteld leidt dit ertoe dat een landelijke partij die zowel in de regering als in het college heeft gezeten en bovendien een wethouder verloren heeft, gemiddeld 7,5% stemaandeel verliest in de volgende verkiezing. Dat verlies wordt ook beïnvloed door de concurrentie van nieuwe partijen: elke extra landelijke partij die meedoet, kost een andere landelijke partij gemiddeld bijna 1% stemaandeel, terwijl elke extra lokale partij slechts gemiddeld 0,4% stemmen scheelt.

 

Optelsom

Al met al laat onze analyse zien dat lokale factoren een behoorlijke invloed hebben op de uitslag van landelijke partijen in gemeenteraadsverkiezingen en dat de uitslag op lokaal niveau een duidelijke optelsom is van landelijke én lokale factoren. Deze resultaten stroken met wat we weten op basis van opinieonderzoek over de motieven van kiezers bij gemeenteraadsverkiezingen. Onderzoek van SGBO laat zien dat in 2010 rond de 40% van de kiezers zei hun stem uitsluitend op landelijke overwegingen te baseren, terwijl nog eens 22% van de kiezers hun stem op basis van lokale en landelijke afwegingen maakte, en 22% zich uitsluitend op lokale overwegingen te baseren.

Het is deze mix van overwegingen die eens te meer duidelijk maakt hoe gedifferentieerd de uitslag van gemeenteraadsverkiezingen is. Niet alleen verschilt het aanbod van partijen per gemeente, ook het gedrag van kiezers verschilt van gemeente tot gemeente. Landelijke factoren hebben daardoor in de ene gemeente meer invloed op de uitslag dan in de andere.

Dit is iets om goed in het achterhoofd te houden als straks de landelijke media toch weer de verleiding niet kunnen weerstaan om de lokale uitslagen op één grote landelijke hoop te gooien.

About the author

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)