Leidt honger tot meer steun voor bijstand?

No Comment

Dit is een gastbijdrage van Barbara Vis, Hoogleraar Politieke Besluitvorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ja, is het antwoord op basis van een recente studie van de Deense politicologen Lene Aarøe en Michael Bang Petersen van de Universiteit van Aarhus in Psychological Science. Deelnemers van wie de bloedglucoseniveaus experimenteel laag werden gehouden – de fysiologische maat voor (korte termijn) honger – vertoonden een hogere mate van steun voor social welfare, ofwel bijstand. Deze steun, zo laten de auteurs zien, is echter cheap talk: deze hogere steun vertaalt zich niet in een grotere bereidheid om te delen als die mogelijkheid geboden wordt (klik hier voor een eerdere post over een vergelijkbaar experiment).

 

Attitudes over sociaal beleid

Binnen de politicologie en sociologie is al veel onderzoek gedaan naar welke factoren attitudes over sociaal beleid beïnvloeden. Een recent voorbeeld op StukRoodVlees is de mate waarin afkomst medebepalend is voor het gunnen van WW. Onderzoek naar attitudes gebeurt doorgaans door grootschalig survey onderzoek (zoals de European Values Study of de European Social Survey). Veel schaarser zijn experimentele methoden. Onderzoek waarin een fysiologisch kenmerk – het bloedglucoseniveau – experimenteel wordt gemanipuleerd om de relatie tussen honger en attitudes over sociaal beleid te bestuderen, was er naar mijn weten nog niet.

Aarøe en Bang Petersen vertrekken vanuit het idee dat het delen van (schaarse) bronnen kenmerkend is voor de gehele menselijke evolutionaire geschiedenis. Bijstand is een moderne variant van het delen van schaarse bronnen. Beïnvloeden de mentale processen die geëvolueerd zijn om het delen van voedsel te reguleren dan ook hoe mensen vandaag de dag denken over delen in de vorm van bijstand? Het ingenieuze experimentele ontwerp van Aarøe en Bang Petersen suggereert van wel.

 

Het experiment

In de studie worden de bloedglucoseniveaus experimenteel gemanipuleerd. Een laag niveau betekent (korte termijn) honger. De 104 deelnemers – studenten tussen de 19 en 47 jaar, verdeling man-vrouw ongeveer 50/50, die voor het experiment minimaal 4 uur niets gegeten of gedronken hadden – werden verdeeld in een experimentele conditie en een controlegroep en hun bloedglucoseniveau werd gemeten. Vervolgens kreeg de experimentele groep Sprite te drinken en de controle groep Sprite Zero en werd hun bloedglucoseniveau weer gemeten. Ook moesten zij aangeven wat ze van het drankje vonden zodat voor stemmingsafhankelijke voorkeuren gecontroleerd kon worden.

Vervolgens moesten de deelnemers zes vragen beantwoorden om hun steun voor bijstand te meten,[1] en werd hun daadwerkelijke bereidheid tot delen vastgesteld door een zogenaamd dictator spel. In dit spel moesten de deelnemers 2.ooo Deense kronen (ongeveer €270) verdelen tussen henzelf en een andere anonieme deelnemer zoals ze zelf wilden. De deelnemers kregen te horen dat twee willekeurig geselecteerde deelnemers het bedrag uitbetaald zouden krijgen. De onderzoekers hielden ook rekening met sekse en het bloedglucoseniveau op het eerste meetmoment.

 

Honger resulteert in hogere steun voor bijstand, maar niet tot minder gulzigheid

De steun voor bijstand onder de deelnemers met hoge bloedglucoseniveaus – de niet-hongerigen – was 10% lager dan de steun onder de hongerigen. Honger resulteert dus in hogere steun voor bijstand. Uit extra analyses van de onderzoekers blijkt ook dat de hongerigen meer bereid waren om informatie te verspreiden die de steun voor bijstand onder andere deelnemers zou doen toenemen. Dit suggereert dat een deel van dit “hongereffect” het anderen motiveren tot delen is.

De resultaten van het dictator-spel versterken deze constatering. Er was namelijk geen netto effect van bloedglucoseniveaus op daadwerkelijk delen – het bedrag dat aan de ander wordt gegeven in het spel. Deelnemers met een laag bloedgluscoseniveau gaven weliswaar aan dat anderen moesten delen, maar wanneer zij daartoe zelf de kans kregen, deelden zij niet méér dan de deelnemers met een hoog bloedglucoseniveau. De wat pessimistische conclusie van Aarøe en Bang Petersen is dan ook dat de hogere mate van prosociaal gedrag van de hongerigen een strategisch sociaal signaal naar andere individuen is. Cheap talk dus…

 


[1] “We should increase the amount received by social welfare recipients,” “Many people get social welfare without really needing it” (reverse coded), “Basically, social welfare recipients do not want to work” (reverse coded), “Many social welfare recipients are lazy” (reverse coded), “The state should get better at helping people on social welfare,” “Social welfare recipients are victims of unfortunate circumstances.” De antwoorden warden gemeten op een 7-puntsschaal van “Volkomen mee oneens” tot “Volkomen mee eens” en werden vervolgens samengevoegd in een schaal van 0 tot 1, met hogere waarden een hogere steun voor bijstand aangevend. Zie het Extra Materiaal bij het artikel voor details.

In : Economie

About the author

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)