Mag een promotor meeschrijven aan het proefschrift?

11 Comments

Binnen veel wetenschappelijke disciplines wordt het steeds meer gebruikelijk dat promotoren worden opgevoerd als co-auteur van delen van proefschriften die onder hun begeleiding worden geschreven. Vaak gaat het dan om proefschriften die bestaan uit losse artikelen – inleiding erbij, conclusie erachter, nietje erdoor. Daar het co-auteurschap in sommige wetenschappelijke disciplines een verkapt dankwoord is geworden, wordt bij promovendi ook de promotor opgevoerd als co-auteur van artikelen. Is dat wel een goede zaak?

Paul Nieuwenburg, universitair hoofddocent in de politicologie in Leiden, verzet zich in NRC Handelsblad tegen deze gang van zaken (paywall). Hij meent dat het niet alleen ongewenst is – de examinator keurt uiteindelijk zijn eigen vlees – het is ook nog eens onwettig:

 

Volgens artikel 7.18 lid 2b van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek is het college voor promoties bevoegd de graad van doctor te verlenen aan kandidaten die als proeve van bekwaamheid (ja, een promotie is een examen) tot zelfstandig onderzoek een proefschrift hebben geschreven.

De term ‘geschreven’ is belangrijk. Een auteur is namelijk een schrijver. Een co-auteur is dus een medeschrijver. (…) De wet lijkt (…) te impliceren dat de kandidaat het proefschrift zelf schrijft.

 

Indien de lezing van Nieuwenburg juist is, kan dat grote gevolgen hebben voor vele disciplines waarin de bovengenoemde praktijk de standaard is. Aan de andere kant kun je je afvragen of deze praktijk nog te stuiten is. Ook binnen de sociale wetenschappen gebruikt men het genoemde model op steeds grotere schaal. De discussie over de wenselijkheid daarvan wordt tot dusverre overschaduwd door het succes van de beoefenaars van deze methode, maar dat maakt zo’n discussie nog niet overbodig.

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

11 Comments

  1. Chris Aalberts

    In mijn – niet meer bestaande – onderzoeksgroep schreven promovendi zelf. Maar nadat ik gepromoveerd was werd het bovenstaande min of meer de norm bij Communicatiewetenschap aan de UvA. Het komt juist in onderzoeksgroepen met een hoge productie veel voor. Het zou leuk zijn als ze daar eens hun visie over zouden delen. Waarom heeft Van Nieuwenburg het mis? De SRV-redactie maakt daar vast graag ruimte voor.

  2. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Die wettekst kende ik nog niet en die is zeker interessant, maar de visie op promoveren (en publiceren) verschilt enorm tussen landen, universiteiten, hoogleraren, disciplines, tijd etc etc. Nieuwenburg lijkt een soort master-apprentice visie aan te hangen met als eindproduct een monograaf op naam van de AiO. Deze aanpak wordt inderdaad nog steeds erg vaak gehanteerd (mijn promotie in Oxford was geheel in deze traditie), maar in veel andere contexten is een AiO gewoon een onderzoeker op een groter project. De promotor heeft dan bv onderzoeksgeld, kan een groepje AiO’s of postdocs aannemen en die werken dan samen aan een project…

  3. Gijs Schumacher

    Wat is zelfstandig een proefschrift schrijven? Betekent dat je nooit iets mag presenteren (immers, je zou ideeen op kunnen doen), niet mag brainstormen over de opzet van een hoofstuk of een artikel, of iemand je taal laten corrigeren? Verder snap ik het argument van Nieuwenhuis niet, de promotiecommissie keurt uiteindelijk het proefschrift en niet de promotor, of bedoelt hij het geval dat ook mensen uit de commissie co-auteurs van het proefschrift zijn (dat laatste zou niet mogen).

    • Tom Louwerse
      Tom Louwerse

      In het artikel in het NRC maakt Nieuwenburg onderscheid tussen het schrijven zelf en andere onderzoeksactiviteiten. De wet spreekt over ‘schrijven’, hetgeen suggereert dat de tekst van de promovendus moet zijn. Dat laat een hele hoop ruimte voor andere manieren van samenwerking met en adviezen van promotor en anderen.

      De promotiecommissie zou inderdaad een soort onafhankelijke check moeten vormen, maar ik vind de waarborgen daarvoor erg mager, in ieder geval in Leiden. De commissie wordt in de praktijk vastgesteld door de promotor. Er is geen externe referent meer, de commissie kan alleen ja of nee zeggen. In Leiden moet de meerderheid van de commissie Leids zijn. Bovendien beslist de commissie bij meerderheid. Dit alles zorgt ervoor dat de commissie mijns inziens, althans in deze opzet, een te geringe check vormt.

  4. Gijs Schumacher

    Dat klinkt wat mager. (Als ik het me goed herinner) wordt op de VU de commissie vastgesteld door de decaan, maar voorgesteld door de promotor en mogen maar 1 of 2 (van de 5) leden intern zijn.

  5. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Het ‘examen aspect’ van promoveren blijft hoe dan ook mager, Gijs. Ik ken geen enkel systeem waar een proefschrift werkelijk extern en anoniem wordt getoetst (wat overigens nog een reden is om promoveren-op-artikelen te promoten want daar heb je nog enige vorm van peer review bij het indienen van die artikelen). Dit staat overigens los van de discussie van collaboratie/coauteurschap met promotoren.

  6. Sandra Zwier

    Wat ik niet snap in de redenatie, is dat het co-auteurschap “in sommige disciplines” enerzijds als een ‘verkapt dankwoord’ wordt aangeduid, maar de discussie gaat over de vraag of de promovendus het proefschrift wel zelfstandig heeft geschreven. Als het een verkapt dankwoord zou zijn, wat is dan het probleem? (behalve juridische haarkloverij)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)