Op welke partijen richten lobbyisten zich?

No Comment

Vandaag een gastbijdrage van Simon Otjes en Anne Rasmussen.

Richten lobbyisten zich op ideologische bondgenoten? Of op machtige spelers in de Tweede Kamer? In onze recent verschenen analyse in Party Politics onderzoeken we deze verklaringen in Nederland en Denemarken. In Nederland richten lobbyisten zich op alle grote partijen, terwijl ze in Denemarken meer ideologisch gericht lijken te zijn: werkgeversorganisaties lobbyen meer rechts, vakbonden links. We verklaren dit aan de hand van de politieke context.

 

Macht of ideologie?

In ons artikel leggen we twee mogelijke  verklaringen  voor lobbygedrag naast elkaar: belangengroepen kunnen zich richten op cruciale spelers in het politieke spel: partijen die de meerderheid kunnen maken of breken. We kijken hierbij naar de grootte van partijen en of ze dichtbij het ideologische centrum staan. Dit zijn de partijen, die de meerderheid in het parlement kunnen maken of breken.

Daarnaast onderzoeken we de link tussen ideologisch gelieerde partijen en belangengroepen. Er zijn vaak historische banden tussen politieke partijen en belangengroepen. Denk maar aan de ‘speciale band’ tussen sociaal-democratische partijen en vakbonden. We kijken naar de link tussen belangenorganisaties, die het bedrijfsleven vertegenwoordigen enerzijds, en rechtse partijen en naar de relatie tussen belangenorganisaties die milieu, werknemers en andere ‘sociale’ belangen vertegenwoordigen en linkse partijen, anderzijds.

Kortom richten ‘linkse’ belangengroepen zich op ‘linkse’ partijen en ‘rechtse’ belangengroepen zich op ‘ rechtse ‘ partijen? Of richten alle belangengroepen zich op de centrale spelers in het politieke spel?

 

Nederland versus Denemarken

We hebben een groot aantal Nederlandse belangengroepen ondervraagd over met welke partijen in het parlement ze samenwerken. In Nederland richten alle belangengroepen zich met name op de klassieke drie machtspartijen, VVD, PvdA en CDA. Dit zijn grote partijen in het politieke centrum.

Maar is dit effect consistent tussen verschillende landen? Als we dezelfde analyse in Denemarken uitvoeren, zien we een ander patroon. In Denemarken richten vertegenwoordigers van bedrijven zich sterk op rechtse partijen en de vakbonden en milieuorganisaties zich sterk op linkse partijen. We zien wel effecten van partijgrootte en centrisme maar die zijn minder sterk dan in Nederland.

Wat kan deze verschillen verklaren? Nederland en Denemarken lijken vrij veel op elkaar. Beiden zijn parlementaire stelsels met coalitiekabinetten en corporatisme. Er zijn bijna evenveel partijen in beide systemen: de partijen in beide landen zijn vrijwel identiek.

 

Kabinetssamenstelling

Toch is er een opvallend verschil. In Nederland is er sprake van partial alternation in kabinetssamenstelling: na de verkiezingen weten we nooit precies welke partijen in het kabinet komen. Alle combinaties van CDA, VVD en PvdA zijn mogelijk.  Om een meerderheid te krijgen kan dit worden bijgevuld met een andere partij. Na de verkiezingen blijven sommige partijen in het kabinet, anderen vertrekken en weer andere partijen komen er in. In plaats daarvan is er sprake van wholesale alternation in Denemarken. Hier is een kabinet mogelijk waarin sociaal-democraten de kern vormen of een kabinet waarin de liberalen en de conservatieven de centrale spelers zijn. Na de verkiezingen is precies duidelijk welk blok (dat rondom de liberalen of dat blok rondom de sociaal-democraten) een meerderheid heeft.

Dit is relevant voor belangengroepen: in Nederland zijn kabinetsformaties veel minder voorspelbaar dan in Denemarken. Die onzekerheid zorgt ervoor, dat belangengroepen sterke relaties willen vormen met alle partijen, die een grote kans hebben om in het kabinet te komen. Ze weten niet welke meerderheid gevormd zal worden en zullen zich dus richten op strategisch geplaatste partijen. In Denemarken zijn de meerderheden veel voorspelbaarder: óf links heeft de overhand óf rechts heeft de overhand. De ideologische polarisatie is ook terug te in de relaties tussen politieke partijen en belangengroepen: hier is dezelfde verdeling tussen links en rechts te zien.

Onze centrale conclusie is dus, dat op wie belangengroepen zich richten afhankelijk is van de context: zowel macht als ideologie doen ertoe. Maar de mate waarin deze factoren een rol speelt, verschilt tussen beide landen.  Als kabinetsformaties voorspelbaar zijn, volgen belangengroepen de links-rechts tegenstelling. Als kabinetsformaties onvoorspelbaar zijn richten belangengroepen zich op machtige spelers.

About the author

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)