Leidt een cordon sanitaire tot radicalisering?

3 Comments

Door Tjitske Akkerman en Matthijs Rooduijn

Sinds Wilders’ veelbesproken “Marokkanen-uitspraken” wordt er opeens weer druk gedebatteerd over de vraag of er een “cordon sanitaire” ingesteld zou moeten worden tegen de PVV. De meeste argumenten voor en tegen een cordon sanitaire die we langs hebben zien komen in het debat zijn van principiële aard. Voorstanders vinden dat Wilders nu echt te ver is gegaan en dat het een soort morele plicht is van de gevestigde partijen de PVV de rug toe te keren. Tegenstanders stellen juist dat het instellen van een cordon sanitaire vanuit democratisch oogpunt geen goed idee is. Zij vinden dat het negeren van Wilders betekent dat je een groot deel van het electoraat buitensluit.

Het gaat in het debat echter nauwelijks over de mogelijke gevolgen van een cordon sanitaire. Het idee bestaat, mede op basis van  wetenschappelijk onderzoek, dat een partij verder zal radicaliseren of zal volharden in radicale standpunten als gevolg van het politieke isolement waarin de partij door de instelling van een cordon sanitaire terecht komt (zie bijvoorbeeld dit artikel, paywall). In een binnenkort te verschijnen artikel laten we zien dat dit niet het geval is.

 

Analyse van verkiezingsprogramma’s

Om de standpunten van partijen met en zonder cordon sanitaire te vergelijken hebben we de verkiezingsprogramma’s van een aantal radicaal rechtse partijen onderzocht. Volgens ons is er sprake van een cordon sanitaire op het moment dat een radicaal rechtse partij om principiële gronden van regeringsdeelname wordt buitengesloten door in ieder geval de belangrijkste rechtse middenpartij. Tegen sommige van de onderzochte partijen is een cordon ingesteld: de Centrumdemocraten (CD) in Nederland, het Front National (FN) in Frankrijk, het Front National (FNb) en het Vlaams Belang (VB) in België, de British National Party (BNP) in het Verenigd Koninkrijk en de Republikaner in Duitsland. Andere radicaal rechtse partijen zijn niet buitengesloten: de LPF en PVV in Nederland, de Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) en de Bundnis Zukunft Österreich (BZÖ) in Oostenrijk, de Schweizerische Volkspartei (SVP) in Zwitserland, De Dansk Folkeparti (DF) in Denemarken en de Lega Nord (LN) in Italië.

Van alle genoemde partijen hebben we verschillende verkiezingsprogramma’s geanalyseerd op het gebied van immigratie en integratie, en vastgesteld in welke mate ze kosmopolitisch (negatieve score) dan wel nationalistisch (positieve score) zijn. We hebben uiteindelijk op twee manieren bepaald wat de posities van de partijen zijn. Ten eerste hebben we simpelweg gekeken naar hoe hoog de zojuist genoemde score is. Hoe hoger de score, hoe radicaler de partij (dit noemen we de absolute positie). Ten tweede hebben we gekeken in welke mate de radicaal rechtse partij verschilt van de meest rechtse middenpartij. Hoe groter dat verschil, hoe radicaler de partij (dit noemen we de relatieve positie). Hieronder zullen we de relatieve posities weergeven. De resultaten zijn ongeveer hetzelfde wanneer we naar de absolute posities kijken.

 

Posities over de tijd

In Figuur 1 zijn de relatieve posities weergegeven van de radicaal rechtse partijen die te maken hebben gekregen met een cordon sanitaire. De figuur laat zien dat deze partijen flink van positie veranderden tussen 1990 en 2012. Sommige partijen zijn duidelijk radicaler geworden (VB, BNP), sommige partijen minder radicaal (CD, Republikaner), terwijl andere partijen netto nauwelijks zijn veranderd (FN en FNb). De algemene conclusie is dat deze partijen redelijk flexibel zijn en regelmatig hun posities ten opzichte van de belangrijkste rechtse middenpartij aanpassen. We kunnen dus niet concluderen dat partijen die met een cordon te maken krijgen radicaler worden of hun standpunten bevriezen. We kunnen aan de andere kant echter ook niet stellen dat deze partijen juist gematigder worden. Hun posities lijken zo’n beetje alle kanten op te schieten.

 

Figuur 1

Figuur 1: de relatieve posities van radicaal rechtse partijen die te maken hebben gekregen met een cordon sanitaire

 

Figuur 2 geeft de relatieve posities weer voor de radicaal rechtse partijen die niet te maken hebben gekregen met een cordon. Uit de figuur blijkt dat sommige partijen radicaler zijn geworden over de jaren. Voorbeelden zijn de SVP en de BZÖ. Ook de FPÖ is netto radicaler geworden. Hieruit blijkt duidelijk dat het betrekken van radicaal rechtse partijen in het landsbestuur niet leidt tot inhoudelijke matiging van die partijen. Verder zijn de posities van LN, LPF en DF netto nauwelijks veranderd. Alleen de PVV is minder radicaal geworden tussen 2010 en 2012. Maar dit heeft waarschijnlijk te maken met de sterke focus op de EU tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2012.

 

Figuur 2

Figuur 2: de relatieve posities van radicaal rechtse partijen die niet te maken hebben gekregen met een cordon sanitaire

 

Uit Figuur 2 blijkt ook dat de partijen zonder cordon een stuk radicaler zijn geworden sinds de eeuwwisseling. Dit zou te maken kunnen hebben met 9/11 en de aanslagen in Madrid en Londen. Onderzoek laat zien dat sindsdien de aandacht voor onderwerpen die met migratie en integratie te maken hebben flink is toegenomen (zie bijvoorbeeld hier, paywall).

 

PVV en cordon sanitaire

Als je Figuur 1 en Figuur 2 met elkaar vergelijkt, blijkt dat de partijen met een cordon sanitaire al behoorlijk radicaal waren in de jaren negentig. De partijen zonder cordon waren toen nog redelijk gematigd. Sinds de eeuwwisseling is dat veranderd; alle radicaal rechtse partijen zijn nu behoorlijk radicaal. Maar interessant genoeg heeft dat er niet toe geleid dat een partij als de PVV, die, zoals uit de analyse blijkt, toch behoorlijk radicaal is, niet ook met een cordon sanitaire te maken heeft gekregen. Wij vermoeden dat dit komt doordat de reden voor het instellen van een cordon vaak niet alleen het radicalisme een partij is, maar vooral ook de extremistische reputatie. De PVV komt in zekere zin voort uit een gevestigde middenpartij (net als de SVP overigens), en roept door deze geschiedenis, in tegenstelling tot partijen als het VB en de FN, geen associaties op met racisme en extremisme.

Althans, tot voor kort. Het zou kunnen dat de situatie van de PVV door de “Marokkanen-uitspraken” van Wilders verandert. Maar als de gevestigde partijen besluiten daadwerkelijk een cordon tegen de PVV in te stellen, dan zal dat, zo voorspelt ons onderzoek, hoogstwaarschijnlijk niet veel invloed hebben op de standpunten van de partij van Wilders.

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

3 Comments

  1. Kristof Jacobs
    Kristof Jacobs

    Interessant. Mudde stelt dat radicaal rechts partijen vooral impact hebben via de mainstream right (die vaak ook in de mogelijkheid zijn om beleid te veranderen). Heb je ook cijfers die kijken wat de invloed van een cordon sanitaire is op deze partijen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)