Minder theater in de Tweede Kamer

10 Comments
Foto: http://www.flickr.com/photos/lollyman/ (CC BY-NC-ND)

Foto: http://www.flickr.com/photos/lollyman/ (CC BY-NC-ND)

Dit is een bijdrage van Simon Otjes, onderzoeker aan het Documentatie centrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Op de Correspondent deed David van Reybrouck onlangs het voorstel om de Tweede Kamer anders in te richten. De theateropstelling van het parlement zou volgens hem tot een theatraal parlement leiden. Bij de G1000 had hij gewerkt met kleine ronde tafels waar deelnemers in kleine groepen overlegden. Dat zouden parlementen ook moeten doen: dat leidde tot minder theater en betere gesprekken waarin beter naar elkaar geluisterd werd.

De intuïtie van Van Reybrouck is niet onzinnig maar het voorstel is nog niet helemaal doordacht. Feit is namelijk dat alle parlementen al wisselen tussen zulke samenstellingen: parlementariërs kunnen plenair (met alle parlementariërs) en in commissies (kleine groepen specialisten) vergaderen. Parlementen met sterke commissies hebben meer invloed op wetgeving dan parlementen met zwakke commissies. In de politicologie wordt er wel een onderscheid gemaakt tussen transformative of working parliaments en arena’s of talking parliaments. In een arena of een talking parliament ligt de nadruk op het plenaire debat tussen de regering en de oppositie. Het parlement is een debatvereniging. Het Britse parlement is hier het beste voorbeeld van: het debat staat centraal. Dit debat heeft een sterk theatraal karakter. Dit kan heel grappig en onderhoudend zijn maar uiteindelijk omdat de meerderheden al vastliggen, ligt de uitslag van de stemmingen ook al vast. Een transformative of working parliament legt de nadruk op het aanpassen (transformeren) van wetgeving. Het parlement functioneert dan echt als legislatuur, het wetgevend orgaan waar volksvertegenwoordigers wetten maken.

Dat werk kan niet plaats vinden in plenaire vergaderingen met 150 deelnemers, maar vindt plaats in kleinere discussies met een beperkt aantal Kamerleden; net als discussies in de G1000. Het Amerikaanse House of Representatives (met al zijn eigenaardige problemen) is hier het beste voorbeeld van: dit wordt soms wel gezien als een verzameling van machtige commissies waar het echte werk plaats vindt in plaats van één verenigd parlement.

[mantra-pullquote align=”right” textalign=”left|center|right” width=”33%”]De commissie wordt het politieke speelveld.[/mantra-pullquote]

Hoe versterk je het transformative of working-aspect van een parlement? Het versterken van commissies is een manier om dit te doen. Nederlandse commissies hebben vrij weinig invloed op wetgeving. De wetten die de regering voorstelt, worden wel besproken in commissies en er is hier de mogelijkheid voor Kamerleden om met argumenten te proberen de regering te overtuigen om de wettekst te wijzigen maar de commissie als zo danig heeft weinig invloed. Als een meerderheid in een Kamercommissie tegen een bepaalde wet is, kunnen ze niet voorkomen dat de wet plenair wordt behandeld. Nadat de wet besproken is in de commissie, kan er nog plenair over amendementen (concrete tekstuele wijzigingsvoorstellen) gesproken en gestemd worden. Maar de uitslag hiervan staat vaak al vast: de regeringspartijen stemmen tegen de amendementen van de oppositie en het beperkte aantal amendementen dat door de regeringspartijen wordt ingediend, vindt wel een meerderheid.

In Zweden en Noorwegen is dit anders: de commissies hebben daar de mogelijkheid om wetsteksten te herschrijven. Omdat de regering daar lang niet altijd op een meerderheid kan rekenen, moet er vaak in een commissie gezocht worden naar een ad hoc meerderheid. De commissie wordt hiermee het politieke speelveld. Dit is, anders dan in een plenaire vergadering, geen theater met voorspelbare afloop maar een inhoudelijke onderhandeling, waarbij alle commissieleden een bijdrage kunnen leveren en de regering niet langer een dominante rol heeft.

[mantra-pullquote align=”left|center|right” textalign=”left|center|right” width=”33%”]Waarom laten we niet vaker Kamerleden zelf de wetgeving bepalen in plaats van de minister?[/mantra-pullquote]

De modus operandi die het Nederlandse parlement heeft ontwikkeld onder het huidige minderheidskabinet komt hier al dichtbij: toen er besloten moest worden over de studiefinanciering gingen uiteindelijk de onderwijswoordvoerders van de VVD en GroenLinks bij elkaar zitten om samen te kijken hoe een voorstel dat in de Eerste Kamer op een meerderheid zou kunnen rekenen eruit moest zien. Zij lieten dit vervolgens de minister weten die dit uit werkte. Waarom laten we niet vaker Kamerleden zelf de wetgeving bepalen in plaats van de minister?

Het Nederlandse parlement schrijft zelf nauwelijks initiatief-wetgeving. Om het parlement meer invloed te geven over wetgeving, zou je je kunnen voorstellen dat we er niet vanuit gaan dat individuele Kamerleden wetten schrijven maar juist het wetgevingsintiatief geven aan parlementaire commissies. Succesvolle initiatiefwetgeving heeft in Nederland overigens dit karakter al: dit zijn wetten met heel veel auteurs die zo in relatieve consensus door het parlement kunnen gaan.

 

De nadruk op de commissiefase staat echter op een punt wel in contrast met Van Reybrouck’s benadering: het gaat hier om specialisten die elkaar regelmatig in dezelfde samenstelling treffen. Van Reybrouck wil Kamerleden laten loten: ervaring, vakkennis, specialisatie, kennis van de wet en het recht tellen voor hem minder. Wil een parlement iets te zeggen hebben tegenover een regering die ondersteund wordt door duizenden ambtenaren dan zal er juist gewerkt moeten worden op basis van specialisatie. Parlementariërs moeten specialisten zijn die weten waar zij over spreken.

About the author

Related Articles

10 Comments

  1. Bob Lagaaij

    Een eye-opener, deze bijdrage.

  2. Bob Lagaaij

    Een eye-opener, deze bijdrage.

  3. LJMB

    De rol van commissies wordt in dit stuk naar mijn mening wat overdreven en oorzaak en gevolg worden omgedraaid. Sterke commissies leiden niet tot een ‘working parliament’, maar zijn er eerder een gevolg van. Als je het working-aspect van het parlement wil vergroten, dan dienen de positie en macht van het parlement en de relatie tussen parlement en regering te worden herzien.

  4. LJMB

    De rol van commissies wordt in dit stuk naar mijn mening wat overdreven en oorzaak en gevolg worden omgedraaid. Sterke commissies leiden niet tot een ‘working parliament’, maar zijn er eerder een gevolg van. Als je het working-aspect van het parlement wil vergroten, dan dienen de positie en macht van het parlement en de relatie tussen parlement en regering te worden herzien.

  5. Bart

    Heel interessant onderwerp waar ik niet zoveel van weet. Toch wil een paar opmerkingen en vragen stellen.
    Is het echt zo dat in het House of Representatives de leden hun partijpet afzetten wanneer ze in een commissie zitting nemen? Of wijzigen ze vooral wetsvoorstellen afkomstig van presidenten van de andere partij? Daar komt bij dat de VS maar twee partijen kent met daarbinnen vleugels. Die vleugels proberen wetgeving ook van de eigen partij te veranderen. Het partijstelsel (veel of weinig partijen) heeft volgens mij dus grote invloed op de vraag of een werkend of theatraal parlement is;
    De deelnemers aan de G1000 zijn burgers en politici. Het lijkt mij twijfelachtig of de ervaringen opgedaan met de G1000 veel waarde hebben voor parlementen. Kamerleden hebben zich verbonden aan een programma en ik kan me moeilijk voorstellen dat ze de fractiediscipline zullen doorbreken omdat ze aan tafeltjes zitten. Aan de andere kant vind ik het idee wel intrigerend dat de fysieke omgeving zo’n invloed zou kunnen uitoefen;
    ik zou graag het onderzoek lezen waaruit blijkt dat commissies in de Tweede Kamer wetsvoorstellen nauwelijks veranderen. Kun je daarnaar verwijzen?

    • LJMB

      Het partijstelsel (veel of weinig partijen) staat er volgens mij redelijk los van. Het theatrale Britse parlement werd immers ook lange tijd gedomineerd door twee partijen. In de Zwitserse Bondsvergadering zijn 11 partijen vertegenwoordigd maar dat is, net als het Amerikaanse Congres, een echt ‘Arbeitsparlament’.

      De regeringsvorm lijkt me nog altijd het meest bepalend: gaat het om een staat met een parlementair stelsel -zoals Nederland en het VK- waar het zwaartepunt van de macht (van oudsher) bij de regering ligt en het parlement vooral een controlerende taak heeft, of gaat het om een presidentieel (zoals de VS) of directoriaal stelsel (zoals Zwitserland) waarbij wetgevende en uitvoerende macht onafhankelijk van elkaar opereren.

  6. Bart

    Heel interessant onderwerp waar ik niet zoveel van weet. Toch wil een paar opmerkingen en vragen stellen.
    Is het echt zo dat in het House of Representatives de leden hun partijpet afzetten wanneer ze in een commissie zitting nemen? Of wijzigen ze vooral wetsvoorstellen afkomstig van presidenten van de andere partij? Daar komt bij dat de VS maar twee partijen kent met daarbinnen vleugels. Die vleugels proberen wetgeving ook van de eigen partij te veranderen. Het partijstelsel (veel of weinig partijen) heeft volgens mij dus grote invloed op de vraag of een werkend of theatraal parlement is;
    De deelnemers aan de G1000 zijn burgers en politici. Het lijkt mij twijfelachtig of de ervaringen opgedaan met de G1000 veel waarde hebben voor parlementen. Kamerleden hebben zich verbonden aan een programma en ik kan me moeilijk voorstellen dat ze de fractiediscipline zullen doorbreken omdat ze aan tafeltjes zitten. Aan de andere kant vind ik het idee wel intrigerend dat de fysieke omgeving zo’n invloed zou kunnen uitoefen;
    ik zou graag het onderzoek lezen waaruit blijkt dat commissies in de Tweede Kamer wetsvoorstellen nauwelijks veranderen. Kun je daarnaar verwijzen?

    • LJMB

      Het partijstelsel (veel of weinig partijen) staat er volgens mij redelijk los van. Het theatrale Britse parlement werd immers ook lange tijd gedomineerd door twee partijen. In de Zwitserse Bondsvergadering zijn 11 partijen vertegenwoordigd maar dat is, net als het Amerikaanse Congres, een echt ‘Arbeitsparlament’.

      De regeringsvorm lijkt me nog altijd het meest bepalend: gaat het om een staat met een parlementair stelsel -zoals Nederland en het VK- waar het zwaartepunt van de macht (van oudsher) bij de regering ligt en het parlement vooral een controlerende taak heeft, of gaat het om een presidentieel (zoals de VS) of directoriaal stelsel (zoals Zwitserland) waarbij wetgevende en uitvoerende macht onafhankelijk van elkaar opereren.

  7. Bart

    Ik bedoel dat er in de G1000 burgers en geen politici zitten.

  8. Bart

    Ik bedoel dat er in de G1000 burgers en geen politici zitten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)