Is Geert Wilders wel populistisch?

10 Comments

Soms is het lastig vast te stellen of een partij of politicus populistisch is of niet. De politicus die in Nederland het vaakst met populisme wordt geassocieerd is zonder enige twijfel Geert Wilders. Maar is dat eigenlijk wel terecht? Afgelopen vrijdag schreef hij een interessant artikel in de Volkskrant, waarin hij pleitte voor meer referenda. Ik heb dat artikel eens onder de loep genomen. Is Wilders wel een populist?

Populisme wordt in de politicologische literatuur meestal omschreven als de boodschap dat het ‘goede volk’ wordt afgezet, uitgebuit of bedrogen door een ‘slechte elite’. Eén van de meest gangbare definities komt van de politicoloog Cas Mudde: populisme is volgens deze definitie “an ideology that considers society to be ultimately separated into two homogeneous and antagonistic groups, ‘the pure people’ versus ‘the corrupt elite’, and which argues that politics should be an expression of the volonté générale (general will) of the people” (zie hier [$]). Aan de hand van deze definitie zou je kunnen stellen dat populisme uit 3 elementen bestaat:

  1. Een nadruk op het goede, homogene volk (volkscentrisme);
  2. Kritiek op de slechte elite die daar recht tegenover zou staan (anti-elitisme);
  3. Het idee dat politiek een uitdrukking van de algemene wil van het volk zou moeten zijn.

Hieronder een ruwe analyse van Wilders’ Volkskrant-artikel. Is er sprake van de drie genoemde elementen? Met een groene marker ben ik op zoek gegaan naar woorden die wijzen op volkscentrisme. Met een rode marker naar anti-elitisme. En met een gele naar pleidooien voor de directe politieke vertaling van de volonté générale.

Is Wilders nu een populist? Oordeelt u zelf.

 

Bestand 08-11-15 16 40 34

PS.Titel en lead heb ik niet meegenomen.

PPS. Mijn markers hebben hier en daar vast nog wat over het hoofd gezien.

PPPS. Bij verwijzingen naar volkscentrisme is de context van belang. “De Nederlanders” verwijst bijvoorbeeld niet altijd naar het goede en homogene volk. Maar in de gevallen die ik hier gemarkeerd heb volgens mij wel.

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

10 Comments

  1. Bart

    Waarom twijfel je?

  2. Bart

    Waarom twijfel je?

  3. thidee

    Volgens mij is de conclusie op basis van dit artikel duidelijk; Wilders is populistisch. Maar dat wisten we al. Ik vraag me vooral af waarom mensen zoveel behoefte hebben aan populistische mensen. Is dat uit angst voor de toekomst of ontevredenheid over het verleden? Nederland is één van de betere landen van de wereld en de huidige tijd is de beste ooit. Natuurlijk kan er veel verbetert worden, maar dat vraagt om sociale keuzes. Ik denk dat veel mensen zich scharen achter Wilders omdat ze dan niet hoeven te kiezen voor oplossingen maar zich met hun diversiteit aan negatieve gevoelens kunnen vinden in de vage generaliserende negatieve uitspraken van Wilders. Bestaat er wel een goed homogeen volk? Is het volk niet een samenraapsel van individuen met vooral eigen belangen? Als Wilders ooit echt aan de macht zou komen, zou zijn achterban en zijn eigen partij ongetwijfeld heel snel door de verschillende belangen uiteenvallen.

  4. thidee

    Volgens mij is de conclusie op basis van dit artikel duidelijk; Wilders is populistisch. Maar dat wisten we al. Ik vraag me vooral af waarom mensen zoveel behoefte hebben aan populistische mensen. Is dat uit angst voor de toekomst of ontevredenheid over het verleden? Nederland is één van de betere landen van de wereld en de huidige tijd is de beste ooit. Natuurlijk kan er veel verbetert worden, maar dat vraagt om sociale keuzes. Ik denk dat veel mensen zich scharen achter Wilders omdat ze dan niet hoeven te kiezen voor oplossingen maar zich met hun diversiteit aan negatieve gevoelens kunnen vinden in de vage generaliserende negatieve uitspraken van Wilders. Bestaat er wel een goed homogeen volk? Is het volk niet een samenraapsel van individuen met vooral eigen belangen? Als Wilders ooit echt aan de macht zou komen, zou zijn achterban en zijn eigen partij ongetwijfeld heel snel door de verschillende belangen uiteenvallen.

  5. HPax

    Basis van enige Natie of Volk, is een interne tweedeling. Neem het voorbeeldige en gezaghebbende ‘Senatus populusque Romanus.’ Een modern-aangepaste versie daarvan vind je bij ons terug in de vagere gedaante van de betrekking: elite / volk. Deze relatie is normaal en structureel*, maar kan ad tempus antagonistisch uitpakken.

    Men mag daarbij alweer denken aan de strijd tussen het Romeinse Plebs en zijn Patriciaat. Pas nadat de Senaat met de instelling van het Tribunaat aan het Volk had toegegeven, werd het oude dualisme in ere hersteld. Enfin, daarna ging het toch mis, maar dat was later, toen de tyrannie werd ingesteld en zodoende dat dualisme afgeschaft. Een veeg teken, en waarschuwing. Hef de ’kloof’ tussen regerenden en geregeerden op en krijg de dictatuur.

    Vandaag zijn we in dat zelfde type van interne strijd verwikkeld geraakt. Het volk = populus keert zich voor een vrij groot deel tegen zijn bestuurlijke elite. Deze wending met de daarmee gepaard gaande agitatie heet populisme. Onze elite is te ver gegaan. Zij dreigt het land te verspelen. Haar dromen en daden zijn in strijd met diepgewortelde, rationele tradities van fatsoen en recht. Herstel van de onmisbare alliantie tussen Regenten en Volk lijkt vooral taak en plicht van eersten. De barricaden wenken!

    Studenten van het populisme moeten niet te veel op enkele personen en singuliere zaken letten. Dat is kinderachtig. Wilders heeft het niet gedaan. Het gaat om behoud of verlies van een oud, onmisbaar structureel dualisme, waarvan hieronder een paar voorbeelden. Letten wij er daarbij op dat beide samenstellende delen niet al te geïnformeerd over elkaar mogen zijn. Er moet afstand zijn. Vertrouwen vergt dat.

    1. De Stad Verboden voor de meeste Chinezen.

    2. Keezen (patriotten-regenten), tegenover volk dat Oranjeklanten werd genoemd (17e en 18e eeuw in Nederland).

    3. Toen de Koning van Andalas (Sumatra) een inspectiereis door zijn land maakte, passeerde hij dorpen en steden, maar bewaarde afstand. Vanuit de verte werd hij door zijn onderdanen toegejuicht; beide partijen begrepen en respecteerden deze distantie (uit de: CINDUA’ MATO, West-Sumatraans koningsdrama, uitgegeven door J. L. v. d. Toorn.

    4. Wanneer de Mikado voorbij ging, mocht de gewone man hem niet aan¬schouwen.

    5. Tot vrij recent kwam het voor dat een Europese natie een vorstenhuis van buitenaf adopteerde of kreeg toegewezen.

    6. Op een bijzondere manier wordt de discontinuïteit KONING-VOLK tot uitdrukking gebracht in een verhaal uit ‘Duizend en Een Nacht’ over Harun al-Rashid (766-809), en in een ander uit de Bijbel over koning David.

    ◘ Om te weten te komen wat er in zijn Rijk omging, placht de Sultan zich af en toe in gezelschap van zijn Vizier onder het volk te begeven. Zij deden dat in vermomming. Hoe fataal zo’n ‘afdaling’ of overschrijding had kunnen aflopen, bewijst het verhaal van het probleem dat Harun eens had om terug te komen uit de gedaante van ooievaar die hij met behulp van magie had aangenomen. De daarvoor noodzakelijke spreuk was al-Rashid vergeten en hij had de bemiddeling van de Kleine Muk nodig om weer mens en vorst te worden (UHG).

    Aan deze vertelling is de les te ontwringen dat Harun al-Rashid deed wat moreel ten strengste verboden is: zich buiten dwang of noodzaak als vorst incognito met zijn onderdanen mengen. En toen was er voor hem in principe geen weg terug meer. Maar dat hem zoiets kon overkomen, was te voorzien geweest. Hij had er op bedacht kunnen zijn dat ooievaars geen menselijk geheugen hebben. In andere woorden: de Sultan was de betekenis van de omvorming van vorst in onderdaan ontgaan, of ook had hij die kloof moreel genegeerd. Kennis over de zaken van het land, voor zover ze hem aangingen, had hij openlijk in de rol van koning behoren te verwerven; die als quasi-onderdaan of afluisterende ooievaar te verzamelen, is beneden de waardigheid van een Vorst. Bovendien hoor je en zie je in zo’n valse positie te veel en komt er van regeren niets meer terecht. Je raakt je roeping – de tover¬spreuk – kwijt, terwijl je ook geen normaal onderdaan (meer) wordt. Dat is onmogelijk, zelfs in deze tijd.
    ▣ Wat de overlevering van David mededeelt, komt op een essentieel punt overeen met het ooie-vaarsverhaal van Harun al-Rashid. Wanneer David na lange strijd de positie van ko¬ning heeft ingenomen en op zijn lauweren is gaan rusten, komt hij op de idee een volkstelling te houden. Deze census krijgt geen uitvoering; David’s voornemen daartoe wordt streng gestraft, van Godswege. De kloof tussen volk en koning, toegespitst op het vlak van informatie, lijkt dus behalve onvermijdelijk feit ook iets van morele aard. Kennelijk heeft het volk rechten waar de koning – de overheid – vanaf dient te blijven. Aan dit standpunt laten zich gemakkelijk moderne conclusies verbinden.

  6. Galthran

    Leuk gedaan met dat markeren. Maar als ik zo zelf eens naar het artikel kijk zie ik nog veel meer dingen die gemarkeerd hadden moeten worden. Zo staat rechtsbovenin alleen maar ‘de machthebbers’ in het rood gemarkeerd. Maar wat daarna staat: ‘…hebben Nederland naar de afgrond gebracht’ niet. Terwijl je een pagina eerder wel alle argumenten markeert. Zo kan de ‘lezer’ geen eerlijk beeld vormen van populistisch of niet, wel?

  7. Ad

    ‘Populistisch’ is een te beschaafd begrip voor Wilders en de harde kern van de PVV.
    Desgevraagd of de overeenkomsten tussen Wilders/PVV en Hitler/NSDAP zo langzamerhand niet wat al te opvallend werden (xenofobie, irrationalisme, anti-intellectualisme, een niet-democratische beweging met een groot electoraat), gaf Matthijs me een paar weken geleden bij ProDemos het antwoord dat het verschil tussen een populist en een fascist het respect voor de rechtsstaat is. De populist heeft de rechtsstaat nodig om te kunnen gedijen.
    Geert’s opmerking over ‘nep’-parlement maakte dit al twijfelachting ten aanzien van respect voor de wetgevende pijler van de rechtsstaat, zijn opmerkingen over een ‘nep’-rechtbank wijzen erop dat ook de rechtssprekende pijler voor hem geen waarde heeft.
    Wordt het niet langzamerhand tijd om meer aandacht te hebben voor de overeenkomsten dan voor de verschillen, die vooral verschillen in context lijken: Hitler kwam op in een cultuur die nog doordrenkt was van het geweld van 14-18 dat zich voortzette in de straatvechterspolitiek van Weimar, Geert komt op in een vrediger context.
    Maar het gedachtegoed (rancune, ontbreken van een programma, een beweging in plaats van een partij, Leiderschapscultus, minachting voor de democratische traditie, demoniseren van minderheden als afleiding van werkelijke sociaal-economische problemen, een sociale facade voor het platste nationalisme enz) vertoont zo langzamerhand te veel overeenkomsten.
    Zullen we het blonde beestje niet gewoon eens bij zijn naam gaan noemen op de discussie op scherp te zetten? Daarmee wil ik zijn aanhang overigens niet zondermeer als fascistisch/nationaal socialistisch afdoen. Natuurlijk zijn er ziekelijke nationalisten onder (die lijden aan de werkelijke ziekte van Europa), maar ik vermoed dat er ook veel mensen onder zijn die echt last hebben van de crisis van het neoliberale kapitalisme. Laten we kaf (Geert en zijn zelfbenoemde elite der Nederlandse nationaal-socialisten) van het koren (terecht ontstemden) proberen te scheiden, zodat het gesprek gaat waar het over moet gaan: de gevolgen van de globale geopolitieke en economische machtsverschuivingen die zorgen voor een aanhoudende crisis waar veel mensen concreet last van hebben, en die zich tenminste uit in een grote angst voor het verlies van het verworvene.

    En als we het toch over ‘nep’ hebben. Verontrustend is dat de Georgiër Stalin als nep-Rus het land de afgrond in leidde, de Oostenrijker Hitler als nep-Duitser het land de afgrond afleidde, en wat zegt dat over de halve Nederlands-Indiër/halve Israeli Wilders als nep-Nederlander?

  8. politicalsciencepropaganda

    Geert Wilders is een populist. Populisme ontstaat door een kloof tussen de bevolking en de politiek. Of in ieder geval een kloof tussen een bepaalde groep en de politiek. Elke keer wanneer de problemen van de groep niet worden gehoord, erkend of verholpen leidt dit tot additionele onvrede. Wanneer een politiek conflict bestaat waarbij consensusoplossingen niet mogelijk lijken dan polariseert het debat aan alle zijden van de politiek. Polarisatie is een symptoom van die kloof tussen verschillende meningen. Soms komen meningen nu eenmaal niet bij elkaar omdat men denkt dat bepaalde argumenten en observaties zo zwaarwegend zijn dat een consensus oplossing niet mogelijk is. Wilders staat voor deislamisatie en wil op dit punt geen consensus, dat is de reden waarom hij ‘polariseert’. Wilders is een persoon die dus goed in de gaten moet worden gehouden wanneer hij aan de macht komt omdat zijn populisme als dekmantel kan worden gebruikt (het is de wil van de meerderheid) om

  9. Radboud Hack

    De vraag of Wilders een populist is en volgens welke criteria hij dat is, is een semantische kwestie en is maatschappelijk niet relevant.
    Relevant is de vraag waarom zoveel mensen op Wilders stemmen.
    Waar willen ze vanaf? Wat willen ze bereiken? En waarom op deze manier?
    Ik heb daar nog weinig zinnigs over gehoord en gelezen.
    Misschien iets voor StukRoodVlees?

    Ooit gaf de socioloog Dick Pels een interessante definitie van populisme. Hij onderscheidde het ‘obscure populisme’ (grofweg het populisme van Cas Mudde) en het ‘verlichte populisme’.
    Ten aanzien van het laatste stelde Pels: politici voeren het politieke debat steeds in termen van links en rechts, maar voor de burgers, hun problemen en hun toekomst is dat niet meer relevant.
    Burgers voelen zich dus niet meer vertegenwoordigd en gaan het daarom hebben over de verhouding tussen kiezer en gekozene, tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde, tussen bestuurder en bestuurde.
    Als politici érgens een pesthekel aan hebben zijn het deze vragen wel.
    Waar kunnen deze burgers vervolgens nog terecht? Eén keer raden!

    Ik voeg daaraan toe: het links-rechts-onderscheid is irrelevant geworden met het wegvallen van de zuilen (kantelpunt 1967, D’66 in de TK). Dat 50 jaar na dato onze politici het nog steeds als paradigma voor hun politieke bedrijf hanteren is vanuit organisatiekundig perspectief begrijpelijk, maar als burger heb ik er geen begrip voor.
    Het is m.i. ook de belangrijkste oorzaak dat ‘de politiek’ (lees: het klassieke, partijgebonden, monistische, representatieve stelsel) niet meer werkt: onze politici zitten op een bord te schaken dat de burgers al vijftig jaar geleden bij het oud vuil hebben gezet.

  10. Ben

    Jammer dat PVV niet grootste is.
    Ik gun Wilders een kans zoals iedereen die verdient.
    Maar nu maar weer 4 jaar tegen Rutte aankijken hoe die ons land nu weer door de stront sleurt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)