Lessen uit Iowa en New Hampshire: alles ligt nog open

No Comment

Nu de caucuses in Iowa en de voorverkiezing in New Hampshire achter de rug zijn, rijst de vraag wat wij hebben geleerd en welke lessen kunnen wij eruit trekken. Helaas is het antwoord ‘niet zo bijster veel’. Wellicht is de belangrijkste conclusie dat er veel te veel aandacht, door zowel de politici als de media, wordt besteed aan deze eerste twee verkiezingen. De politici bezoeken deze staten vroeg —nog voor 1 augustus 2014 had Ten Cruz Iowa reeds tien keer bezocht— en vaak. Chris Christie heeft 72 dagen in New Hampshire doorgebracht, John Kasich 69 en Jeb Bush 54. In de media zijn er ontelbare artikelen verschenen en vele uitzendingen gemaakt. De kosten lopen in de vele miljoenen.

En voor wat? Het zou allemaal rechtvaardig kunnen zijn als Iowa en New Hampshire representatief zouden zijn of dat de staten goede voorspellers waren voor wie uiteindelijk de nominatie in de wacht sleept. Beide zijn niet het geval.

In beide deelstaten zijn zwarte en Hispanic kiezers ondervertegenwoordigd en kiezers van het platteland oververtegenwoordigd. De publieke radiozender NPR heeft een Perfect State Index ontworpen op basis van ras, leeftijd, opleiding, inkomen en religie om aan te geven welke staat de beste afspiegeling is van de Verenigde Staten als geheel. Vijftien staten scoorden als meer representatief dan Iowa, terwijl New Hampshire op de op één na laatste plaats staat! Je zou net zo goed het proces om de lijsttrekker voor de VVD kunnen beginnen in Spakenburg. Daarbij komt dat deelname aan de caucusbijeenkomsten in Iowa betrekkelijk laag is. Slechts 16% van de kiesgerechtigden daar heeft een caucus bijgewoond.

Representativiteit zou wellicht niet zo belangrijk zijn als de resultaten in deze staten goede voorspellers zouden zijn voor wie uiteindelijk de partijnominatie zouden winnen. Ted Cruz was euforisch na zijn “overwinning” in Iowa; terecht? Niet echt, vraag het aan Mike Huckabee en Rick Santorum. De eerste won in Iowa in 2008 en de tweede in 2012. Ondanks het zogenaamde ‘momentum’ dat men zou moeten krijgen van een overwinning in de eerste caucuses moest Huckabee begin maart van dat jaar zijn campagne staken; Santorum heeft het tot begin april van 2012 volgehouden. Iowa is net zo goed een vloek als een zegen. Pas op, Ted. Sinds 1972 werd bij de Democraten de winnaar in Iowa in 42% van de gevallen de kandidaat; bij de Republikeinen was dat in 50% van de gevallen zo.

New Hampshire heeft het wat beter gedaan, maar heeft ook grote missers, zoals de grote overwinning in 2000 van John McCain op George W. Bush. Barack Obama heeft verloor er in 2008 van Hillary Clinton. Wel is het zo dat de uiteindelijke winnaar van het presidentschap nooit lager dan tweede binnen zijn partij is gefinisht. Onderzoek door Adkins en Dowdle beargumenteert (paywall) dat New Hampshire belangrijker is dan Iowa, maar dat de invloed meer gericht is op de rangordening van de kandidaten dan een voorspelling van wie uiteindelijk de nominatie kreeg. En bedenk dan dat een situatie zoals binnen de Republikeinse partij in 2016 zich nooit eerder heeft voorgedaan.

Als een van de belangrijkste conclusies is dat een overwinning in Iowa en/of New Hampshire geen garantie voor succes is, welke lessen kunnen wij dan uit de resultaten van 2016 trekken? Ten eerste moeten wij concluderen dat het niet zozeer gaat over de overwinning in strikte zin, maar een overwinning in de “Expectations Game”. Onderzoek heeft laten zien dat in hoeverre de resultaten in Iowa invloed hebben op de resultaten in New Hampshire afhangt van hoe met name de media de verwachtingen voor de verschillende kandidaten formuleren. Mede door het niet-representatieve karakter van deze twee staten wordt niet verwacht dat elke kandidaat het goed zal doen. Nog belangrijker: de kiezers in deze staten worden suf gepeild en de resultaten van deze peilingen beïnvloeden de verwachtingen voor de kandidaten. Een kandidaat die het beter doet dan verwacht wordt daardoor een winnaar, terwijl de winnaar van de verkiezing een verliezer kan zijn omdat hij het slechter deed dan verwacht.

Dit laatste was het lot van Donald Trump in Iowa, door zeven procent minder stemmen te krijgen dan in de laatste peilingen. Naast Cruz was Marco Rubio de grote “winnaar” in Iowa door als derde te eindigen.

Voor New Hampshire werden de verwachtingen gebaseerd op vier factoren: de peilingen in de staat, de resultaten in Iowa, hoe de ideologie van een kandidaat past bij de kiezers van New Hampshire, en hoe hard de kandidaat in New Hampshire heeft gewerkt. Zo werd er niet zoveel van Ted Cruz verwacht. Er zijn niet zoveel van zijn soort kiezers in New Hampshire en hij heeft niet zo hard campagne in de staat gevoerd (hij gaf minder dan $ 600.000 uit). Dus, met 12% van de stemmen boekte hij een kleine overwinning, terwijl Marco Rubio met slechts 1,1% minder stemmen een grote verliezer was. Door zijn derde plaats in Iowa waren de verwachtingen hooggespannen (op een gegeven moment stond hij tweede in de peilingen in New Hampshire), maar dankzij zijn desastreuze optreden in het laatste debat zakte hij naar de vijfde plaats en kreeg geen enkele afgevaardigde voor het partijcongres in de zomer.

Chris Christie heeft hard gewerkt in New Hampshire en heeft in zijn eentje Marcomentum tot stilstand gebracht, maar heeft daarvan niet kunnen profiteren. Dit illustreert nog een les die uit Iowa en New Hampshire getrokken kan worden: Winnen is geen garantie voor uiteindelijke succes, maar verliezen kan dodelijk zijn. Los van de demografische samenstelling van deze twee staten: als je bijna geen stemmen kunt vergaren, is het “over and out”. Huckabee, Santorum, en de Democraat O’Malley (0,6% van de stemmen) zijn na Iowa gestopt. Fiorina en Christie zijn gestopt na New Hampshire. Ben Carson is nu aan de beurt.

Stemmen in de voorverkiezingen heeft ook iets weg van stemmingen tijdens het Eurovisie Songfestival (“The Netherlands casts 12 votes for Belgium”). Kandidaten uit staten die aan New Hampshire grenzen worden bevoordeeld (Henry Cabot Lodge deed het beter dan Barry Goldwater in 1964 en Paul Tsongas beter dan Bill Clinton in 1992). Dit jaar had Bernie Sanders het voordeel dat hij uit buurstaat Vermont komt. Desalniettemin was zijn overwinning op Hillary Clinton groter dan algemeen werd verwacht. Na twee successen in Iowa en New Hampshire is het de vraag wat Sanders zal doen in staten waar er wel minderheidskiezers wonen.

Dus de conclusie is dat niet alleen niets beslist is, alles ligt nog volstrekt open. Het circus trekt nu naar South Carolina, wat een totaal andere demografische samenstelling heeft dat de twee eerste staten. (De caucussen in Nevada krijgen betrekkelijk weinig aandacht op dit moment). De Republikeinen in South Carolina stemmen op 20 februari en de Democraten op de 27e. Er wordt een zware strijd bij de Republikeinen verwacht tussen met name Bush en Rubio (en Kasich) in de strijd om het alternatief voor Donald Trump (en Ted Cruz) te worden. Bij de Democraten staat Clinton ver voor Sanders in de peilingen. Er wordt in ieder geval in deze staat nog niets beslist. Misschien op “Super Tuesday” op 1 maart…

 

Foto: Michael Vadon (Own work) [CC BY-SA 4.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)], via Wikimedia Commons

About the author

Galen Irwin
Galen Irwin is emiritus hoogleraar politiek gedrag en de methodologie van het politicologisch onderzoek. Hij verblijft momenteel in de Verenigde Staten en deelt vandaaruit zijn observaties rondom de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)