Ibn Ghaldoun: etnisch gesegregeerde of juist gemengde scholen?

1 Comment

Vandaag worden dan toch de examencijfers bekendgemaakt voor de meeste scholen in Nederland. Alleen de examenkandidaten van de islamitische school Ibn Ghaldoun in Rotterdam zullen examens moeten overdoen, na de diefstal en verspreiding van 24 examens.

Verschillende politici, waaronder die van de PVV en van het CDA, hebben opgeroepen de Ibn Ghaldoun te sluiten. De verantwoordelijke Rotterdamse CDA-wethouder zou het inmiddels al hebben voorgesteld aan de scholengemeenschap. Anderen gaan nog verder en menen dat islamitische scholen helemaal verboden moeten worden, omdat ze de integratie tegenwerken.

Moeten we toewerken naar etnisch gemengde klassen of juist toestaan dat iedere minderheid zijn eigen (gesegregeerde) school opricht? Ongeacht de beleidskeuze, tegenstanders zullen elk van beide richtingen wegzetten als politiek correct en multiculti. Toch lijkt het, gegeven de toegenomen diversiteit van de samenleving, een onvermijdelijke keus. Wat heeft wetenschappelijk onderzoek hierover te zeggen?

Leerprestaties

Presteren leerlingen beter in scholen die etnisch gemengd zijn of juist in scholen die etnisch gesegregeerd zijn? Het probleem is moeilijk te onderzoeken. Etnische diversiteit gaat immers hand in hand met allerlei andere verklaringen (als armoede, inkomensongelijkheid en gemiddeld lager opleidingsniveau van ouders). Bovendien moeten we secuur onderscheid maken tussen de prestaties van etnische minderheden (zo scoren migrantenkinderen over het algemeen minder goed) en de prestaties van leerlingen in een klas met veel etnische minderheden (waar de discussie feitelijk over gaat). De discussie loopt nog altijd.

Voor Nederland lijkt het antwoord vooralsnog te zijn dat etnische diversiteit nauwelijks invloed heeft. Lex Herweijer (SCP) concludeert dat etnische diversiteit op de middelbare school geen enkele invloed heeft. Op de basisschool is de invloed klein en specifiek: “als rekening wordt gehouden met het gemiddelde opleidingsniveau van de ouders van leerlingen, blijft alleen bij rekenen een klein negatief effect van de etnische diversiteit zichtbaar. Op andere terreinen (begrijpend lezen, de woordenschat, de score op de Cito-eindtoets) is er uitsluitend een effect van het gemiddelde opleidingsniveau van ouders.

 

Integratie

Andere onderzoekers hebben gekeken naar het effect van etnische diversiteit van klassen op wederzijds vertrouwen en op vriendschapsbanden. Je zou kunnen verwachten dat menging zou leiden tot betere integratie. Peter Dinesen (Universiteit van Kopenhagen) toont aan dat onder autochtone Deense kinderen het sociaal vertrouwen niet hoger is in gemengde klassen dan in homogene klassen, maar het vertrouwen in migranten wel. Andrej Kokkonen (Universiteit van Gothenborg) concludeert dat Zweedse leerlingen in etnisch diverse scholen niet meer of minder tolerant zijn dan die in homogene scholen. En in lopend onderzoek van Miles Hewstone (Oxford) blijken Britse leerlingen van etnisch gemengde scholen weliswaar positiever te zijn over de etnische out-group, maar hun vrienden en lunchgenoten nog altijd te kiezen langs etnisch gesegregeerde lijnen.

Inmiddels is een groot internationaal team van Britten, Duitsers, Zweden en Nederlanders een groot project opgestart om de integratie van schoolgaande migrantenkinderen door de tijd heen te volgen.

 

Pesten

Een interessant onderzoek, ten slotte, komt van onder anderen Jochem Tolsma. Hij onderzocht met zijn collega’s het pestgedrag van kinderen. Er wordt evenveel gepest over etnische scheidslijnen heen als binnen de eigen etnische groep. In die zin speelt etniciteit dus geen rol. Naarmate klassen etnisch gemengder worden, neemt het pesten toe – maar dat geldt voor beide vormen van pestgedrag (binnen en tussen etnische groepen) evenzeer.

 

Segregatie, diversiteit en Ibn Ghaldoun

Het is een tamelijk sobere conclusie. Segregeren of juist mengen; het maakt allemaal over het algemeen bar weinig uit voor het gedrag van leerlingen.

Het specifieke geval van de gesegregeerde Rotterdamse Ibn Ghaldoun is weliswaar herhaaldelijk vanwege schandalen in het nieuws gekomen om prestaties, fraude en diefstal. Maar die schandalen hebben mogelijk meer te maken met wanbestuur dan met de etnische samenstelling van de school.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

1 Comment

  1. Walther Kok

    Voor de betrokken ouders (en wellicht ook de kinderen zelf) spelen ook heel andere redenen voor hun schoolkeuze dan de hier genoemde van integratie en prestatie. Hoe interessant dit artikel ook is, ook over deze motieven zou wetenschappelijk, politicologisch onderzoek iets moeten zeggen…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)