Laag niveau van corruptie is de kurk waar Nederlands vertrouwen in politiek op drijft

3 Comments

Juist in de week waarin Transparency International zijn nieuwe corruptiecijfers bekend maakt, is Nederland weer volop in de ban van schandalen rond (ditmaal voornamelijk VVD-) politici. Gedeputeerde Ton Hooijmaijers is veroordeeld. Senator Jos van Rey wordt verdacht van belangenverstrengeling, en dreigt nu ook staatssecretaris Teeven en minister Opstelten bij die verdenkingen te betrekken vanwege de naar verluid mislukte telefoontaps.

Niets is zo schadelijk voor het vertrouwen in de politiek en de democratie als de zweem van corruptie.

 

Corruptie: de anti-thesis van vertrouwen

Vertrouwen is in de kern het oordeel dat de één heeft over de relatie met een ander. Vertrouwen is alleen maar relevant als die ander macht over je heeft, waardoor er dus een risico bestaat. Hoe groter het risico, hoe moeilijker vertrouwen kan ontstaan. Daarom is het ook moeilijker om de overheid te vertrouwen (groot risico als dat vertrouwen onterecht is) dan bijvoorbeeld de pers.

Dat vertrouwen is niet alleen afhankelijk van het degene die vertrouwt, maar wordt zeker ook bepaald door kenmerken van diegene of datgene dat vertrouwd wordt – een persoon of een organisatie zoals de overheid. Vier kenmerken van die ander zijn van belang: capability (de middelen hebben om goed/daadkrachtig te handelen), care (inherente betrokkenheid bij het belang van degene die je vertrouwt), accountability (afdwingbaarheid van handelen in dat belang, via welbegrepen eigenbelang), en reliability (voorspelbaarheid op basis van het verleden). Wie zijn partner vertrouwt met een geheim, zal dat vaak doen uit overwegingen van care en tegelijk menen dat de ander daartoe in staat is, al dan niet ingegeven door ervaringen uit het verleden. Wie een medespeler vertrouwt in een spelletje Risk om je niet in de rug aan te vallen, zal dat doen uit overwegingen van accountability: de ander kan via tit-for-tat boeten.

Elk van deze vier kenmerken kan zonder veel omhaal worden toegepast om de vertrouwensrelatie tussen burgers en politiek te beschrijven. Corruptie is echter de grote tegenhanger van vertrouwen op al deze kenmerken. Een corrupte overheid heeft blijkbaar niet de middelen om dit aan te pakken. Per definitie is corruptie een nadruk op het eigenbelang. Door wijdverspreide corruptie zijn verantwoordelijkheden nauwelijks toe te wijzen, machtsverhoudingen nauwelijks te doorbreken. En corruptie ondermijnt de voorspelbaarheid van beleid en de gelijkheid voor de wet.

 

De kurk waar het vertrouwen op drijft

In landenvergelijkende analyses blijkt corruptie dan ook met afstand de sterkste en meest consistente factor te zijn die het vertrouwen schaadt. Burgerrechten, democratie, kiesstelsels, en zelfs economische prestaties hebben niet zo’n grote invloed als corruptie. Talloze studies bevestigen dit verband (overzichtje). Vooral hogeropgeleiden zijn hier gevoelig voor.

Hieronder een overzicht van vertrouwen in de regering in 48 Europese landen in 2008, toen het vertrouwen voor Nederlandse begrippen laag was. Let overigens ook op de voor politicologen hilarische scores van met name Azerbaijan en Wit-Rusland.

Descriptives EVS_2205_image001

Voor Nederland is het lage niveau van corruptie de kurk waar het vertrouwen op drijft. In Nederland fluctueert het vertrouwen fors, maar rond een relatief hoog niveau. Dat gemiddelde niveau wordt ingegeven door het weinige corruptie, ook vergeleken met ons omringende landen. De fluctuaties rond dat gemiddelde hangen vervolgens samen met imago’s van responsiviteit en daadkracht.

Maar zelfs als het vertrouwen voor onze begrippen historisch laag is, scoort Nederland in vergelijking tot andere landen nog relatief goed.

 

Plaatsje gestegen op ranglijst, maar corruptie toegenomen

Het is leuk voor de fanatici dat Nederland een plaatsje is gestegen op de ranglijst van Transparency International. Zorgelijk voor het vertrouwen is echter dat desondanks – in datzelfde lijstje – ook in Nederland de corruptie is toegenomen.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

3 Comments

  1. Kristof Jacobs
    Kristof Jacobs

    Gebruikt Transparency international nog steeds perceptions of corruption? Dan is een hogere corruptiescore volgens mij minder ernstig: die gaat namelijk omhoog wanneer veel corruptie wordt aangepakt. Dat lijkt nu het geval.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)