Hoeveel tijd (en energie) kost het schrijven van een beurs?

4 Comments

Een beurs aanvragen, hoeveel tijd kost dat eigenlijk? Verschillende journalisten stelden deze vraag deze zomer. Ik had geen tijd om daar toen op te reageren. Maar nu wel. Ik heb dinsdagochtend een ERC Starting Grant (a € 1,5 miljoen) ingediend, en met deze ervaring vers in het geheugen wil ik hier wat overpeinzingen over het proces op papier zetten. Bij voorbaat excuus als ik her en der terminologie als “innovatief” en “baanbrekend” bezig, ik zit nog tot mijn oren in de beurs lingo.

Hoeveel tijd kost het schrijven van een beurs?

Ik heb de afgelopen 3 weken voltijd gewerkt aan de beurs. De 3 maanden ervoor af en aan, een paar daagjes werken, een paar daagjes de boel laten liggen. Mijn schatting is 200 uur. Dan reken ik niet mee dat de ideeën die in je beurs verwerkt zijn al geruime tijd in de week liggen voordat ze concreet worden.

Die kritiek van collega’s is onmisbaar voor het succes van een projectvoorstel. De tijd ligt dus niet alleen bij de indiener, maar ook bij de collega’s. Ik heb denk ik in totaal 20 keer feedback gekregen (sommigen 2x). Stel dat elk er een half uur mee bezig is geweest. Voor sommigen is dit een overschatting, voor sommigen een onderschatting. Ik neem ook 5 uur voor het werk van administratieve ondersteuning. In totaal reken ik dan 15 uur per voorstel dat anderen er mee bezig zijn, met de eigen bijdrage wordt 215 uur per voorstel. Vermenigvuldig dit met het aantal ingediende beurzen bij de ERC (pakweg 7000 als je Starting Grants, Consolidators en Advanced Grants optelt). Dan kom je op 1.505.000 uur die in het opstellen van beurzen gaat. Per jaar. In Europa. Dit is een conservatieve inschatting want ik heb nationale beurzen en ook het werk van commissieleden en externe reviewers niet eens meegerekend. Voor de laatste geldt dat ik simpelweg niet weet hoeveel tijd dat kost.

Is dit veel of weinig? Stel iemand 2000 uur in een jaar werkt (40 uur, 50 weken). Die 1.5 miljoen uur, staat voor 753 mensen die een jaar werken. Vorig jaar werden in totaal 904 beurzen uitgerekt (2015: SG 325, CG 302, AG 277, totaal 904). Trek uw eigen conclusie.

Waarom kost het zoveel tijd (voor de indiener)?

De ERC is een grote beurs, met (in mijn geval) 4 subprojecten. In de leuke fase brainstorm je veel, en besluit je wat je wel en niet gaat doen. Er ligt dan een ruw product wat je na consultatie met collega’s langzamerhand tot een goed ogend en behapbaar product maakt. Dan denk je ver te zijn en laat je je collega’s de stukken lezen met de boodschap “de deadline komt dichterbij”. Dan begint de ellende. Je ideeën zijn leuk maar je project:

– mist coherentie

– sub projecten lijken meer 1 groot project dan afzonderlijke projecten

– is niet specifiek genoeg

– is veel te specifiek

– er is geen actuele relevantie

– focust teveel op actuele gebeurtenissen

– gaat niet diep genoeg in op methoden

– gaat te weinig in op methoden.

Etc.

Het vervelende is dat deze tegenstelde kritieken vaak allebei waar zijn. Iedereen kijkt er met een ander oog naar, en mist weer wat anders.

Het gaat ook niet alleen om wat je zegt, maar ook waar je het zegt. Voor de ERC Starting Grant schrijf je 2 projectbeschrijvingen een korte (5 pagina’s) voor de commissie en een lange (15 pagina’s) voor de externe beoordelaars. En er is natuurlijk eindeloze discussie over wat je in deel 1 zet en wat in deel 2.

Waarom is een beurs schrijven zo vervelend op het einde?

Ik kreeg vijf dagen voor de deadline griep, een andere collega ook. Logische verklaring: er heerst een griepje op de groep. Alternatieve verklaring: je wordt knettergek van het schrijven. Waarom?

Het is voortdurend een strijd tussen tegenstellingen. Je project moet innovatief en baanbrekend zijn, maar wel uitvoerbaar. Je moet enorm opscheppen hoe vernieuwend het allemaal is wat je doet, zonder dat je daarbij een collega tekort doet. Immers die moet het beoordelen. Je stuk moet overtuigend zijn voor een expert uit je veld, maar ook voor de niet-experts in de commissie. Ik liep voortdurend te wikken en te wegen tussen formuleringen die tegelijkertijd een bepaalde groep enthousiast maken, en tegelijkertijd een andere groep niet afstoten. Uiteindelijk moet iedereen enthousiast zijn over het voorstel, maar iedereen die er naar kijkt (ook de experts) heeft een andere achtergrond en andere voorkeuren. Veel succes.

Overigens weet je natuurlijk niet wie je gaat beoordelen. Dus daar kan je ook eindeloos over filosoferen. “Als ik die als reviewer, krijg dan struikelt ‘ie hierover, maar als ik die ander als reviewer krijg, dan …. “. Misschien kunnen anderen hier beter mee omgaan. Maar ik had het even helemaal gehad met mezelf en die beurs.

Moet er een ander systeem komen?

Tja, ongetwijfeld, waarom niet. Of het beter is? Meerdere ERC laureaten hebben al eens aangegeven dat je de Starting Grant bijvoorbeeld ook door 2 kunt delen, zeker in de sociale wetenschap. Met €750,000 kan de sociaal-wetenschapper ook prima uit de voeten. Die heeft geen dure apparatuur nodig. Simpele oplossing met gegarandeerde impact.

Tot slot, wil ik met jullie mijn slotzin uit mijn projectaanvraag delen. Mijn project heet POLEMIC.

“In sum, POLEMIC will produce the knowledge necessary to prevent World War III. Deciding not to fund POLEMIC will make the committee directly responsible for wiping out mankind as we know it.”

Als ik het nu niet krijg, weet ik het ook niet meer. (Mocht ik het krijgen, dan ben ik niet bereid om te delen, zoals wellicht gesuggereerd in voorgaande alinea).

About the author

Gijs Schumacher

Related Articles

4 Comments

  1. Rense Corten

    Een andere interessante vraag in dit verband is of het kostenefficiënt is om dit soort aanvragen te doen. Stel dat een UD zo’n 70 euro per uur kost. Het schrijven van een aanvraag kost met 215 uur (wat ik aan de lage kant vind) dus ruim 15000 euro. De verwachte opbrengst van een Vidi-aanvraag, met een succeskans van 10%, is 80000 euro. Op die manier kan het dus best uit. De opbrengst van een ERC StG is natuurlijk nog een stuk hoger.

    • Kristof Jacobs
      Kristof Jacobs

      Ok, maar laten we even redeneren volgens de logica van een dichotome variabele (je haalt hem immers binnen of niet). Je verwachte uitkomst bij 10% kans is dan: niet binnengehaald. De verwachte opbrengst van die uitkomst is op zijn beurt: 0 euro…

      In dat geval schrijf je enkel een aanvraag als je de tijd kan missen (bv. omdat je er compensatie voor krijgt, of omdat je tijd genoeg hebt) of er geen alternatief is (het is de enige weg).

      • Rense Corten

        Tja als je de opbrengst van een kleine kans gelijk stelt aan nul is er inderdaad weinig reden om vrijwillig een aanvraag te schrijven. Maar dat lijkt me een vreemde redenering; de kosten en baten spelen daarin geen enkele rol meer.

    • Kristof Jacobs
      Kristof Jacobs

      Ik begrijp dat het lijkt alsof kosten en baten dan geen rol meer spelen, maar dat is niet noodzakelijk zo. Een voorbeeld. Stel je staat in een casino en je hebt 15.000 euro. Die kan je inzetten om 800.000 euro te winnen, maar er is 90% kans dat je alles verliest (het is immers een all or nothing systeem). De meest realistische verwachting is dat je met 0 euro naar huis gaat als je beslist om in te zetten.

      Kosten en baten spelen nog steeds een rol: als je 1 euro hebt en 800.000 kan winnen, speel je natuurlijk altijd mee (ofte de situatie waarbij je department je schrijftijd compenseert). Als je 15.000 euro moet inzetten om 16.000 euro te winnen speel je natuurlijk nooit mee met een dergelijk verlieskans van 90%.

      Natuurlijk is dit een simplificatie (je kan bv. voor sommige beurzen meermaals meedoen, doch steeds slechts een beperkt aantal keer; sommige halen wel degelijk iets uit het brainstorm-gedeelte van het schrijven van een beurs; sommige mensen maken een grotere kans om te winnen; soms wil je departement gewoon dat je meedoet als teken van goede wil; soms kan je geen vaste baan of promotie krijgen zonder beurs etc.).

      Maar goed, dit voorbeeld is slechts een illustratie van het feit dat kosten en baten nog steeds wel degelijk een rol spelen,… maar een realistische verwachting ook. Kortom vanuit individueel oogpunt is het lang niet altijd niet kostenefficiënt om aanvragen te schrijven, vanuit collectief oogpunt (universiteit) overigens wel.

      Zelf ben ik voorstander van een systeem van voorselectie (zoals bij onderzoekstalent-aanvragen) zodat echte investering gebeurt wanneer je hogere slaagkans hebt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)