Kiesdrempels: Als je vriendje in de sloot springt, doe jij het ook

5 Comments

Het is een déja-vu discussie. Vorige week was het VVD-partijvoorzitter Henry Keizer die mocht stellen dat een kiesdrempel toch echt noodzakelijk was. Het idee lijkt onuitroeibaar, met name bij de VVD. Alleen al in de afgelopen twee jaar hebben de volgende prominenten gepleit voor de invoering van een kiesdrempel: toenmalig VVD-voorzitter Benk Korthals, VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, VVD-senator Heleen Dupuis, oud-VVD-Tweede-Kamerlid Arend Jan Boekestijn, D66-senator Roger van Boxtel, RTL-journalist Jos Heymans, en bij Nieuwsuur het trio Hans Hoogervorst (voormalig VVD-minister), Aart Jan de Geus (voormalig CDA-minister), en Rick van der Ploeg (voormalig PvdA-staatssecretaris).

Dat laatste item is exemplarisch. Hoogervorst noemde het Nederlandse staatsbestel ‘volledig kapot’. De Geus vond dat nieuwe partijen zich eerst maar moesten bewijzen, iets dat hij liever aan een kiesdrempel dan aan de kiezers overlaat. Volgens Van der Ploeg kijken zijn Engelse collega’s meewarig naar het Nederlandse systeem omdat de regering in het Verenigd Koninkrijk tenminste een duidelijk mandaat krijgt. Veel Britse politicologen die ik ken plaatsen – zeker na de laatste verkiezingen – juist vraagtekens bij hun eigen kiesstelsel.

Geloof me: Wij op StukRoodVlees zitten er echt niet op te wachten om steeds weer opnieuw de discussie over de kiesdrempel aan te gaan. Hoewel…discussie? Dat zou veronderstellen dat er gesprek plaatsvindt waarbij twee kanten ingaan op elkaars argumentatie. Dat gebeurt niet. We zien steeds dezelfde feitenvrije argumenten terugkeren bij voorstanders, zonder dat wordt ingegaan op feitelijk onderbouwde kritiek.

Maar zo lang voorstanders van een kiesdrempel telkens weer een landelijk podium krijgen voor hun schijnoplossing, zijn we uiteraard bereid om de fouten in die redenaties nog een keer uit te leggen. En goed, de aanhouder wint soms een beetje.

 

Nog een keer de argumenten

  • Nee, een kiesdrempel leidt niet tot makkelijkere coalitievorming. Elke voorstander noemt dit argument als een evidente oplossing voor het probleem van Nederland. Maar het is onzin. Het zal niet werken. Dat is zelfs al doorgerekend. Het probleem zit bij de krimp van de drie grote partijen (ooit samen goed voor 85% van de stemmen) en de opkomst van een zes-partijenstelsel (zes middelgrote partijen die elk gemiddeld zo’n 10 tot 15% van de stemmen behalen). Daar helpt geen kiesdrempel tegen.
    Dat juist splinterpartijen de afgelopen 9 jaar hebben gefungeerd als oliemannetjes (CU tijdens Balkenende IV, SGP tijdens Rutte I, CU/D66/GL bij het Lente-/Kunduzakkoord, CU/D66/SGP als Constructieve Drie tijdens Rutte II) wordt door de kiesdrempel-aanhangers vergeten.
  • Nee, verkozen splinterpartijen zijn niet de schuld van het toegenomen aantal fracties. Dat komt door afsplitsingen na de verkiezingen.
  • Nee, er zijn geen aanwijzingen dat een kiesdrempel zal voorkomen dat parlementsleden zich afsplitsen van hun fractie. Dat heeft meer te maken met een slechte selectie van kandidaat-Kamerleden. Als partijen hun werk niet goed doen, zou je dat niet moeten verhalen op kiezers.

De voorstanders van de kiesdrempel negeren alle tegenargumenten: een kiesdrempel verslechtert de representatie van minderheidsgroepen, maakt de toegankelijkheid en verversing van de politiek moeilijker, en schaadt het vertrouwen. Bestuurlijk heeft het dus weinig nut, democratisch is het schadelijk.

 

Als je vriendjes in de sloot springen, doe jij dat dan ook?

Opmerkelijk genoeg klaagde Fons Kockelmans op TPO juist het omgekeerde: tegenstanders van de kiesdrempel zouden oneigenlijke argumenten gebruiken. Zelf gaf hij twee schijnargumenten vòòr die kiesdrempel: (1) Onze buurlanden doen het ook, en (2) dan worden minder partijen verkozen. Het tweede argument is bijna een definitie; wat het doel is, blijft onduidelijk. Bij het eerste argument denk ik vooral aan wat mijn moeder in zulke situaties altijd zei: als je vriendjes in de sloot springen, doe jij dat dan ook? Bovendien heeft het constitutioneel hof in Duitsland de kiesdrempel bij de EP-verkiezingen in 2014 ongrondwettelijk verklaard.

 

Waarom?

De werkelijke vraag is inmiddels niet wat het nut is van een kiesdrempel. De betere vraag is: Waarom wordt het plan voor een kiesdrempel steeds weer gelanceerd?

Een team van onderzoekers (Bol, Pilet & Riera) heeft deze vraag opgeworpen [paywall]. Hoe komt het dat landen besluiten om proportionalisme in te perken? Ze noemen twee verklaringen: (1) als gevolg van versplintering van het partijlandschap (een verklaring die eerder bleek te kloppen), en (2) nadat soortgelijke landen (buurlanden, taalgenoten, historisch gelijke) het ook hebben ingevoerd. Onderzoek naar de gehele naoorlogse periode in Europa leidt tot de conclusie dat er inderdaad een internationale trend is: parlementen zijn geneigd om vergelijkbare landen te volgen bij de invoering van een kiesdrempel.

Kortom, als je vriendjes in de sloot springen, is er inderdaad een grotere kans dat jij dat vervolgens ook doet. Dat maakt het overigens nog niet tot een inhoudelijk goed argument voor de invoering van een kiesdrempel.

(met dank aan @SLdeLange die me wees op het artikel van Bol et al.)

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

5 Comments

  1. JD

    Een hogere kiesdrempel is mosterd na de maaltijd: het kan helpen tegen versplintering als die nog niet is gebeurt, niet daarna.

    Al die politici roepen steeds voor de verhoging van de kiesdrempel omdat de geen flauw idee hebben dat academici hier en elders al heel lang uitleggen waarom dat voorstel nergens op slaat. Dat ze steeds voor een kiesdrempel roepen laat ook zien dat ze geen flauw benul hebben wat voor andere opties er zijn voor hervorming.

    Volgens mij heeft die kiesdrempel weinig te maken met wat andere landen doen, het is niet alsof ook geroepen wordt voor een element van districten zoals in vrijwel elk land met evenredige vertegenwoordiging, ook al zou dat veel meer kunnen doen aan de huidige versplintering.

  2. Elwin Reimink

    Het ‘minder partijen’-argument is inderdaad niet enorm sterk. Vanuit democratische principes bezien zou ik zelfs het omgekeerde durven stellen: meer partijen verdient in het algemeen de voorkeur, aangezien dat meer keuze (en betere vertegenwoordiging) inhoudt. Een overvloed aan partijen kan inderdaad negatieve gevolgen hebben, maar dat moet dan wel hard worden gemaakt.

    Dat gezegd, ik denk dat er wel degelijk steekhoudende argumenten zijn voor een kiesdrempel. Het zou bijvoorbeeld wel eens kunnen zijn dat het gebrek aan een kiesdrempel fragmentatie binnen partijen aanmoedigt, omdat dissidenten denken dat het wel makkelijk is om op eigen kracht een zetel te veroveren (zelfs als dat in de praktijk blijkt tegen te vallen). Het opwerpen van een toegangsbarrière in de vorm van een kiesdrempel zou parlementariërs ertoe aan kunnen zetten eerder te pogen binnen de kaders van de eigen partij invloed uit te oefenen, en minder weg te lopen, hetgeen parlementaire fragmentatie kan indammen. Het blijft niet meer dan een gedachtegang echter, met slechts beperkt (anekdotisch) bewijs.

  3. Guy

    Dat een kiesdrempel een schijnoplossing is mag duidelijk zijn. Aan de andere kant is het wel een feit dat er een overvloed aan (splinter)partijen zijn wat de efficiëntie en werkbaarheid niet bepaald ten goede komt. Zijn er naast de kiesdrempel andere oplossingen die mogelijk wél werken om tot een systeem te komen waarin versplintering en een wildgroei aan partijen beperkt wordt?
    Voorbeelden waar ik zelf aan dacht: 1) alleen mogen afsplitsen van je partij als je op eigen kracht genoeg stemmen hebt gehaald om een zetel te bemachtigen en 2) twee stemrondes bij een verkiezing waarbij in de eerste ronde ‘alle’ partijen mogen meedoen en in de tweede ronde alleen de grootste x-aantal partijen meedoen.
    Het zijn maar voorbeelden maar er moeten toch zeker zulke kiessystemen bestaan die dit probleem kunnen oplossen? Zou hier graag meer over lezen aangezien dit een discussie is die nog vaak gevoerd zal worden.

  4. Adriaan Rodenburg

    Probleem is niet het aantal (afgesplitste) fracties. Het ontbreken van duidelijke ideologieën sinds de ontzuiling bij de grote partijen is naar mijn mening de echte oorzaak van het versplinterde politieke landschap.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)