Met welke onderwerpen houden Kamerfracties zich bezig? Een samenvatting in één plaatje

3 Comments

In parlementair stemgedrag staan oppositie en coalitie vaak tegenover elkaar, evenals linkse en rechtse partijen. Coalitiepartijen dienen daarnaast samen veel moties en amendementen in. Maar niet alles in de Tweede Kamer wordt bepaald door het onderscheid tussen regeringspartijen en oppositie. In onderstaand figuur wordt samengevat over welke onderwerpen partijen moties en amendementen indienen; daarin zien we vooral een tegenstelling tussen generalistische en specialistische fracties.

OnderwerpenMotiesAmendementen

 

In het midden van de figuur zien we SP, CDA en D66. Deze partijen zijn allemaal zeer actief: ze dienen veel voorstellen (mede) in, zoals de grote cirkels symboliseren. Ze staan dicht bij elkaar omdat ze voor soortgelijke onderwerpen aandacht hebben. Vrijwel alle partijen dienen bijvoorbeeld veel onderwerpen in over Financiën (inclusief begrotingsmoties- en amendementen), Zorg en gezondheid en Internationaal.

Helemaal rechts staat de Partij voor de Dieren: zij heeft uitgesproken aandacht voor Landbouw (38%) en Natuur en milieu (25%). Het ‘one-issue’ karakter van deze partij komt dus duidelijk naar voren. Dat komt natuurlijk ook doordat deze kleine partij keuzes moet maken. Hetzelfde zien we bij de SGP, die relatief veel aandacht heeft voor Onderwijs en wetenschap en Zorg en gezondheid. 50PLUS en GroenLinks, andere kleine fracties, hebben ook een iets meer onderscheidend profiel dan de grotere partijen.

De PVV onderscheidt zich qua indienen van moties en amendementen maar weinig op haar kernthema’s. Slechts 5% van haar voorstellen gaan over Migratie en integratie (gemiddeld: 4%). Alleen over internationale thema’s (denk aan Europa, IS, Oekraïne) dient de partij iets vaker voorstellen in dan andere partijen.

De regeringspartijen staan dicht bij elkaar; zij dienen vaak samen voorstellen in. Beide partijen dienen relatief veel voorstellen in over Onderwijs en Wetenschap, terwijl de PvdA ook veel aandacht heeft voor Zorg en gezondheid en de VVD voor economie.

Hier en daar zien we de prioriteiten van partijen dus wel terug, maar het grote onderscheid is tussen specialistische en generalistische fracties.

 

Bovenstaande analyse is gebaseerd op ingediende voorstellen die in stemming zijn gebracht in de peroide 2012-2014. Hierbij gaat het om voorstellen die de partij mede heeft ingediend. De classificatie naar onderwerp is afkomstig uit de gegevens van Officiële Bekendmakingen. De brongegevens voor bovenstaande figuur zijn hier beschikbaar. Met behulp van Multidimensional Unfolding is de figuur gemaakt.

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

3 Comments

  1. Frans

    Nadere toelichting gewenst: welke grootheden staan er op de assen van de grafiek.

    • Tom Louwerse
      Tom Louwerse

      De assen van de figuur hebben geen (a priori) betekenis. Interpretatie van de figuur geschiedt door te kijken naar de afstanden tussen partijen onderling en de afstanden tussen partijen en onderwerpen. Staat een partij dicht bij een onderwerp, dan dient ze daar relatief veel moties over in; staat een onderwerp verweg, dan is de partij hier relatief weinig actief over.

      Daarom staan alle generalistische partijen in het midden: zij hebben een min of meer gelijk profiel. Partijen met een sterk afwijkend inhoudelijk profiel als het gaat om het indienen van moties (bijv. PvdD) staan meer aan de zijkant.

      De figuur is overigens een benadering, want niet alle afstanden tussen partijen en onderwerpen kunnen perfect (foutloos) worden weergegeven in twee dimensies. Kijk dus ook naar de brondata, als je preciezere informatie wilt.

  2. Frans

    @Tom: dank voor je uitleg.

    Ik zit te mijmeren over de vraag hoe effectief een partij is door zich (via het indienen van voorstellen, etc.) te verbinden aan een bepaald onderwerp/departement.

    En hoe zou je die effectiviteit willen meten. Kan dat door het in kaart brengen van niet-aangewende publieke gelden of door de omgebogen uitgaven te benoemen. Kan je het uitdrukken in welzijnsverbeteringen. En moet je dat dan relateren aan de partijgrootte?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)