Klaar met dat hysterische commentaar over het referendum

8 Comments

Kan dat hysterische commentaar over het GeenPeil-referendum weer snel stoppen? Het referendum betekent noch de redding noch de dood van de Nederlandse democratie. Bij mijn weten lijden Noorwegen en Canada (nauwelijks referenda) niet onder een wereldvreemde achterkamertjes-elite, en zucht Zwitserland niet onder het juk van een meerderheidstirannie. Nederlandse burgers zijn best tevreden met het functioneren van de democratie, zo bevestigde het SCP afgelopen vrijdag. En volgens het grootschalige en onvolprezen internationale onderzoek Varieties of democracy scoort Nederland erg goed op allerlei democratische aspecten. Alleen de burgerparticipatie blijft wat achter.

Het referendum is daarom een nuttig en interessant instrument ter aanvulling op de representatieve kanalen. Niets meer en niets minder. Ondanks alle suggesties gaat het referendum niet om de keuze voor of tegen een Derde Wereldoorlog. Niet om de keuze voor of tegen bukken voor Poetin. Niet om de keuze voor of tegen EU-lidmaatschap, voor of tegen MH-17, voor of tegen het kabinet, voor of tegen het überhaupt organiseren van referenda, en zelfs niet voor of tegen het EU-lidmaatschap van Oekraïne.

 

Spoken

Dat neemt niet weg dat het flink kan gaan spoken bij het GeenPeil-referendum, net als bij het referendum van 2005 toen de publieke opinie in een aantal maanden omsloeg. In april 2005 was nog een meerderheid voor de Europese grondwet volgens de peilingen; op 1 juni 2005 stemde 62% tegen.

 

Ten eerste zullen veel kiezers hun keuze voor of tegen het verdrag baseren op symbolische redenen, juist omdat het document zelf zo technisch is. De meeste kiezers hebben geen doorwrochte opvattingen over een verdrag tussen de EU en Oekraïne. En ja, dan zullen angst voor oorlog, en opvattingen over de Europese Unie en steun voor Poetin een rol gaan spelen.

Zelfs gematigde voorstanders kunnen tegen het verdrag stemmen, omdat ze voor het eerst in tien jaar hun eigen partij kunnen corrigeren op dit thema. Doordat Europa bij Tweede-Kamerverkiezingen altijd een ondergeschikt onderwerp is gebleven, is er al jarenlang een kloof tussen kiezers en hun partij: kiezers van bijna alle partijen beschouwen hun eigen partij als eurofieler dan zijzelf. Dit referendum biedt hen de kans hun partij beteugelen. Bij het referendum 2005 werd die neiging nog versterkt doordat politici dwingend eisten dat Nederlanders geen keus hadden dan voorstemmen. Donner (CDA) vreesde voor oorlog. Brinkhorst (D66) refereerde impliciet aan de Eerste Wereldoorlog, Balkenende aan de Tweede. Bot (CDA) voorspelde een economische dip. Verdonk (VVD) een toestroom van asielzoekers.

Daarbovenop komt nog de (im)populariteit van de regering. Kiezers stemmen bij referenda eerder tegen regeringsplannen wanneer die regering impopulair is. Ook daar zien we een parallel met 2005. Hoe sterker ministers er toen op hamerden dat de bevolking moest voorstemmen, hoe groter de weerstand van de bevolking. Minister Bot (CDA) concludeerde achteraf: “We hebben de burger te veel door de strot willen duwen.”

 

Voorkom teleurstelling, geef duidelijkheid

Het grootste risico bij dit raadgevende referendum is dat kiezers teleurgesteld raken of bevestigd worden in hun politiek wantrouwen. Het zou daarom goed zijn als voor- en tegenstanders de mogelijke uitkomsten ervan niet alleen na afloop maar ook al tevoren serieus nemen.Laat beide kampen een open debat voeren over wat van de Nederlandse regering verwacht mag worden bij een ja- en vooral bij een nee-stem. Welke concessies zou de regering willen en kunnen afdwingen bij een nee-stem? Kan Nederland dan in zijn eentje het EU-verdrag met Oekraïne geheel of gedeeltelijk tegenhouden, of kan je niet meer verwachten dan een inspanningsverplichting? Wordt dan geijverd voor harde besluitmomenten wanneer eventuele uitbreiding van de Europese Unie daadwerkelijk op de agenda staat?

Door nu duidelijk te zijn over de mogelijke gevolgen van een nee-stem kan worden voorkomen dat kiezers na afloop teleurgesteld zijn. Burgerinspraak is goed voor het vertrouwen in de politiek, behalve als kiezers het gevoel hebben dat er met hun conclusies niets wordt gedaan. Alleen al daarom zou het goed zijn wanneer het debat over dit referendum wat minder hysterisch zal zijn dan we de afgelopen week zo vaak hebben mogen lezen.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

8 Comments

  1. Jaap Dronkers
    Jaap Dronkers

    Die teleurstelling over wat er achteraf gebeurt met uitslag van een referendum speelde ook tijdens de Bataafse Republiek, de illustere democratische voorloper van ons koninkrijk (1795-1806). De Bataafse Republiek gebruikte vaak een referendum om grondwetten goed of af te keuren. Maar omdat de keuze voor die grondwet in feite vaak via een staatsgreep (ook militaire; Daendels) of in Parijs werd gemaakt, daalde deelname aan referenda al snel. Die scepsis duurde tot ver in het Koninkrijk der Nederlanden. Zo verschenen lang niet alle notabelen op de constituerende vergadering voor de eerste grondwet van dat Koninkrijk. Daarom gebruikte de koning onder andere het gezegde “wie zwijgt, stemt toe” om tot een comfortabele meerderheid te komen.

    • Bart

      Ik denk dat deze verklaring voor de lager wordende opkomst in de Bataafse Republiek veel te modern is. Hoewel hier nog geen goed onderzoek naar is gedaan, vermoed ik dat vooral andere oorzaken een rol speelden, uiteenlopend van het ontbreken van partijen tot het weren van tegenstanders bij de stembus. (Partijen waren er wellicht in de Nationale Vergadering maar niet in het land. De partij als mobiliserende organisatie bestond niet).
      Hogere opkomsten bij verkiezingen (referendum zijn er dan allang niet meer) zien we pas bij het ontstaan van partijloyaliteiten tijdens verkiezingen en dat ontstaat in de tweede helft van de jaren 1860. Een ontwikkeling die we ook in omringende landen als Duitsland en Verenigd Koninkrijk zien.

  2. Tom van der Meer
    Tom van der Meer

    @Armen: Mijn probleem met zulke verklaringen is dat ze de enorme dynamiek (2/3 voor naar 2/3 tegen, in 3 maanden) niet kunnen verklaren.

    • Armen Hakhverdian
      Armen Hakhverdian

      Geen idee of hier onderzoek naar is gedaan, maar misschien door mobilisatie van de achterban?

      • Bart

        Als mobilisering van de achterban de verklaring is, en dan ik er vanuit dat de gemobiliseerde achterban overeenkomstig het standpunt van de partij stemt, dan zou er in 2005 een overweldigend ja uit zijn gerold.

  3. Dat GeenPeil-referendum is niet nuttig noch interessant | Bij Nader Inzien

    […] Kan dat hysterische commentaar over het GeenPeil-referendum weer snel stoppen? Het referendum betekent noch de redding noch de dood van de Nederlandse democratie. Bij mijn weten lijden Noorwegen en Canada (nauwelijks referenda) niet onder een wereldvreemde achterkamertjes-elite, en zucht Zwitserland niet onder het juk van een meerderheidstirannie….Het referendum is daarom een nuttig en interessant instrument ter aanvulling op de representatieve kanalen. Niets meer en niets minder. –Tom van der Meer “Klaar met dat hysterische commentaar over het referendum” StukRoodVlees.nl […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)