Hoeveel Nederlanders denken te weten over de EU. En wat we feitelijk weten… (+leestips voor strand en camping)

2 Comments

Europa, de EU, en de eurocrisis domineren al jaren het nieuws. Het vele onderzoek naar de publieke opinie over Europa richt zich vooral op houdingen als euroscepsis en vertrouwen. Maar waar zijn die meningen eigenlijk op gebaseerd? Hoe goed is de kennis van Nederlanders over de Europese Unie feitelijk? Hoe goed denken wij zelf dat we de EU snappen? En hoe goed scoren we in vergelijking met een groep apen?

Drie stellingen

Het langlopende Eurobarometer-onderzoek stelt regelmatig vragen naar de kennis over de Europese Unie. Het figuur hieronder zet het begrip dat we denken te hebben over de Europese Unie uit tegen de feitelijke kennis erover. Die feitelijke kennis werd eind 2012 gemeten met drie basale stellingen waar ‘juist’ of ‘onjuist’ bij kon worden aangekruist:

  • De Europese Unie bestaat momenteel uit 27 lidstaten [juist]
  • De leden van het Europees Parlement worden direct verkozen door de inwoners van elke lidstaat [juist]
  • Zwitserland is lid van de EU [onjuist]

Wie minstens twee goede antwoorden aankruiste, heb ik in het figuur geteld als een respondent met kennis over de EU. De grote blauwe vlek is het gewogen gemiddelde in de Europese Unie. Nederland is de oranje vlek. Daarnaast heb ik enkele andere lidstaten weergegeven aan wie we ons spiegelen of die op ons blijken te lijken.

Drukwerk

 

Zelfbeeld: bovengemiddeld. Feitelijke kennis: benedengemiddeld.

Nederlanders scoren bovengemiddeld hoog op de kennis die we onszelf toedichten over de EU: 55% van de Nederlanders denkt te snappen hoe de EU werkt, tegenover een Europees gemiddelde van 48%. We zijn dus niet bepaald bescheiden.

Een beetje meer bescheidenheid zou echter wel terecht zijn geweest. Slechts 66% van de Nederlanders heeft 2 of 3 van de stellingen goed. Het Europese gemiddelde is 68%. Omliggende landen als Duitsland, Denemarken, België en Luxemburg scoren alle hoger. De minste feitelijke kennis hebben – niet onverwachts – de Britten (56%). Maar dat lijken ze ook van zichzelf te beseffen.

Het beeld lijkt in 2012 overigens sterk op dat van 2008, toen de feitelijke kennis werd gemeten via vier stellingen (waarvan alleen die over Zwitserland hierboven herhaald werd).

 

Niet veel meer kennis dan een groep apen

Om te benadrukken hoe laag dat is: een populatie van apen die random op een toetsenbord ramt, zou al 50% goed hebben als ze geen optie krijgen om ‘weet niet’ in te vullen. (Krijgen ze die derde optie trouwens wel, dan nog zouden de apen een score hebben van 27%.) Overigens konden net als de fictieve apen ook de echte respondenten de goede antwoorden niet opzoeken op internet: interviews van de Eurobarometer zijn face-to-face.

 

De meeste inwoners die een fout antwoord geven

We scoren dus bovengemiddeld op kennis die we onszelf toedichten, maar benedengemiddeld op de kennis die we daadwerkelijk hebben. De Esten, Letten, Litouwers, en Roemenen (die op ons lijken) scoren laag op feitelijke kennis doordat ze vaker toegeven dat ze het goede antwoord niet weten. En door dat toe te geven, scoor je automatisch laag.

Toegeven dat je het antwoord niet weet, dat doen Nederlanders – net als de Polen trouwens – minder graag. Door te gokken, heb je in elk geval nog 50% kans op een goed antwoord. Dat maakt onze lage score op feitelijke kennis ook zo opmerkelijk.

Op één ranglijst staan Nederlanders echter vet bovenaan. Geen land heeft zo veel respondenten die minstens één fout antwoord hebben aangekruist bij de drie stellingen als wij: 56%. Daarop scoren we zelfs hoger dan de Britten en de Spanjaarden. Ook zij geven simpelweg toe dat ze het goede antwoord niet weten.

 

Zomerse Lees-tips over Publieke Opinie

Opinie-onderzoek zit vol dit soort merkwaardigheden en mispercepties, fraai samengevat door PhD-comics.

Meer lezen deze zomer? Koop of leen de volgende onvolprezen boeken:

Geen zin in een boek, maar behoefte om direct door te klikken en verder te lezen? Check het recente onderzoek en commentaar van de Ipsos Mori over de beroerde kennis van Britten over de staat van de samenleving en de politiek.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

2 Comments

  1. regen

    Als het regent word in nat.
    Ik hoef toch niet te weten hoe regen ontstaat om te voelen dat ik nat word ?
    Zo is het ook met EU en euro, vrijwel iedereen voelt de gevolgen.
    Waar het precies van komt, is dat belangrijk ?
    Afschaffen is de boodschap, in de EEG tijd ging het ons goed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)