Nederland anti-immigratieland? Part II

No Comment

Vorige week heb ik naar aanleiding van een rapport van het SCP bekeken hoe Nederlanders, vergeleken met mensen in andere Europese landen, over immigranten denken. Uit een eerste verkenning van de European Social Survey (ESS) kwam naar voren dat Nederlanders in vergelijking gemiddeld vrij mild zijn over immigranten (zie hier). Vandaag wil ik daar twee observaties aan toevoegen die deze bevinding in een iets ander daglicht plaatsen.

Politicoloog Joost Berkhout wees me er op dat gemiddelden leuk en aardig zijn, maar dat het ook interessant is om te kijken in hoeverre mensen het eigenlijk met elkaar eens zijn. Op het moment dat de opvattingen van mensen over een bepaald onderwerp sterk van elkaar verschillen zou hier namelijk eerder een conflict over kunnen ontstaan dan wanneer mensen het in grote mate met elkaar eens zijn. Om te kijken in welke mate wij het in Nederland met elkaar eens zijn als het gaat om opvattingen over migranten heb ik hieronder de standaardafwijkingen gerapporteerd. De standaardafwijking zegt eigenlijk in hoeverre mensen gemiddeld van het gemiddelde afwijken. Hoe hoger de score, hoe groter de standaardafwijking, en hoe groter de onenigheid in een land. Het gaat hieronder om de vraag of immigranten het land een betere of minder goede plek maken om te leven (op een schaal van 0 [minder goede plek] tot 10 [betere plek]). De figuur laat zien dat Nederlanders niet alleen mild zijn met betrekking tot migranten, maar dat ze het daar ook in sterke mate met elkaar over eens zijn.

Figuur 1

Toch kunnen we zeker niet concluderen dat we in Nederland eensgezind ‘migrantenknuffelaars’ zijn. SRV-er Armen Hakhverdian wees me er terecht op dat je eigenlijk ook zou moeten kijken of de mildheid en eensgezindheid van Nederlanders opgaan voor alle groepen migranten. In de ESS is ook gevraagd of veel immigranten van een andere etnische groep of een ander ras zouden moeten worden toelaten of juist niemand. Respondenten konden antwoorden op een schaal van 1 (veel) tot 4 (niemand). Hieronder weer de gemiddelden. Hoe hoger de score, hoe kritischer men dus is met betrekking tot de komst van mensen met een andere etnische achtergrond of een ander ras. (Excuses aan degenen die vinden dat ik geen gemiddelden mag weergeven van ordinale variabelen met weinig categorieën.) Uit de figuur blijkt dat Nederlanders vergeleken met mensen in andere Europese landen toch iets minder mild zijn wanneer het gaat om migranten van een andere etnische groep of een ander ras. Maar liefst 9 landen zijn positiever over de komst van migranten met een andere etnische achtergrond.

Figuur 2

Hieronder heb ik ook weer de standaardafwijkingen weergegeven. In 10 landen zijn mensen eensgezinder dan in Nederland.

Figuur 3

Conclusie: we zijn eensgezind vrij mild over immigranten in het algemeen. Maar wanneer het gaat over migranten met een andere etnische achtergrond zijn we stukken minder mild, en ook minder eensgezind. Dat geeft toch te denken.

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)