Minder stembureaus, lagere opkomst. Rechtbank trapt in politicologische blufpoker Baudets Forum

4 Comments

Gisteren sprak de rechter uit dat de gemeente Son en Breugel zeven stembureaus moet openstellen voor het referendum, nog altijd aanzienlijk minder dan de tien die werden geëist door Baudets Forum voor Democratie, maar aanzienlijk meer dan de drie die waren ingepland. Een belangrijk argument voor de rechtbank Oost-Brabant was dat bij minder stembureaus de drempel om te gaan stemmen voor sommige kiezers hoger wordt, en dit de opkomst zal drukken. Maar klopt dat eigenlijk wel? Hoe groot zou de invloed zijn van het schrappen van een aantal stembureaus?

Het Forum voor Democratie van Thierry Baudet (dat de zaak had aangespannen) beriep zich op wetenschappelijk onderzoek dat zou uitwijzen “dat er causaal verband bestaat tussen de stemfaciliteiten die een kiezer worden aangeboden (aantal, afstand, locatie) en de mate waarin die kiezer gebruik zal maken van zijn stemrecht.” In de openbare stukken noemt het Forum vier studies. Het lijkt erop dat noch Baudet noch de rechtbank die studies werkelijk goed gelezen hebben; anders zouden ze tot hele andere conclusies zijn gekomen. Slechts één van de vier studies gaat namelijk over de afstand/locatie van het stembureau, en die ene studie laat bovendien zien dat de effecten van een grotere afstand minimaal zouden zijn: in Son en Breugel zou de (volgens deze studie) hypothetisch meest rampzalige uitkomst een opkomstdaling van 30 tot 65 inwoners zijn.

 

Disclaimer

Eerst een korte disclaimer. (1) Persoonlijk ben ik van mening dat de overheid het referendum zou moeten faciliteren en de verdenking van willekeur en tegenwerking zouden moeten vermijden. Democratie mag wat kosten. Dus wees niet karig met stembureaus. (2) Ja, studies in Angelsaksische landen laten al sinds de jaren zeventig zien dat afstand tot het stembureau schadelijk is voor de opkomst. De vraag is hoe groot dit effect is.

Het is een raar idee dat afstand zo’n enorme invloed zou hebben. Van alle participatievormen vergt stemmen met afstand de minste investering van moeite, vaardigheden, tijd, of geld. Bovendien geldt in Son en Breugel volgens de gemeente dat de maximale afstand tot het stembureau (1,5 kilometer) niet toeneemt door veel stembureaus te sluiten. De rechter maakt echter bezwaar en noemt de toename van de gemiddelde afstand als een probleem.

 

Niet vier studies, maar slechts één

Laten we dan eens naar de vier studies kijken die het Forum aanhaalt (p7, voetnoot 1, negeer de inconsistente opmaak van de referenties en de spelfout in de naam van Rallings): Gimpel en Schuknecht (2003), Southwell (2004), Rawlings & Thrasher (2006) en Blais (2006). Het is een heel merkwaardig lijstje. Van de vier studies gaat de eerste inderdaad over afstand tot het stembureau (daarover hieronder meer). Southwell (2004) en Rallings & Thrasher (2006, het artikel, niet het boek) gaan echter over iets totaal anders, namelijk over de gevolgen van stemmen per post. De vierde studie is een meta-analyse van André Blais, die – opvallend genoeg – precies die andere drie artikelen aanhaalt. Dus in plaats van vier studies, gaat het er maar om één.

Laten we bovendien eens kijken wat die meta-analyse nu eigenlijk zegt op dit thema:

“It makes sense to assume that people are more prone to vote if it is easy. Gimpel & Schucknecht (2003), in particular, have shown that turnout is affected by the accessibility of the ballot box. Likewise, there is strong evidence that allowing voters to vote by mail increases turnout (Southwell 2004, Rallings & Thrasher 2006). The question is not whether voting facilities influence turnout but rather which ones matter most, and how great a difference they make. In order to correctly address these questions we need more accurate measures of these voting facilities over time and across countries, which means that we need to know not only whether such facilities exist but also how easy it is to use them. We also need to take into account the endogeneity of election laws; measures to facilitate the vote may be more likely to be adopted in countries where turnout is low or declining (Franklin 2004, p. 148). This is no easy task. For the time being, the verdict must be that we know little about how much difference these rules make.”

Kortom, dit is geen argument voor institutional engineering, maar juist een argument dat we er nog te weinig van afweten. Het stevige punt dat Baudet en co maken over het ‘causaal verband’ wordt door de door henzelf aangehaalde meta-analyse expliciet betwijfeld.

 

Extrapolatie uit één studie: 4 extra stembureaus voor 30 stemmers?

Die ene studie van Gimpel & Schuknecht uit 2003 toont overigens inderdaad een negatief effect van afstand tot het stembureau op de opkomst. Maar een significant effect is nog niet hetzelfde als een substantieel effect. De auteurs concluderen zelf (p484): “for each one mile increase in proximity to the polling site, turnout jumps by 0.453%, or nearly half a point”.

Laten we dit eens omrekenen naar Son en Breugel, waar de afstand maximaal 1,5 kilometer is (voor het gemak: ongeveer 1 mile). In het meest extreme, evident hypothetische geval, woonden in de oude situatie alle inwoners direct naast een van de 10 stembureaus, en moeten ze nu allemaal 1,5 kilometer reizen naar een van de 3 nieuwe. Dat zou de opkomst volgens de studie van Gimpel en Schuknecht drukken met een half procentpunt. In de praktijk zullen burgers verspreider wonen, zal de toename in reisafstand kleiner zijn, en de opkomst dus eerder met zo’n 0,2 procentpunt dalen. Op zo’n 13.000 stemgerechtigden, zijn dat dus 30 tot 65 stemmers.

Voor alle duidelijkheid: dat is het opkomst-effect dat je zou verwachten als je de ene inhoudelijke studie die het Forum aanhaalt serieus neemt. Ik zou in de praktijk uitermate terughoudend zijn in de extrapolatie (ander land, ander type verkiezingen, etc). Maar Gimpel & Schuknecht vormen eerder een argument voor de gemeente Son en Breugel dan voor Baudets Forum. Had het Forum voor Democratie dat niet door? En heeft de rechter de studies überhaupt ter harte genomen?

 

Meerdere studies, betere argumenten

Het sneue is dat er nu juist meer onderzoek is naar het effect van afstand. Dat gaat al terug sinds de jaren zeventig. Een aantal relatief recente studies wordt veel aangehaald. Dyck & Gimpel (2005) toont net als de eerdere studie van Gimpel een robuust, maar substantieel zeer klein effect van afstand: ze concluderen zelf dat een toename van de afstand van 0 naar 2 mijl afstand leidt tot een daling van de opkomst met 1,4 procentpunten. Dat is in dezelfde orde van grootte als de eerdere studie.

Een andere studie is van Haspel & Gibbs Knotts. Die laat eveneens een daling zien met toename van de afstand, in dit geval in Atlanta. Bovendien toont het dat verplaatsing van stembureaus een dergelijk effect heeft. En het effect is aanzienlijker dan in de eerdere studies: Zelfs in die gebieden waar meeste mensen auto beschikken, vinden Haspel en Gibbs Knotts nog een daling van opkomst met 5 procentpunten (van 44% naar 39%) als burgers één in plaats van nul kilometer zouden moeten reizen naar de stembus.

Bovendien is er een heel ander argument waarom lokale overheden niet zo wispelturig moeten zijn met het openstellen van stembureaus. Niet alleen reistijd doet ertoe, maar ook onduidelijkheid over de locatie van het stembureau. Wanneer die locatie verandert, moeten burgers gaan zoeken. Die verwarring leidt, volgens Brady & McNulty (AJPS) tot een daling van de opkomst van 1,8 procentpunten, ongeacht of de feitelijke afstand tot het andere stembureau flink groter is geworden of niet. Zelfs zeer kleine veranderingen in afstand van enkele honderden meters kunnen dus al leiden tot een daling van de opkomst.

Waarom niet deze studies zijn aangehaald, is mij een raadsel.

 

Afbeelding: Stembureau-Pijl door Sven Bosman (license)

 

*** Een eerdere versie sprak over Burgerforum-EU waar Forum voor Democratie had moeten staan.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

4 Comments

  1. Bart

    Er is wel een andere reden waardoor het aantal stembureaus de opkomst kan beinvloeden, namelijk de drukte. Relatief veel kiezers gaan tussen 17:00-20:00 naar het stembureau. Wanneer het aantal kiesgerechtigden per stembureau stijgt van ongeveer 1500 naar 8500 (zoals in een van de stembureaus in Oldenzaal) dan kunnen er, wanneer de opkomst substantieel hoger is dan verwacht, flinke rijen ontstaan. Of al die mensen dan in de rij blijven staan?

    • Tom van der Meer
      Tom van der Meer

      Zeker. Hoewel de rechter dat argument opzij lijkt te schuiven, en de 4 studies er niet over schrijven.

  2. Bart

    Dat klopt. Vermoedelijk hebben ze niet aan dit punt gedacht. Het grappige is dat er dan wellicht op grond van slechte argumenten een goede uitspraak is gekomen.

    Uit eigen ervaring weet ik dat rijvorming in het stembureau snel kan ontstaan. Bij de laatste verkiezing, toen er gelijktijdig voor provinciale staten en waterschappen werd gestemd, kwamen er in mijn stembureau verschillende kiezers die eerste bij een ander stembureau waren geweest. De rij was hen daar te lang. Deze kiezers hadden nog de moeite genomen om te lopen naar een ander stembureau, maar er zullen er vast zijn geweest die gewoon naar huis zijn gegaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)